Gewasinfo sluitkool

7 sept. 2011

GeVierde jaar Sluitkoolplatform

Op zaterdag 17 september 2011 van 13:30 – 17:00uur vindt het vijfde sluitkoolplatform plaats op het demoveld op het bedrijf van Ruud Broersen
 
In het sluitkoolplatform dat in Warmenhuizen aan de Dergmeerweg is aangelegd wordt ook in 2011 een breed scala aan praktijkonderzoek voor sluitkooltelers toegankelijk gemaakt.
 
Het platform wordt georganiseerd op initiatief van Proeftuin Zwaagdijk in samenwerking met LTO Vollegrondsgroente.net, Sluitkool telersvereniging RoDeKo en Agrifirm / Cebeco. CAV Agrotheek is betrokken bij de proeven.
 
Tijdens de open middag worden er rondleidingen gehouden langs de proeven. Er zijn diverse proeven te bezichtigen:
-via het Productschap Tuinbouw
 * een tripsbestrijdingsproef,
 * een echte meeldauwproef,
 * een rassenvergelijking met diverse rassen
-een rotstrukken proef in spitskool en
-de resultaten van een koolgalmugproef uitgevoerd in broccoli.
 
Alle toegelicht op de middag zelf door Jan de Lange en medewerkers van proeftuin Zwaagdijk
 
- ook zullen dit jaar weer diverse proeven van Agrifirm en CAV-Agrotheek te zien zijn.
- in een proef onkruidbestrijding participeren de meeste producenten van gewasbeschermingsmiddelen.
- Telervereniging RoDeKo zal op deze dag een demonstratie met slakkenkorrels uitvoeren en de resultaten hiervan aan de bezoekers tonen.
 
Het sluitkoolplatform 2011 is nu voor het vierde jaar op rij een compleet en interessant geheel van proeven waarin vrijwel alle producenten van gewasbeschermingsmiddelen in Nederland participeren.
 
Tot ziens op zaterdag 17 September: 13:30 uur Warmenhuizen
 
Nico Bakker
 
 
 
2012: Coating, phytodrip of dummypil
 
“We moeten kiezen voor 2012”, daarmee doelde Paul Goorden (Cebeco Agrochemie) tijdens een excursie van LTO Vollegrondsgroente.net, op het uitblijven van Admire traybehandeling in 2012.
 
Dit jaar hebben we in de koolteelt nog een vrijstelling gekregen voor Admire traybehandeling. Met de komst van Movento is die kans in 2012 veel kleiner. We zullen dus als koolteler moeten kiezen voor alternatieve bescherming. De keuze moet gemaakt worden of we gaan voor gaucho coating, phytodrip of dummypil.
 
Al enkele jaren achtereen werd er door het CTGB een vrijstelling afgegeven voor Admire traybehandeling. Deze vrijstelling werd ieder jaar aangevraagd door LTO Nederland en was mogelijk vanwege een erkende knelpunt. Admire mocht daarbij 1 keer per jaar ingezet worden als traybehandeling in de periode vanaf 1 februari tot 30 juni. Met de komst van Movento en het gebruik van gaucho aan de basis is een erkenning van het knelpunt minder zeker. De koolteler moet dan ook dit jaar een keuze gaan maken tussen de alternatieven: phytodrip, coating of dummypil.
 
Vanuit LTO Vollegrondsgroente.net zal er overleg gepleegd worden met de verschillende zaadhuizen naar de mogelijkheden. Enkele vragen daarbij zijn o.a.:
·         Heeft coating een toxisch effect op de plant
·         Wat zijn de mogelijkheden bij de zaadhuizen
·         En wat zijn daar de wensen
 
Afhankelijk van de omstandigheden zal het gewasbeschermingplan er in 2012 anders uit zien als de voorgaande jaren. Met een goede keuze kan men echter ver komen.
 
