Gewasinfo prei11 okt. 2011 Veilen zonder veilingklok Afgelopen tijd is er nogal wat te doen geweest over een moderne versie van de veilingklok. Of dat nu een 2.0 of 6024 versie is doet er niet zoveel toe. De artikelen op diverse plaatsen over de veilingklok doet me denken aan een discussie over prijsvorming die ik afgelopen zomer met een tuinder heb gehad. Deze had een beeld voor ogen waarin niet de klok maar een veilsysteem de basis zou moeten zijn voor de prijsvorming. Ik probeer het uit te leggen:
Product wordt virtueel aangeboden via een soort van marktplaats. Product wordt op naam en per hoeveelheid aangeboden plus de locatie waarvan geleverd wordt. Kopers kunnen inschrijven. De koper met de hoogste prijs voor een bepaald moment is eigenaar en kan de gekochte partij afhalen. Dit is niet zo spannend wat wel spannend is, is het volgende. Verkooptransacties tussen teler en handelaar worden ook via het virtuele veilsysteem verhandeld. De partij wordt aangeboden en wordt gekocht door of handelaar of teler. De prijs die via de virtuele klok wordt gemaakt is referent voor de prijs die in het echt wordt verrekend.
Voordeel van het systeem om zowel vrije handel als bemiddelingstransacties via het veilsysteem te laten verlopen is een volledig inzicht in het aanbod. Er is niet inzichtelijk over welke partijen reeds buiten het veilsysteem afspraken zijn gemaakt. Hierdoor blijft er spanning in de markt immers de koopkracht blijft aanwezig. Juist door het wegtrekken van de koopkracht via bemiddelingstransacties in tijde van de echte veilingklok, nam de spanning op de klok af en konden commissionairs wachten op zogenaamde ‘vangertjes’.
In dit virtuele systeem is het ook mogelijk om termijn transacties aan te bieden. Een aanbod met een eindtijd kan voor zowel telers als koper een bepaalde basis in de behoefte leggen. De prijs van een termijn transactie zal logischerwijs liggen op het langjarig gemiddelde in de aangeboden periode.
Technisch is dit allemaal mogelijk. Onzekerheden zitten niet zozeer in het vrije aanbod maar vooral in het aanbod dat al ‘een baas’ heeft. Wat zal de motivatie zijn van de teler om het reeds verkochte aanbod alsnog aan het veilsysteem aan te bieden en zelf weer terug te kopen? Zal het inderdaad zo zijn dat de teler meewerkt aan het creëren van inzicht in het totale aanbod?
Dit laatste is wel noodzakelijk om de spanning tussen vraag en aanbod te laten ontstaan. Wanneer een koper zekerheid heeft dat alle aangeboden partijen vrij product is, zal hij een andere prijsstelling neerzetten dan wanneer hij een vermoeden heeft dat 70% van het aanbod reeds ‘een baas’ heeft. De motivatie van een koper kan zijn dat hij een specifiek product met een bepaalde verpakking van een omschreven kwaliteit wil hebben. Het aanbieden van specifieke kwaliteiten zou ook mogelijk moeten zijn. Wanneer een koper rechtstreeks zaken wil doen, zal een teler er nog steeds voor moeten kiezen om dit aanbod in het veilsysteem te zetten. Dat moet hij wel zelf weer terugkopen voor de geldende marktprijs.
Een interessante gedachte waar wel haken en ogen aanzitten. Bij interessen van een kleine groep telers met een zelfde product is het de moeite waard om een pilot in te richten.
Wanneer er interesse is neem contact op met U(punt)Stoll(at)vollegrondsgroente(punt)net.
Ulko Stoll
Teelt uit de grond systemen in praktijk genomen
Het innovatieprogramma “teelt uit de grond” begint naast mooie onderzoeksresultaten ook in praktijksituaties door te ontwikkelen. Vier jaar geleden heeft de LTO Vakgroep vollegrondsgroenten in haar toekomstvisie geconstateerd dat de huidige teeltsystemen tegen het licht moeten worden gehouden. Vanuit deze visie is het innovatieprogramma “teelt uit de grond” ontwikkeld waarin wordt gezocht naar mogelijkheden om groente te telen los van de ondergrond. Reeds in het tweede jaar van onderzoek is gekozen om sterk te focussen op drijvende teelten. Zowel Proeftuin Zwaagdijk als PPO agv hebben een aantal leuke resultaten opgeleverd. Inmiddels zijn de resultaten dusdanig dat een aantal praktische telers de stap naar (semi)praktijkschaal hebben gezet. Met name de slasoorten als Lollo Rossa, Bionda, Frisee maar ook trio sla blijken in deze praktijksituatie goed te voldoen.
