Gewasinfo witlof11 oktober 2011 Meer late rassen witlof Nog niet zo heel lang geleden was er in de late trek van witlof het ras Vintor heer en meester. Inmiddels zijn er nieuwe rassen ontwikkeld die aan de positie van Vintor knabbelen. In de rassenbijeenkomsten van begin september waren een aantal rassen te zien die de potentie hebben om een deel van de Vintor teelt te vervangen. De rassen Crenotine, topmodel en flexine leken in de rassenbeoordeling van week 36 potentie in zich te hebben. Weliswaar moet in zowel de pennenteelt als de trek rasspecifieke maatregelen worden genomen. Zo moet bij topmodel er rekening mee gehouden worden dat deze eerder klaar is. Een trek van rond de 19 dagen is goed mogelijk. In regio zuid werd ook opgemerkt dat het ras wellicht wat warmer getrokken diende te worden ten opzichte van het standaard ras vintor. Ook de CMS versie van topmodel, OK 2209, had hier een warmer trekregime mogen hebben. Het ras Flexine gooide ook hoge cijfers bij de witloftrekkers. Het ras lijkt zich dan ook prima te lenen voor verpakken mede vanwege het compacte model van het ras. Dat blijkt ook uit de oogstgegevens in regio Zuid. Flexine heeft met 66 kg in de sortering 11-15 de meeste kroppen in het kortere segment. Voor de vergelijking: vintor had hier 44 kg in de sortering van 11-15 en was daarmee de eerste opvolgende na Flexine. Ook in Noord- Holland was de Flexine het ras met de meeste kg in de kleinere sortering. Hier uitte zich dat voornamelijk door de meeste kg in de sortering 9-12 (resp. 12,5 en 15 kg t.o.v. vintor 3,5 en 4,5 kg). De witlofrassenbeoordeling wordt gefinancierd door LTO Vollegrondsgroente.net en de sector via het Productschap Tuinbouw.
Ronnie de Hoon
Safari
Het onkruidbestrijdingsmiddel Safari van DuPont is uniek in zijn gebruik doordat enkele witlofrassen resistent zijn tegen het middel. Een groot voordeel vanwege de brede werking van het middel.
Des te betreurenswaardiger is dan ook om te horen dat de Europese commissie in 2009 besloten heeft om de werkzame stof (triflusulfuron-methyl) alleen maar toe te laten in de teelt van bieten. De Nederlandse instantie die belast is met het uitvoeren van het middelenbeleid, CTGB, heeft dan ook in augustus 2010 dit beleid door gevoerd. Daarbij is nog wel een opgebruiktermijn vastgesteld tot eind december 2011.
In de tussentijd wordt getracht om het middel ook weer beschikbaar te krijgen voor de witlof. Wanneer dit europees weer is toegestaan kan het middel weer opnieuw worden aangevraagd voor de Nederlandse witlofteelt.
Delgosan ontsmetting van het bedrijf delgeco (www.delgeco.com) staat voor september op de agenda van CTGB voor een toelating als biocide.
Ronnie de Hoon
7 sept. 2011 Schaarste aan pennen verwacht
Er dreigt een schaarste aan pennen te komen dit jaar. Op vele plekken zijn de opkomsten tegen gevallen en zijn de gewasstanden niet altijd optimaal. Naar verwachting zullen er rond september tot kerst minste pennen beschikbaar zijn. Zo meldde Sjaak Gerardts tijdens een veldbijeenkomst voor de witloftelers.
In Frankrijk is ongeveer 1500 hectare minder gezaaid als in het voorgaande jaar. Dit is een verschil van meer dan 15%. In België zijn het vooral de vroege rassen die slecht zijn opgekomen door de weersomstandigheden. Maar ook in Nederland, in de Noordoostpolder is er veel wegval gevonden. De exacte reden van deze uitval is niet bekend, maar men vermoedt dat dit komt door een combinatie van zware regenval gevolgd door felle zon waardoor verbranding ontstaat. Al met al zullen er daardoor minder pennen gerooid kunnen worden en is schaarste te verwachten. En mogelijk zal dit ook zijn effect geven op de prijsvorming.
Roodlof
Om andere redenen dan de uitval in de Noordoostpolder is de gewasstand van een perceel roodlof tijdens de excursie ook niet optimaal te noemen. “Het perceel liet zich lastig bewerken vanwege de voorafgaande droogte” zo meldde de akkerbouwer op het perceel. De rugopbouw was moeizaam alsook het zaaien wegens de droogte, maar daarbij kent het perceel ook veel uitval vanwege het mindere zaad. Bij roodlof is het bekend dat de opkomsten moeizamer zijn. Het ras is vaak minder kiemkrachtig en kan onder moeilijke omstandigheden dan ook een matig perceel geven.