Ronnie de Hoon
 
 
11juli 2011  Eerste resultaten al zichtbaar op sluitkoolplatform 2011
De open avond van op het sluitkoolplatform op 7 juni 2011 werd druk bezocht. Zo’n 40 man was aanwezig om diverse proeven van Proeftuin Zwaagdijk te bezichtingen. De avond werd begonnen met een onkruidbestrijdingsproef in opdracht van Dow via Agrifirm waarbij verschillende spuitschema’s met daarin Butisan, Centium, Lentagran en een nieuw middel, met elkaar werden vergeleken. In de spuitschema’s wordt gevarieerd met doseringen, combinaties en tijdstip van toedienen. De eerste resultaten van de proef waren al zichtbaar. De onbehandelde velden waren behoorlijk volgroeid met onkruid. Uit de eerste resultaten blijkt dat de bespuitingen met Butisan + Centium, 1 week na planten onkruid nagenoeg helemaal bestrijdt. In deze velden was nagenoeg geen onkruid te ontdekken. Alle spuitschema’s met Butisan 1 of 2 weken na planten toegediend gaven ook een schoon beeld met weinig onkruid. Met name Butisan presteerde dus goed.
Vervolgens werd de rassenproef in opdracht van diverse sluitkooltelers via het PT behandeld. In de rassenproef worden 12 cultivars met elkaar vergeleken waarvan 8 denen en 4 rode. Tussen de cultivars waren nog weinig verschillen in weggroei. Wel waren er verschillen tussen de cultivars in gevoeligheid voor Centium. Bij de Denen kool waren de verschillen het grootst. Dit jaar is de plantafstand 50x50 cm, gericht op de teelt van 36-ers.
De avond werd vervolgd met de bemestingsproeven van ‘Van Gent Van der Meer Nuyens’, welke twee proeven op het sluitkoolplatform heeft liggen. In de eerste proef werden biologische meststoffen met elkaar vergeleken. Een B!oFeed bemesting werd vergeleken met een bemesting met verenmeel en onbemest. De B!oFeed bemesting bestond uit B!oFeed Vast, toegediend vlak voor planten, B!oFeed Start en BioFeed Enzym toegediend in de plantvoor waarbij de stikstofgift bij beide objecten 120 kg N/ha was. In deze proef waren nog weinig verschillen zichtbaar.
In de tweede bemestingsproef werd een bemesting met Powerbasic vergeleken met een KAS-bemesting en onbemest. Van de Powerbasic bemesting werd 90% van het middel toegediend via de kouters en 10% in de plantvoor. Zowel bij de Powerbasic behandeling als de KAS behandeling werd 250 kg N/ha gegeven. Uit de eerste resultaten blijkt dat Powerbasic op deze wijze toegediend voor een goede weggroei zorgt waarbij de planten van de Powerbasic behandeling er beter bijstonden en groener waren dan onbemest. De KAS behandeling gaf gelijkwaardige resultaten als de Powerbasic behandeling en was ook beter dan onbemest.
Jos Bakker, Proeftuin Zwaagdijk

 

Lange bewaring sluitkoolrassen 2010
Op de sluitkoolavond in juni in Warmenhuizen werden de resultaten van de lange bewaring van de rassen uit 2010 getoond en besproken. Bij elk ras werden de meest opvallende raseigenschappen die op het veld en tijdens de bewaring naar voren kwamen op een rij gezet. De rassen waren op 20 mei 2010 op een afstand van 50*40 cm geplant in drie herhalingen. Bij 1 herhaling werd niet tegen trips of schimmels gespoten, twee andere herhalingen werden 7 oktober geoogst en bewaard. Na een eerste beoordeling eind februari werden de nog gezonde kolen tot begin juni in de koelcel gezet. De inwendige kwaliteit was in het algemeen goed! Hieronder staan de meest in het oog springende waarnemingen.
Na het planten en de onkruidbestrijding bleek dat nr 3389 van Seminis en Rescue van Syngenta wat gevoelig waren voor Centium. De geelverkleuring van de bladranden was na een maand echter bijna niet meer zichtbaar. Het ras onder nummer 3388 van Seminis bleek aantrekkelijk voor trips, terwijl dit beestje in de overige rassen weinig voorkwam.
In de onbespoten herhaling hadden Kilazol van Syngenta, 3389 en Resima van Rijk-Zwaan op 12 november een relatief hoog percentage kolen met Mycosphaerella, maar waren sterk tegen grauw. Storema van Rijk-Zwaan en Zenon van Syngenta waren met 30 en 20% van de kolen met grauw verhoudingsgewijs hiervoor het gevoeligst. Zenon was ook vatbaar voor echte meeldauw, net als CB 10084 van Sakata. De rode koolrassen Resima, Travero van Bejo, Rebecca van Syngenta en Rescue waren niet gevoelig voor echte meeldauw of grauw. Ook Sting van Nickerson-Zwaan en Kilazol waren sterk tegen echte meeldauw.
Sting, Kilazol, CB10084, Gilson van Nickerson-Zwaan, 3388, Risima en Rescue hadden tijdens de bewaring het minste rot (Botrytis). Inwendig hadden alleen CB10084 en 3388 met 8 en 9% wat last van een lichte mate inwendig zwart.
Qua productie hadden Storema en Zenon de zwaarste Denen kolen en had Rebecca de zwaarste rode kool. Al-met-al zaten er flinke verschillen tussen de rassen. De rassen in deze proef zijn gekozen door telers van RoDeKo en de landelijke kerngroep sluitkool van LTO en de proef werd door hen via het Productschap Tuinbouw gefinancierd.
Jan de Lange, Proeftuin Zwaagdijk