De volgende stap is ondertussen ook al gezet. Naast teelttechnische mogelijkheden worden ook de mechanisatie mogelijkheden uitgebouwd. Water is een perfect transportmiddel dus ligt het voor de hand om oogstrijp product te vervoeren naar ene vaste oogstplek. Hiervoor is een aantal mechanisatie stappen nodig; de drijvers uit de teeltbak naar de transportbak brengen en de drijver uit de transportbak halen zodat geoogst kan worden. Deze automatiseringslag is ontwikkeld en wordt beproefd. Het consortium Hydro…… heeft een totaal oplossing ontwikkeld voor teelt en automatisering.
Voor prei is de stap naar (semi)praktijkschaal nog niet gemaakt maar de interesse is er wel. Mogelijkheden in de markt zijn in de prei van groot belang om de stap naar een alternatief teeltsysteem te maken. Wellicht is er een ontwikkeling te maken naar specialties voor prei waar van “uit de grond teeltsystemen” gebruik wordt gemaakt. Inmiddels is de expertgroep prei van de “teelt uit de grond” objecten dusdanig gevuld met innovatieve ondernemers dat de stap naar praktijkuitvoering een logische volgende stap is. Mogelijkheden ligt bij een aantal innovatieve telers die voorop durven lopen en vooruit durven denken. Op deze pagina’s zullen de lezer van deze ontwikkeling op de hoogte houden.
Ulko Stoll
7 sept. 2011 Hergebruik van preiwaswater leidt tot aanzienlijke winst
Het waterverbruik bij het marktklaar maken van prei kan sterk oplopen. Soms wordt tot 816 m ³ /ha water verbruikt. Vanuit milieuoverwegingen is het belangrijk om deze hoeveelheid te reduceren. Hiervoor kan een gesloten wascircuit een oplossing bieden. Het waswater van prei is enerzijds bevuild met aardedeeltjes en heeft anderzijds een te hoge organische belasting door de wortel- en bladresten. Een goede zuivering werkt daarom in 3 stappen. Eerst worden de grootste wortel- en plantenresten afgescheiden, daarna worden de aardedeeltjes verwijderd en tenslotte wordt de zwevende en opgeloste organische vervuiling verwijderd.
Verwijderen van wortel- en plantenresten
Om slijtage aan pompen en verstoppingen aan wasdoppen te voorkomen, is het belangrijk om de wortel- en plantenresten zo snel mogelijk uit het waswater te verwijderen. Bovendien wordt zo bijhorende geurhinder en rotting vermeden. Meestal wordt voor deze afscheiding een fijn inox rooster gebruikt dat vlak boven de afvoergoot van de pelmachine geïnstalleerd wordt. Om de fijne worteldeeltjes ook tegen te houden, mag de diameter van de gaatjes in het rooster maximaal 1 mm zijn. Een sleepnet verwijdert regelmatig het preiafval van het rooster. Het waswater wordt ondertussen afgevoerd richting bassin. Indien een inox rooster om technische redenen niet mogelijk is, kan ook gewerkt worden met een zeefbocht. Bij een zeefbocht wordt met behulp van een vuilwater dompelpomp het water eerst over de zeefbocht gepompt. De grove deeltjes blijven achter op de zeefbocht terwijl het waswater eveneens afgevoerd wordt naar het bassin. In vergelijking met een inox rooster is het gebruik van een zeefbocht duurder door de hogere investeringskosten en het continu elektriciteitsverbruik maar het heeft wel als voordeel dat er meer zuurstof in het systeem wordt gebracht.
Afscheiden van aardedeeltjes
In een tweede stap worden de aardedeeltjes afgescheiden in een bassin. Meestal is dit opgebouwd uit een minimum van twee compartimenten: een bezinkingsbassin en een oppompbassin, beiden gescheiden door een overstortmuur. Het is belangrijk om het waswater zo rustig mogelijk in het bassin te laten lopen. Hiervoor wordt een verdeelgoot gebruikt. De grootte van het bassin is onder andere afhankelijk van de grond die gescheiden moet worden, het bodemtype en het waterverbruik van de installatie. Kies uw plaatsing van het bassin zo dat er geen vuil van omliggende percelen of bladafval in het bassin terechtkomt.
Wegzuiveren van de zwevende en opgeloste organische bevuiling
Voor het wegzuiveren van de zwevende en opgeloste organische bevuiling wordt een lavafilter gebruikt. Indien u 5000kg prei per week verwerkt, moet u minimaal 1,25 m³ lavastenen in uw filter hebben. Als het waswater veel kleideeltjes bevat, dan is het mogelijk dat de lavastenen na verloop van tijd verstoppen. Een ondergedompelde beluchtingsfilter kan hier een oplossing bieden. Het beluchten van het filter heeft als bijkomend voordeel dat het zuurstofpeil in het bassin tijdens inactieve periodes op niveau gehouden wordt, zodat anaerobe (zuurstof loze situaties) vermeden worden.