Kraaien en ganzen
“Om over de kraaien en ganzen nog maar niet te spreken” zo werd vervolgd. Want dit jaar was er op menig perceel veel schade van vogels. Vooral de ganzen hebben veel schade aangericht. De ganzen hebben dit jaar pas voor het eerst schade veroorzaakt in witlofpercelen in Zeeland. Toch gaf het faunafonds aan bij een ingediende schade dat men schade had kunnen verwachten in het betreffende gebied met een kapitaalintensief gewas als witlof.
Jocker
Het mooiste perceel dat werd bezocht moet toch wel het perceel met het ras Jocker geweest zijn. Menig teler verbaasde zich over de vroegheid van het perceel en de mooie gewasstand. Met een gemiddelde diameter van ruim 3 cm zijn de pennen al goed op maat aan het komen. Nog enkele weken, en het perceel kan al gerooid worden. Enkel het gewas gezond houden is hier van voldoende. “Dat doen we door iedere 8 dagen met 10 kg bitterzout te komen aan de basis” zo melde de voorlichter van Chiconsult. Het nieuwe trekseizoen beloofd zo veel goeds, mits men pennen heeft.
Ronnie de Hoon
Witlof van goede kwaliteit tot aan het winkelschap
Gemiddeld genomen is de kwaliteit van witlof in de Nederlandse afzetketen goed tot zeer goed. De kwaliteit loopt pas terug in het winkelschap. Verbeteren kan, maar dan moet er wel nog het nodige gebeuren.
In de periode van week 46 (2010) tot en met week 6 (2011) is de kwaliteit geïnventariseerd van witlof en spruiten in de afzetketen. Het project was aangevraagd door de Landelijke Kerngroep Witlof om zo een onpartijdige weergave te kunnen maken over het kwaliteitsverloop in de keten. Immers, we kennen allen de horrorverhalen en beelden van bedroevend slechte witlofkroppen in de winkel. Maar is dit altijd de oorzaak van de winkel, of begint dit eerder in de keten? En willen we met een van de betreffende partijen tot verbeteringen komen, dan zullen we onafhankelijk deze kwaliteit en versheid in beeld moeten brengen.
Om deze reden is het project “ inventarisatie van de kwaliteit in de afzetketen” uitgevoerd met financiering door de sector via het Productschap Tuinbouw en vereniging Spruiten Vooruit. Projectleider LTO Vollegrondsgroente.net heeft in samenwerking met Str3tch en AQS de kwaliteit geïnventariseerd bij vier ketens. Mede door de afgesproken anonimiteit van de betrokken partijen werd volledige medewerking gegeven aan het project. Begeleid door een commissie met witloftelers, spruitentelers en frugiventa werd het project gevolgd en geanalyseerd.
Verpakt witlof beter in kwaliteit
Uit de inventarisatie blijkt dat bij witlof de kwaliteit (kwaliteit beoordeeld volgens de oude kwaliteitsnormeringen van voor juni ’09) bij teler, handelshuis, distributiecentrum en de voorraad bij de winkels goed is. Echter bij controle van het winkelschap vind men vaak een verminderde kwaliteit, zoals ook blijkt uit de grafiek. De kwaliteit van het losse lof scoort gemiddeld genomen een 5,8. Het verpakte witlof blijft aanzienlijk beter van kwaliteit en varieert van 7 tot 8 op een schaal van 1 tot 10. Een aanbeveling voor een betere kwaliteit in het schap is dan ook om het witlof te verpakken. De oorzaak van het verschil stoelt op meerdere punten. Zo constateerde AQS dat bij het los verkochte lof de consumenten veel meer “ graaiden” door de bakken. Dit gebeurde minder bij het verpakte witlof. Al binnen het uur na uitstalling in het schap, was het al ‘chaos’ in het schap van de losse witlof, maar veel minder bij de verpakte witlof. Echter ook de geconditioneerde omstandigheden van het verpakte lof dragen bij aan de betere kwaliteit.
Producttemperatuur
AQS heeft tijdens zijn rondgangen ook gekeken naar de producttemperatuur in de gehele keten. Daar werden geen extreme waarden gevonden (wel bij spruiten). Gemiddeld zat de producttemperatuur van het verpakte lof op 7,4 graden Celsius. De losse kroppen zaten gemiddeld op 6,2 graden Celsius. De verpakking lijkt dus wel de temperatuur wat meer vast te houden. Echter weegt dit niet op tegen de voordelen: een gemeten betere kwaliteit.
Pitlengte
Op speciaal verzoek van de Landelijke Kerngroep werd er ook gekeken naar de pitlengte. Uiteraard konden kroppen niet doorgesneden worden en werd dus vanaf de buitenkant de pit beoordeeld. AQS bemerkte echter weinig kroppen waarbij de pitlengte boven de 60% zat. Vermoedelijk zal dit later in het seizoen wel vaker voorkomen, zo is de ervaring vanuit de begeleidingscommissie.