 

Puntemissies

In de landbouw geldt sinds 1999 het lozingenbesluit. Om de kans op depositie (neerslag) van spuitnevel in oppervlaktewater te verminderen zijn teelt- en spuitvrije zones, driftarme doppen, luchtondersteuning en het gebruik van sleepdoek voorgeschreven langs oppervlaktewater. Door deze maatregelen is de depositie van spuitvloeistof door drift met 90% afgenomen. Helaas namen de normoverschrijdingen met veel minder dan 90% af. De drinkwaternorm ligt op 0,1 milligram per 1000 liter. Dit is vergelijkbaar met 0,5 milliliter product (met een concentratie van 500g/l) in een 50 meter zwembad. Het gaat dus om zeer kleine hoeveelheden. Naast de diffuse emissie door drift zijn er nog een groot aantal oorzaken van emissie. Dit zijn vaak puntlozingen.

Puntlozingen worden veroorzaakt door de emissie van spuitvloeistof of middel op één punt. De risico’s van puntemissie zijn groot op vul- en spoelplaatsen van spuitapparatuur. Als een spuit wordt gevuld kan er iets fout gaan, waardoor puur middel of een hoeveelheid spuitvloeistof wordt gemorst. Bij de ontsmetting van bollen of het behandelen van plantgoed op verhardingen kan lekwater in de sloot of het riool terechtkomen. Bij het schonen van producten als prei, peen of aardappel kunnen residuen van gewasbeschermingsmiddelen met het spoelwater naar sloot of riool worden afgevoerd en uiteindelijk in het oppervlaktewater terecht komen. Tijdens het spuiten raakt spuitapparatuur vervuild met gewasbeschermingsmiddelen. Ook dit is een bron voor puntlozingen. Om puntemissies te voorkomen of te beperken, kunt u het volgende

doen:

• Vul de spuit op een vloeistofdichte vloer en voer eventueel gemorste spuitvloeistof of middel af als chemisch afval;

• Voer fust van bestrijdingsmiddelen volgens de regels af;

• Bij het reinigen van de spuitapparatuur komen spuitrestanten op de grond, voorkom hierbij dat dit water in het riool of oppervlaktewater kan stromen;

• Stal spuitapparatuur op onverhard terrein of onder een overkapping;

• Restanten van spuitvloeistof die in de tank achterblijven mogen over de akker worden verspoten. Deze mogen nadrukkelijk niet op verhardingen of in het riool worden geloosd.

Bedenk steeds dat machines en producten die met gewasbeschermingsmiddelen in contact zijn geweest een bron van puntemissie zijn.

Bron: diverse 

Aaltjes in kool

We hoeven er niet van te schrikken dat we in de koolgebieden te maken hebben met bietencysteaaltjes. Ze zijn er al vele tientallen jaren. In het verleden hebben we ze hardhandig aangepakt. Maar desondanks zijn ze er nog steeds. Inmiddels hebben we wel geleerd dat we ze niet koste wat het kost moeten bestrijden. U kunt er slim mee leren omgaan. Grondontsmetting en granulaten zijn immers duur en milieubelastend.
 