Een gesloten wascircuit vergt inderdaad een investering maar uw waterverbruik zal aanzienlijk dalen. Indien u levert onder kwaliteitslabels zoals Global Gap, dan moet de prei wel nog met drinkbaar water nagespoeld worden. Indien u als preiteler meer advies wenst rond een gesloten wascircuit, aarzel dan niet om contact op te nemen met de adviseurs.
Joan Bus
Tripsmelding service is actief
Al eerder op deze bladzijde is aandacht gevestigd op de tripsmeldingservice. Deze is op dit moment actief en geeft al weer een redelijk beeld van de tripsdruk in de diverse prei percelen. De tripsmeldingservice is een samenwerking tussen diverse partijen. In eerdere berichtgeving is onverhoopt een van de samenwerkingspartijen niet genoemd. Dat maken we bij deze goed om dat juist deze samenwerking veel waardering verdient. Uiteraard is ook Syngenta partij in de samenwerking voor de tripsmeldingservice.
Besef bij gebruik maken van deze tripsmeldingservice dat bestrijding van de eerste vluchten van groot belang is om de latere vluchten te kunnen beheersen. Meldingen van de tripsmelding service hebben altijd en doel. Ook bestrijding van deze eerste vluchten kan daarbij een gevolg zijn. Veelal zal bestrijding van de eerste vlucht een beter beheersbare druk van de latere vluchten tot resultaat hebben.
Ulko Stoll
Onkruid onderzoek
Onkruidbeheersing in prei is al jaren een zoektocht naar de goede combinatie van chemische en mechanische bestrijding. Een van de middelen die al jaren gebruikt wordt, is Chloor IPC. Nu staat de herregistratie van Chloor IPC op de planning. Dit is een reguliere activiteiten die er voor moet zorgen dat een toegelaten stof weer voorzien wordt van actuele dossiers. Voor Chloor IPC zitten er in de dossiers een paar gaten. Deze zijn veroorzaakt door aangepaste wetgeving. In de werkgroep effectief middelen pakket heeft onlangs een toelatingshouder aangegeven welke onderdelen van de dossiers nog gevuld moet worden. Daarbij is ook de vraag gesteld of de sector inspanning zou willen verrichten om deze dossiers te vullen. De middelen coördinator heeft inmiddels contact gezocht met omringende landen en heeft, zij het beperkt, aanknopingspunten gevonden om delen van het dossier met gegevens uit het buitenland te vullen. Dat neemt niet weg dat nog steeds onderzoek moet worden gedaan om het dossier te vullen. Inmiddels worden er concreet acties gezet om tot dossier vorming te komen door een gecertificeerd onderzoekscentrum.
Het valt te prijzen dat toelatingshouders contact zoeken om samen met de sector tot oplossingen te komen. De kosten van toelatingen zijn dermate hoog maar vooral de economische perspectieven erg laag dat kleine gewassen alleen door dit soort samenwerking tot toelatingen kunnen komen.
Besef dat Chloor IPC voor 2011 feitelijk al verboden had kunnen zijn, maar dat nu een administratieve verlenging is verleend omdat het CTGB nog niet in staat is geweest om de herregistratie te beoordelen.
Actie is noodzakelijk. Gelukkig is de middelen coördinator samen met werkgroep middelen in staat om de problemen van de teelt op waarde te schatten.
Ulko Stoll
11juli 2011 Ziek en zeer
Het groeiseizoen is in volle gang. Zoals ieder seizoen zijn er weer ziekten en plagen die extra aandacht nodig hebben. Hieronder een aantal actuele aandachtspunten.
Droog
Het voorjaar stond in het teken van droogte en beregenen. Zelfs voor dat er geplant kon worden werden de percelen nat gemaakt om de grondbewerkingen en het ponsen van de gaten mogelijk te maken. Door vooraf te beregenen zakt de grond goed aan op de ondergrond zodat van capillaire opstijging op sommige gronden nog wat sprake kan zijn. De bedrijven die met het planten gelijk een water gift mee geven, hadden weinig tot geen problemen met het aanslaan van de planten. Alle planten sloegen aan en groeide dankzij de mooie temperaturen goed weg. Wel moest er veelvuldig beregend worden om de prei door te laten groeien. Was de capaciteit er om frequent te beregenen dan lijkt de opbrengst van de prei goed. Genoeg capaciteit is in deze omstandigheden weer zeer belangrijk gebleken, om een continue hoge opbrengst te realiseren.
Trips bestrijding
De trips bespuitingen met een spuit met luchtondersteuning geeft een goed resultaat op de trips bestrijding. Zorgen dat de middelen goed in het gewas kunnen komen is bij trips bestrijding erg van belang.
Wanneer beregenen?