Terugkoppeling resultaten
De resultaten van het project zijn na de inventarisatie teruggekoppeld naar de deelnemende bedrijven. Opvallend was dat bij de retailers ruim tijd genomen werd om deze resultaten te bespreken. Dat terwijl het ‘slechts’ een enkel product in de winkel betreft. De besprekingen leidden ook tot verbetering. Zo was één keten structureel 1 tot 2 dagen langzamer in de logistieke aanlevering. Het bedrijf heeft dit concreet opgepakt en is bezig tot een aanpassing in het proces. Ook verpakking blijkt een overweging te worden bij enkele bedrijven. In hoeverre dit doorgevoerd wordt, zal moeten blijken.
Een consument wil immers vaak nog graag zelf zijn product uitzoeken.
Ronnie de Hoon
11 juli 2011 Grote variatie in Belgische rassenproeven
Ook in België worden rassenproeven uitgevoerd zoals in Nederland, ditmaal op het proefstation van Herent. Het proefstation voert jaarlijks de rassenproeven uit in opdracht van de Belgische telers.
In deze rassenproeven werden grote verschillen gevonden tussen de verschillende variëteiten. Voorlopig zijn de resultaten nog maar van 1 trekkerij en afkomstig van een perceel in Herent, waardoor nog niet gesproken kan worden van aantoonbare verschillen. Maar het geeft een eerste indicatie.
Enkele opvallende bevindingen:
Het ras Baccara komt er met betrekking tot kilo productie sterk naar voren. Met 16,5 kg/ 100 wortels in klasse I heeft het ras een grote voorsprong op de andere variëteiten. Vintor volg op de voet met
16 kg/ 100 wortels. Daarbij moet wel opgemerkt worden dat Proeftuin Herent de hoge opbrengsten gedeeltelijk verklaart door een eveneens grote relatieve pitlengte.
Opvallend in deze proef is de lage kilo opbrengst van het ras Crenoline met iets meer dan 10 kg/ 100 wortels in de klasse I. Opvallend, omdat in de Nederlandse rassenproeven het ras veelal aan kop loopt met het aantal kg. Wellicht is hier sprake van een trekafwijking, gezien ook het gehalte klasse II aan de hoge kant is. Wij vermoeden dan ook dat hier sprake is van een uitzondering.
De kroppen zijn vervolgens 7 dagen bewaard bij 12 gr. C. om de inwendige kwaliteit te beoordelen. Het ras Symphonie kwam er veruit het beste uit met de minste pitafwijkingen. Maar ook Topmodel en 2210 deden het goed. Verder werden er in de rassenproeven veel kroppen met rode pit gevonden. Deze roodverkleuring ontstond vaak pas na de oogst. Naast roodverkleuring werden er relatief veel appelpitten gevonden. Met name Metafora viel hierbij op. Crenoline had in deze proef de meeste holle pitten.
Ronnie de Hoon
Tijdelijk toegelaten middelen voor oplossing knelpunt witlofmineervlieg Ook in 2011 kunnen door de PD erkende knelpunten in de gewasbescherming opgelost worden door middelen voor een periode van maximaal 1 jaar een toelating voor een Dringend Vereist Gewasbeschermingsmidel (DVG) te geven. Het betreft vooral kleine teelten waarin weinig middelen zijn toegelaten met als doel de sectoren en de industrie de tijd te geven om tot een structurele oplossing te komen van een vastgesteld knelpunt. De lijst is weliswaar nog niet nog niet kompleet. Echter voor witlof telers is er goed nieuws. Perfecthion in witlof tegen de witlofmineervlieg Perfecthion mag in witlof worden toegepast t/m 30 september Aan de structurele oplossing voor oplossing van schade door witlofmineervlieg wordt op initiatief van de landelijke kerngroep witlof al een aantal jaren gewerkt. Het resultaat laat nog even op zich wachten tot die tijd werkt de middelencoördinator aan dit soort tijdelijke oplossingen. De inzet en de kosten die LTO Nederland maakt voor een effectief middelenpakket in de vollegrondsgroententeelt worden voornamelijk gefinancierd door de secotr via het Productschap Tuinbouw. Miriam Breedeveld
België steekt in op energiebesparing met enerpedia.be De witlof is te goedkoop en de energie is te duur. Een situatie die witloftrekkers al weer te lang meemaken. Het verhogen van de witlofprijs is een moeilijke opgave. Wellicht dat er nog iets te doen is met energiebesparing.