Hoge schadedrempel
Het witte bietencysteaaltje veroorzaakt schade in kool en in (suiker-)­ bieten. In kool is er veel minder onderzoek gedaan naar de schadelijkheid van bietencysteaaltjes dan in suikerbieten. Bij suikerbieten ligt de schadedrempel op 300 eieren en larven (e+l)­ per 100 ml grond. Voor kool ligt die schadedrempel aanzienlijk hoger. Bij spruitkool is gebleken dat de schadedrempel in de buurt van 700 e+l/100 ml grond ligt. Pas bij een populatie groter dan 1500 e+l/100 ml grond, is bestrijding met granulaat rendabel. Bij sluitkool ligt dit niveau nog hoger. Schade bij bloemkool en broccoli kan zich voordoen in te nauwe rotaties.
Streef naar laag niveau
Dat de schadedrempel in kool hoog ligt, wil niet zeggen dat bietencysteaaltjes geen aandacht vragen. Na de teelt van een gevoelig gewas ligt de populatie bietencysteaaltjes vaak boven de 5000 e+l/100 ml grond. In een bouwplan met veel waardplanten moet u er dus alles aan doen om in de jaren tussen twee gevoelige gewassen de populatie te laten dalen. Streef minimaal naar een niveau lager dan 1000 e+l/100 ml grond, kort voor aanvang van de teelt.
 
Beheersing
U kunt de aaltjes beheersen door te zorgen dat de populatie tijdens de teelt van een waardgewas niet te veel stijgt. Op dit moment lukt dit alleen nog maar bij suikerbieten. Hebt u als koolteler ook bieten in uw bouwplan dan kunt u de rassen ‘Paulina’, ‘Pauletta’ of ‘Annalisa’ gebruiken. Deze rassen zijn minder gevoelig voor bietencysteaaltjes en geven ook nog eens weinig vermeerdering. Teelt u alleen kool, dan kan de aaltjespopulatie alleen beheerst worden door de grond uit te laten zieken. U kunt bijvoorbeeld grond ruilen of huren in uw omgeving. Zo kunt u minder vaak met kool terugkomen op hetzelfde perceel. Er zijn altijd wel akkerbouwers bij u in de buurt die graag grond ruilen voor (poot)­aardappelen, uien, peen, bloembollen, e.d. Zowel voor u als voor de akkerbouwer is er vaak een win-win situatie te realiseren. Wie met een open vizier de polder in kijkt, ziet in zijn eigen omgeving hiervoor vast nog wel mogelijkheden. Kan uw bouwplan niet ruimer, maak dan gebruik van aaltjesresistente groenbemesters. Zaai na een vroeg ruimend gewas resistente gele mosterd of bladrammenas in. Ook hierdoor neemt de aaltjespopulatie af.
 
Tips
- Granulaten
Granulaten, zoals Vydate, beperken schade door aaltjes, maar bestrijden deze niet. Door de verlammende werking vertragen ze de vermeerdering van bietencysteaaltjes, waardoor de plant zich bij de start vlotter kan ontwikkelen. Tijdens de tweede helft van de teelt nemen de aaltjes toch weer snel toe, waardoor aan het einde van de teelt de populatie aaltjes weer vrijwel net zo groot is als zonder toepassing van granulaten.
- Groenbemesters
Zaai resistente groenbemesters zo vroeg mogelijk. Aaltjes worden door de stoffen die de wortels uitscheiden gelokt, maar kunnen zich niet vermeerderen en sterven af. Hoe intensiever de bodemdoorworteld is en hoe actiever de aaltjes zijn, hoe meer aaltjes er sterven. De aaltjesactiviteit is vooral afhankelijk van de bodemtemperatuur.
- Rassenkeuze
Bij spruitkool bestaat de indruk dat het ene ras veel beter met een hoge aaltjespopulatie kan omgaan dan het andere. Dit geldt bijvoorbeeld voor het late ras ‘Esperal’. De verklaring hiervoor is dat ‘Esperal’ nog vrij veel groei doormaakt in herfst en winter, perioden waarin aaltjes niet actief zijn. Hebt u alleen de mogelijkheid om spruitkool te telen op een perceel met een hoge populatie bietencysteaaltjes, kies dan een dergelijk ras.
 
Bron: duurzaamtelenbegintbijjou.nl
 
 
MOVENTO, een nieuw middel tegen moeilijk te raken insecten
 
Movento is een nieuw, volledig systemische insecticide behorend tot de groep van de ketoenolen met als werkzame stof spirotetramat. Het unieke werkingsmechanisme berust op de verstoring van de vetopbouw van insecten. Hierdoor is er geen kruisresistentie met andere insecticiden en is Movento dus een uitstekend middel in resistentie-management strategieën.