De Belgische overheidsinstanties vonden het in ieder geval zinvol om de tuinders in België te helpen met advies over energie. Energie produceren, energie gewassen en energie besparen zijn de drie peilers van de nieuwe website www.enerpedia.be. Met daarin een specifiek onderdeel voor de witlof.
Enerpedia is een online encyclopedie voor de agrarische sector over energie en is opgericht door de provincie West- Vlaanderen en het Provinciaal Centrum voor Landbouw en Milieu. De site dient continu actueel gehouden te worden door de organisaties. Maar ook ieder die ideeën heeft, of tips kan deze plaatsen in de bibliotheek op gelijke wijze als de site van wikipedia, waar deze site naar is vernoemd. Centraal staat de vraag: welke hernieuwbare energie is nu het beste toepasbaar op mijn bedrijf? Maar de site bied ook tips voor besparing van energie. Met zelfs een specifiek onderdeel voor witlof:
Waarschijnlijk zijn het geen nieuwe zaken, maar enkele reminders van waar je op kunt letten:
De koelinstallatie:
· Voor het behoud van de kwaliteit van witlof wortels worden deze bevochtigd. Vermijd echter overdreven ijsvorming bovenop de kisten. Een ‘berg’ ijs voor de verdampers heeft een sterke invloed op de luchtcirculatie in de koelcel. Door deze opstapeling van ijs zal er duidelijk meer energie nodig zijn om de gewenste temperatuur te bereiken.
· Houd condensoren schoon. Vuil in de condensoren zorgt voor een minder goede afgifte van warmte, met als gevolg een hoger energieverbruik.
· Verlichting die aangeschakeld wordt bij het openen van een koelcel (bv. door een bewegingssensor) blijft niet onnodig branden. Dit levert energiebesparing op, maar zorgt eveneens er voor dat de verlichting geen onnodige warmte produceert in de koelcel.
· Samen met het aanschakelen van de verlichting bij het openen van een koelcel, kan er ook gezorgd worden dat er geen koelacties zijn wanneer de poort geopend is en dat de ventilatoren stoppen met draaien.
· een frequentieregeling zorgt ervoor dat de compressoren slechts het vermogen leveren dat de koelinstallatie vraagt. Dit levert meestal een vrij grote energiebesparing op. Momenteel wordt onderzocht hoe groot de besparing is bij koelcellen voor de bewaring van witloofwortels.
· Een elektronisch expansieventiel zorgt voor een meer nauwkeurige sturing van het koelcircuit. Dit levert eveneens een energiebesparing op.
· Een heetgasontdooiing van de verdampers vraagt minder energieverbruik dan een elektrische ontdooiing. Bij een heetgasontdooiing wordt de warmte die normaal wordt afgevoerd via de condensors, gebruikt voor de ontdooiing van de verdampers. Nadeel van deze techniek is dat er minimaal twee verdampers in werking moeten zijn.
· De warmte die vrij komt bij de condensatoren, kan via een warmtewisselaar opgevangen worden en bv. gebruikt worden om de werkplek te verwarmen.
De trekkerij:
De forceerruimtes moeten voldoende geïsoleerd zijn. In de praktijk is het duidelijk dat het afsluiten van de afzonderlijke forceercellen met geïsoleerde deuren een duidelijk positief effect heeft op het witlof het dichtst bij de uitgang. Het energieverbruik zal eveneens dalen door de cellen goed af sluiten.
Bij de meeste witlofforceerinstallaties wordt het aanzuigen van buitenlucht gebruikt om energie-efficiënt te koelen of te verwarmen. Indien dit niet gebeurt, is het zinvol om na te gaan of het luchtbehandelingssysteem kan aangepast worden.
Voor meer tips, en tricks kun je kijken op de site: www.enerpedia.be
Ronnie de Hoon
29 april 2011 Kalium in de pen Het belang van Kalium in de witlofpen staat steeds meer onder de aandacht. Naast het belang van een goede voorraad stikstof in de pen zijn er steeds meer telers geïnteresseerd in de Kalium inhoud van de pen.
Chiconsult kijkt al enkele jaren naar de Kalium inhoud. Zo zijn er in de rassenproeven voor het tweede jaar demonstraties aangelegd waarbij men kijkt naar het effect van een extra Kalium gift op de uiteindelijke krop. In het eerste jaar leek hieruit vaak een effect te ontstaan op de kwaliteit van de krop. De proef wordt momenteel herhaald om het effect over meerdere jaren te bezien.
Ook in Belgie heeft men interesse in de Kalium hoeveelheid in de pen. Proeftuin Herent heeft dan ook het voornemen om hier een proef van aan te gaan leggen. Het doel is om de invloed van de kaliumvoorraad in de bodem en van de kaliumbemesting op de peninhoud te inventariseren. Het onderzoekscentrum wil deze kennis mee nemen voor het bepalen van de rooigeschiktheid van de pen.
Na het rooien wil men het effect van de Kalium, in beeld brengen op gebied van bewaring en het trekresultaat. Voor het onderzoek wil men samenwerken et o.a. APEF (Frankrijk) en POVLT.
Ronnie de Hoon
Onderzoek middelen sclerotinia bestrijding in het veld
Bovenaan de wensenlijst van de Landelijke Kerngroep Witlof staat een bestrijdingsmiddel tegen Sclerotinia. Bij voorkeur een middel dat in het veld te gebruiken is, zodat een besmetting bij de bron wordt bestreden.
Op dit moment is alleen het middel Rovral Aquaflo beschikbaar voor een toepassing bij het inschuren van de pennen en Flint op het veld. De kans dat aangetaste pennen van het veld de cel in worden gebracht is groot. Bij een zware aantasting kan dan de werking van Rovral te kort schieten.
Sclerotinia, ook wel rattekeutelziekte genoemd vanwege zijn zwarte opgedroogde bolvormige schimmeldraden , is een schimmel die vele haardplanten kent waardoor vruchtwisseling vaak geen effect heeft op het voorkomen van de ziekte. De schimmel komt met name voor na lange natte perioden en kan grote schade veroorzaken. Op het veld is een goede bestrijding vaak moeilijk. In sommige gevallen worden resultaten gehaald met het in te werken middel Contans.
De Landelijke Kerngroep heeft dan ook in 2010 een onderzoek laten starten door Proeftuin Zwaagdijk. Het onderzoek richt zich op potentiële nieuwe middelen die in andere teelten gevonden zijn. Verschillende objecten moeten een statistisch betrouwbaar resultaat geven over de efficiëntie van de potentiële middelen.
Vorig jaar zijn op praktijkpercelen in de Wieringermeer en de Noordoostpolder de proeven uitgezet. Na het zaaien is het perceel kunstmatig geïnfecteerd waarna een uniforme besmetting ontstond. In totaal werden er 4 middelen beoordeeld op hun effectiviteit.
Uit de eerste resultaten bleek dat er 2 experimentele middelen al op het veld een beter resultaat gaven ten opzichte van het middel Flint. De pennen zijn vervolgens in november gerooid waarna deze in december en januari op bakken werden gezet. Samen met de Landelijke Kerngroep Witlof zijn de resultaten bekeken, en ook hier kwamen de 2 middelen sterk naar voren.
De 2 middelen betreffen nieuwe werkzame stoffen en vormen daarmee een uitbreiding van het pakket. Echter voordat over gegaan kan worden op een aanvraag dient het onderzoek herhaald te worden om zo jaarinvloeden en overige factoren uit te kunnen sluiten. De Landelijke Kerngroep is blij met deze eerste resultaten en heeft dan ook haar goed keuring gegeven voor het vervolgen van dit onderzoek.
Ronnie de Hoon
Puntemissies
In de landbouw geldt sinds 1999 het lozingenbesluit. Om de kans op depositie (neerslag) van spuitnevel in oppervlaktewater te verminderen zijn teelt- en spuitvrije zones, driftarme doppen, luchtondersteuning en het gebruik van sleepdoek voorgeschreven langs oppervlaktewater. Door deze maatregelen is de depositie van spuitvloeistof door drift met 90% afgenomen. Helaas namen de normoverschrijdingen met veel minder dan 90% af. De drinkwaternorm ligt op 0,1 milligram per 1000 liter. Dit is vergelijkbaar met 0,5 milliliter product (met een concentratie van 500g/l) in een 50 meter zwembad. Het gaat dus om zeer kleine hoeveelheden. Naast de diffuse emissie door drift zijn er nog een groot aantal oorzaken van emissie. Dit zijn vaak puntlozingen.
Puntlozingen worden veroorzaakt door de emissie van spuitvloeistof of middel op één punt. De risico’s van puntemissie zijn groot op vul- en spoelplaatsen van spuitapparatuur. Als een spuit wordt gevuld kan er iets fout gaan, waardoor puur middel of een hoeveelheid spuitvloeistof wordt gemorst. Bij de ontsmetting van bollen of het behandelen van plantgoed op verhardingen kan lekwater in de sloot of het riool terechtkomen. Bij het schonen van producten als prei, peen of aardappel kunnen residuen van gewasbeschermingsmiddelen met het spoelwater naar sloot of riool worden afgevoerd en uiteindelijk in het oppervlaktewater terecht komen. Tijdens het spuiten raakt spuitapparatuur vervuild met gewasbeschermingsmiddelen. Ook dit is een bron voor puntlozingen. Om puntemissies te voorkomen of te beperken, kunt u het volgende
doen:
• Vul de spuit op een vloeistofdichte vloer en voer eventueel gemorste spuitvloeistof of middel af als chemisch afval;
• Voer fust van bestrijdingsmiddelen volgens de regels af;
• Bij het reinigen van de spuitapparatuur komen spuitrestanten op de grond, voorkom hierbij dat dit water in het riool of oppervlaktewater kan stromen;
• Stal spuitapparatuur op onverhard terrein of onder een overkapping;
• Restanten van spuitvloeistof die in de tank achterblijven mogen over de akker worden verspoten. Deze mogen nadrukkelijk niet op verhardingen of in het riool worden geloosd.