Movento wordt opgenomen in de plant en wordt zowel naar boven als naar beneden door de hele plant getransporteerd. Door deze unieke eigenschap zullen ook jonge onbehandelde bladeren, moeilijk te bereikbare delen van de plant en het wortelgestel van de plant uitstekend beschermd zijn. Movento heeft een zeer breed werkingsspectrum, en is effectief op o.a. bladluizen, wortelluis, melige koolluis, koolwittevlieg en koolgalmug
 
Spelregels voor toepassing Movento
-       MOVENTO bij voorkeur toepassen in een vroeg stadium van de ontwikkeling van een plaag
-       MOVENTO alleen toepassen op een actief groeiend gewas. Een verouderend of in stress verkerend gewas is niet goed in staat om de spirotetramat door de plant te verplaatsen, met onvoldoende opname door de insecten en onvoldoende afdoding tot gevolg.
-       Voor voldoende opname, MOVENTO alleen toepassen indien er voldoende blad aanwezig is.
-       MOVENTO apart toepassen, dus niet combineren met andere insecticiden, fungiciden, (blad)meststoffen of uitvloeiers.
 
Bij aantasting bladluis in kool.
·         Bij eerste aantasting bladluis starten met eerste bespuiting
·         Stel bij lage druk luis de bespuiting niet uit
·         Maximaal 2 bespuitingen met Movento per teelt
Dosering: 0,5 liter middel per hectare
 
 
Bij aantasting van koolgalmug in bloemkool en broccoli:
  • een behandeling van Movento uitvoeren in de 3-4de week na planten.
  • eventueel een tweede behandeling uitvoeren met een interval van 10-14 dagen.
  • In de eerste weken van de teelt een pyrethroide, zoals Decis toepassen
  • aan de basis een trayplaatbehandeling met Admire of een behandeling met Gaucho handhaven
Dosering: 0,5 liter middel per hectare
 
Nico Bakker
 
 

jan. 2011 Movento na veel inspanning toegelatenKop er bij houden en doorzetten. De toelating van Movento in diverse vollegrondsgroentegewassen is eindelijk voor elkaar. Niet zonder slag of stoot maar wel met resultaat. De samenwerking tussen landelijke kerngroep spruiten, middelencoördinator en fabrikant is er een van jaren die nu tot dit tevredenstellende resultaat leiden. De toelating van Movento is een voorbeeld van het belang van een goede focus van LTO op effectieve inzet van de middelencoördinator en de benutting van Productschapgeld voor financiering van onderzoeken en coördinator.Het is niet vaak dat een nieuwe stof wordt toegelaten zeker niet in de vollegrondsgroentesector. De geschiedenis van de toelating van Movento is er een van jaren. In het najaar van 2002 heeft de landelijke kerngroep spruiten van het huidige LTO Vollegrondsgroente.net op basis van grote problemen met witte vlieg een onderzoekswens geformuleerd waarin de zoektocht naar een goed middel tegen insecten werd gestart. In overleg tussen spruitentelers, LTO middelencoordinator en fabrikant Bayer zijn in 2003 en 2004 uitgebreide proeven weggelegd met financiering via het Productschap Tuinbouw. Op basis van deze onderzoeken is Movento dat toe nog als code in de onderzoeksrapportage is genoemd, aangewezen als effectief middel tegen witte vlieg.Vervolgens is een dossier opgebouwd dat voldoende is om een toelating bij het ctgb te verkrijgen. De middelencoordinator heeft vanuit zijn expertise gezorgd voor de volledigheid van gewassen op het etiket. Van de zogenaamde extrapolatiemogelijkheden waarin resultaten van spruiten te kopieren zijn naar andere gewassen is zoveel mogelijk gebruik gemaakt waardoor nu ook gewassen als Chinese kool en paksoi op het toelatingsetiket staan. Bayer heeft als eigenaar van Movento allerlei studies waaronder residustudies uitgevoerd en gefinancierd. Uiteindelijk is er een hele verzameling aan onderzoeken en studies verzameld om een dossier te vormen die nu tot toelating leiden.De toelating van Movento is een voorbeeld van de lange adem die nodig is om een toelating te realiseren. Snelheid en toelatingsbeleid zijn twee heel verschillende dingen. Contacten vasthouden met alle belanghebbenden en weten wat het einddoel is zijn erg belangrijk om tot resultaat te komen. Hier laat de toegevoegde waarde van de LTO middelencoordinator zich zien.Miriam Breedeveld

© alle rechten voorbehouden LTO vollegrondsgroente.net