Bedenk steeds dat machines en producten die met gewasbeschermingsmiddelen in contact zijn geweest een bron van puntemissie zijn.
Bron:diverse
28 febr. 2011 Gebruikmaken van sterke eigenschappen en uitdagingen De tuinbouwsector is continu in beweging. Diverse partijen geven adviezen om teeltbedrijven klaar te stomen voor een positie in de keten. Hieronder volgt een opsomming van de constateringen uit diverse bronnen.
Naast een wispelturige consument zien we ook maatschappelijke ontwikkelingen die steeds meer vragen van de producent van groenten. De integratie in de keten is een andere ontwikkeling die meer en meer zichtbaar wordt. Een product als groente zal niet uit de winkelschappen en diverse verwerkte voedingsproducten verdwijnen, maar om te profiteren van de hang naar variatie bij consumenten en de extra euro’s die men te besteden heeft, zullen ketenpartijen nadrukkelijker op consumentenbewegingen moeten inspelen. Anders zullen veel groenten nog meer dan nu een commodity worden die slechts door een kleine groep telers rendabel geteeld kan worden. Maar gezond voedsel is hot, supermarkten willen zich met hun AGF-afdeling profileren en Nederland heeft goede teeltomstandigheden en een goed functionerend tuinbouwcomplex van teelt, verwerking en handel. Alle randvoorwaarden zijn in ieder geval
aanwezig om de Nederlandse volegrondsgroenteteler klaar te stomen voor de toekomst! Wat kan de individuele teler nu doen om zichzelf klaar te stomen voor de toekomst? Hieronder volgt een aantal opties. Iedere ondernemer moet uiteindelijk zijn beslissingen nemen op basis van wat hij of zij zelf wil, kan en mag.
Kennis is macht
Voor alle beslissingen die in het bedrijf genomen worden, of dit nu investeringen in nieuwe rassen, grondaankoop, uitbreiding van het bedrijf of mechanisering betreft, is het van belang inzicht in de kengetallen van het bedrijf te hebben zodat bepaald kan worden wat de invloed van een bepaalde beslissing hierop is. Het gaat hier om zaken als de precieze kostprijs van de vollegrondsgroenteteelt, de rendabiliteits- en liquiditeitsprognoses van het bedrijf enzovoort.
Kwaliteit leveren
Een goede kwaliteit van producten is een absolute basisvoorwaarde om het vertrouwen van afnemers niet te schaden. Alleen afdoende kwaliteit maken investeringen in promotie, productontwikkeling en verbetering rendabel.
Klant is koning
Het hele bedrijf zal meer en meer aangepast moeten worden aan wensen van afnemers. Dit vereist inzicht in wie de afnemers zijn, wat ze willen en waartoe ze wellicht verleid kunnen worden.
Visie op afzet
Er is visie nodig op hoe de verkoop van de oogst geregeld moet worden en hoe de prijsrisico’s het beste gemanaged kunnen worden. Afzet vooraf regelen geeft zekerheid. Spreiding over vrije markt, en contractteelt geven ook meer zekerheid en spreiding van risico’s.
Samenwerken
Het is al vaak gezegd, maar samenwerking kan voor veel uitdagingen en problemen echt een uitkomst zijn. Voor telers die in het bulksegment actief zijn kan samenwerking met collega’s eventueel zorgen voor meer schaalgrootte en daardoor eventueel minder kosten. Een voorbeeld is het samen aanschaffen van machines. Ook kan verdergaande samenwerking tussen bedrijven ervoor zorgen dat taken
tussen ondernemers beter verdeeld worden zodat ieders kwaliteiten optimaal worden benut. Samenwerking zou niet alleen tussen individuele telers moeten plaatsvinden, maar ook tussen andere bedrijven in de keten en aanverwante organisaties (veredeling, handel, verwerking, AGF-promotie). Telersverenigingen, brancheorganisaties en dergelijke zouden meer gezamenlijke initiatieven kunnen
nemen om de markt te bewerken en de belangen van de sector te behartigen.
Contacten in plaats van contracten
Contacten en netwerken worden belangrijker, zeker wanneer telers zich op een exclusiever marktsegment richten. Om het product succesvol in de markt te zetten, zullen contacten met diverse partijen binnen en buiten de eigen keten een must zijn. Bedrijven zullen in de toekomst sowieso vaker samenwerkingsverbanden aangaan met partijen binnen en buiten de sector, in Nederland maar ook daarbuiten. Veel van deze netwerken zijn tijdelijk om aan specifieke wensen van de klant tegemoet te komen. Voor het vinden van de juiste contactpersonen kan het nuttig zijn om cursussen en trainingen op dit gebied te volgen, beurzen te bezoeken, bedrijven in andere sectoren te bekijken, een kijkje te nemen bij exporteurs en supermarkten en bij de afnemers te informeren naar de tevredenheid. Ook van
collega-agrariërs in onder andere de glastuinbouw zou veel geleerd kunnen worden, bijvoorbeeld op het gebied van afzetgerichte telersverenigingen en de ontwikkeling van marktconcepten.
Ketenintegratie optie voor enkeling
Om een groter deel van de marge in de keten op het eigen bedrijf te realiseren, kunnen telers ook zelf gaan koelen, spoelen en verpakken. Dit vereist echter heel andere vaardigheden en contacten dan een teler doorgaans heeft. Bovendien is een minimale schaalgrootte nodig om deze activiteiten rendabel te kunnen exploiteren. Samenwerking met andere telers (eventueel van andere producten) en goede contacten met afnemers zijn noodzakelijk om de capaciteit te benutten en afnemers goed te kunnen bedienen.
Kosten in de keten omlaag bij bulkproductie
Vooral voor de vollegrondsgroenteteelt in het bulksegment geldt dat de marges in de keten structureel onder druk zullen blijven staan, onder meer door de blijvende dreiging van overaanbod en de toenemende macht van de georganiseerde detailhandel. Dit noodzaakt bedrijven door de gehele keten heen zeer kostenbewust te zijn. Het is geen sinecure om de kosten nog verder omlaag te brengen, maar het streven moet aanwezig zijn.
Denken in opbrengsten
Wie zich eenmaal op het pad van bulkproductie begeeft, komt terecht in een voortdurende wedloop van zo goedkoop mogelijk produceren. Dit is alleen voor de koplopers interessant; het peloton van vollegrondsgroentetelers kan deze wedloop uiteindelijk nooit winnen. Deze groep zou zich meer moeten gaan afvragen hoe men de opbrengsten kan verhogen in plaats van de kosten verder te verlagen.
Ronnie de Hoon
Consument laat witlof liggen
“6 Op de 10 kopers besluit soms om geen witlof te kopen vanwege een slechte kwaliteit in het schap. “ Daarbij zijn jongeren kritischer dan ouderen.
22% van de jongeren tussen 18 en 24 jaar laat REGELMATIG witlof in het schap liggen vanwege de slechte kwaliteit, maar liefst 17% van deze groep laat witlof VAAK in het schap liggen vanwege slechte kwaliteit. De jongeren zijn daarmee beduidend kritischer op kwaliteit dan ouderen. Dit blijkt uit een marktonderzoek dat het Productschap Tuinbouw heeft uitgevoerd in samenwerking met de Landelijke Kerngroep Witlof.
Als meest genoemde afwijking werd ‘bruine bladeren’ genoemd; 76%. Vervolgens werd in 42% van de gevallen ‘slap’ genoemd en werd zelfs in 19% van de gevallen ‘rot’ genoemd. Begrijpelijkerwijs kopen de meeste consumenten in deze situaties een andere groente. De echte ‘fans’ (26%) gaan naar een andere winkel om de witlof te kopen.
Al vaker is geconstateerd dat de kwaliteit in het schap niet voldoende is. zoals blijkt uit het onderzoek wordt hierdoor in enkele gevallen geen witlof gekocht waar dit normaal wel zou zijn. In eerdere onderzoeken is al aangetoond dat de meeste consumenten in de winkel pas beslissen welke groente zijn gaan kopen. De consument moet dan ook door het product verleid worden om witlof te kopen. Dit blijkt in een aantal gevallen door slechte kwaliteit negatief uit te pakken.
Ook in Belgie had men vermoedens dat de kwaliteit in het schap onvoldoende was. In 2010 hebben zij dan ook een onafhankelijk onderzoek laten uitvoeren naar de kwaliteit in het schap. Deze bevestigde het vermoeden. Na het onderzoek is LAVA in gesprek gegaan met verschillende retailformules om zo te werken aan een verbetering van de kwaliteit in het schap. Momenteel lopen daar verschillende gesprekken en projecten om deze kwaliteit te verbeteren.
Ook in Nederland loopt er momenteel een onafhankelijk onderzoek naar de kwaliteit in het winkelschap. Het erkende bureau AQS bezoekt momenteel frequent verschillende winkels van enkele winkelketens. Daarbij wordt ook verder terug in de keten de kwaliteit gecontroleerd. Ook hier moet nadien nagedacht worden over de vervolgstappen.
Voor een gezonde afzet, en ten minste een stabiele omzet, blijkt een goede kwaliteit noodzakelijk te zijn. Met name de visuele kwaliteit speelt daarbij een rol. Een steeds kritischer wordende consument zal daarbij de belangrijkste doorslag geven.
Ronnie de Hoon
Proeven Sclerotinia in witlof op het veld geslaagd
Afgelopen jaren zijn succesvolle proeven met het infecteren van Sclerotinia op de trekbak uitgevoerd. In voorgaande jaren bleek het lastig om witlof op het veld goed te besmetten met Sclerotinia. Hiervoor is echter een nieuwe methode ontwikkeld die in peen en witlof uitstekend werkt. In 2010 zijn op praktijkpercelen in de Wieringermeer en de Noordoostpolder proeven in witlof uitgezet. In augustus en september werden naast Flint een drietal experimentele middelen tegen Sclerotinia gespoten. Hierna werden de proefvelden kunstmatig geïnfecteerd, waarna een uniforme infectiedruk ontstond. Uit de beoordelingen van de aantasting bleek duidelijk een verschil in effectiviteit tegen Sclerotinia. Twee van de drie experimentele middelen waren op het veld al zichtbaar beter dan onbehandeld en Flint. De door telers via het PT gefinancierde proeven zijn in november gerooid. In december en januari worden de pennen op de trekbak gezet om de definitieve aantasting te beoordelen. Door op het veld de aantasting adequaat te bestrijden en daardoor gezonde pennen te oogsten hopen de witloftrekkers niet meer in de problemen te komen door deze ernstige ziekte. Jan de Lange; Proeftuin Zwaagdijk
Weinig uitschieters in witlof rassenproeven De witlof rassenproeven zijn afgelopen december weer uitgevoerd door drie trekkerijen in Nederland. Ondanks de drukke december maand stelden de trekkerijen hun bedrijf weer open voor hun collega’s en verzorgden nauwkeurig de trek van de verschillende rassen. Grote verschillen in de rassen werden niet gevonden en zo blijkt ook uit de opbrengsten. Sinds het trekseizoen 2007-2008 worden de rassenproeven uitgevoerd opgezet in samenwerking met Chiconsult. De invoering van de gelijke herkomst heeft ervoor gezorgd dat de rassen onderling vergelijkbaar werden en geeft nu voor het vierde seizoen op rij een beeld van de verschillende rassen. De Landelijke Commissie heeft de rassenproeven wederom uitgebreid met een extra element. Dit jaar is er voor gekozen om wederom te kijken naar het effect in de trekkerij door een extra Kalium gift in het veld. In het seizoen van 2009-2010 werden hier in enkele gevallen grote verschillen gezien op gebied van de kwaliteit van het lof. Reden te meer dus om te onderzoeken of dit een jaareffect was. In totaal stonden er 5 verschillende rassen in de rassenproef van december. Deze werd door Nickerson- Zwaan nog aangevuld met een bak Topscore vanuit een andere herkomst. De opbrengsten, gemeten in kropgewicht, gaven dit jaar echter weinig uitschieters. Dit zal menig witloftrekker die de bakken gezien heeft niet geheel verbazen. Evenals andere jaren is er wel een sterk effect te zien van de trekkerij, wat uiteraard samenhangt met het afzetdoel van de trekker. In de afbeelding bij dit artikel zijn de gemiddelde kropgewichten terug te vinden. Het ras Jadore, zonder extra Kalium heeft met 201 gram per krop het hoogste gemiddelde gewicht over alle trekkerijen gevolgd door Atlas met extra Kalium met 191 gram per krop. Deze hogere waarden worden echter alleen veroorzaakt door het opvallend hogere kropgewicht in Noord Holland. Bij de andere 2 regio’s worden deze extremen niet gevonden. Waarschijnlijk is hier dan ook geen sprake van een uitgesproken raseigenschap, maar een invloed van de trekkerij of een meetafwijking. De meeste rassen ontlopen elkaar niet sterk in kropgewicht. De houdbaarheidsproef, genomen bij de trekkerij in het zuiden, laat buiten roodverkleuring weinig afwijkingen zien. Alleen bij Ecrine, standaard bemest, werden enkele kroppen met Smet gevonden. Dit was tevens de partij met de langste pit met bijna 80% van de kroppen boven de 50% pitlengte. Tijdens de volgende rassenavonden zullen deze gegevens nog worden besproken. Deze vinden plaats op: Dinsdag 1 februari bij Rob de Boer, Spierdijk Woensdag 2 februari bij Marco van Aart, Breda Donderdag 3 februari bij Jan de Vries, Espel
Ronnie de Hoon
|