Achteraf zijn sommige percelen te laat beregend of is per keer te weinig beregend of is er te weinig herhaald. In de bloembollenteelt wordt een perceel soms wel 9 keer beregend. Enkele kwekers maken bij het bepalen wanneer het rendabel is om een beregening uit te voeren, gebruik van software gekoppeld aan bodemsensoren die in het gewas zijn geplaatst. Op basis van wortelontwikkeling, vochtspanning en weersverwachting wordt een advies uitgebracht. Een goedkoper en handig hulpmiddel is een vochtspanningsmeter. Zo kan snel bepaald worden of het nodig is om te beregenen en als er beregend moet worden welk perceel prioriteit moet krijgen. In groentegewassen zoals prei kan dit een handig hulpmiddel zijn.
Joan Bus
Tripsmelding service is constructieve samenwerking tussen diverse partijen
In 2011 kan de preiteler ook weer gebruik maken van de tripsmelding service. De tripsmelding service geeft inzicht in de tripsdruk op basis van een aantal fatoren zoals de gemeten temperaturen, de gemeten hoeveelheid neerslag én de daglengte en toetst dit aan de levenscyclus van de trips. Op basis van deze factoren wordt zonodig een melding gemaakt op het moment dat een trips schade kan geven en een bestrijding zou moeten worden uitgevoerd.
De tripsmelding service is een samenwerking tussen BASF, Bayer, Dow agro en Dacom. Het valt te prijzen dat deze partijen elkaar gevonden hebben in een gestructureerde aanpak om tripsschade te beperken. Juist dit soort samenwerking leidt tot een goede aanpak en uiteindelijk tot verantwoorde inzet van middelen voor een rendabele teelt. Naar de omgeving toe is dit soort samenwerking een sterk signaal om te laten zien dat duurzaamheidsaspecten in de sector niet alleen een thema is in visies maar daadwerkelijk tot actie brengen en slim gebruiken.
Ulko Stoll
Stikstofdynamiek belicht: NDICEA
Afgelopen jaren is het een en ander aan onderzoek gedaan naar methoden om in de grond aanwezige N te voorspellen. Een van de best uitgewerkte modellen is het NDICEA model. Nitraatrichtlijn en kwaliteitseisen uit de markt zullen meer en meer druk leggen op het gebruik van stikstof door de planten.
Bemestingsplan
Als teler van vollegrondsgroentegewassen bent u primair geïnteresseerd in de vraag of er komend seizoen voldoende stikstof beschikbaar zal zijn voor uw gewassen om de beoogde opbrengsten te kunnen realiseren. U maakt daarbij gebruik van uw ervaring, van inschattingen en van berekeningen. In deze berekeningen betrekt u of uw adviseur de verwachte stikstofnalevering van voorvrucht, groenbemester en organische mest van voorgaand seizoen, en u verrekent de werkingscoëfficiënt van geplande organische bemestingen. Dan blijven er toch nog drie onbekenden over:
• Hoeveel stikstof levert de bodem zelf?
• Kloppen de cijfers uit de tabellen voor stikstofnalevering voor mijn bodem, mijn percelen?
• Wat is de invloed van het weersverloop op de stikstofbeschikbaarheid?
Deze drie onbekenden kunnen in beeld komen door gebruik te maken van het computerprogramma NDICEA, ontwikkeld door Louis Bolk Instituut en Wageningen UR. U maakt in dit programma gebruik van tenminste twee jaar voorgeschiedenis en van actuele, regionale weersgegevens. Samen met enkele N-mineraal metingen als toetssteen levert dat betrouwbare en perceelspecifieke informatie op. Hiervan kunt u gebruik maken bij het opstellen van het bemestingsplan, zowel gewasgericht als vruchtwisselinggericht. De N-efficiëntie van uw bemesting kunt u ermee verhogen.
Werking van het model NDICEA.
Mineralisatie van stikstof uit humus en uit recent aan de bodem toegevoegde organische stof zoals gewasresten, groenbemesters en organische mest is een proces van jaren. Het cumulatieve effect kan flink
oplopen. Bij gebruik van NDICEA wordt minstens twee jaar voorgeschiedenis meegenomen: geteelde gewassen en groenbemesters en alle uitgevoerde bemestingen. Per soort organische stof rekent het programma vervolgens in stappen van één week uit wanneer hoeveel stikstof beschikbaar komt. Daarbij wordt rekening gehouden met
• de soort organische stof en het stikstofgehalte ervan;
• de grondsoort, zoals textuur en pH;
• temperatuur en neerslag.
De beschikbaar komende stikstof wordt gezet naast de verwachte stikstofopname door het gewas, en daarmee is meteen de primaire vraag van de teler belicht: krijgt mijn gewas voldoende stikstof ter beschikking?
Korte en lange termijn
Naast dit korte termijn belang kunt u met NDICEA ook zicht krijgen op twee zaken op langere termijn: waar en wanneer verlies ik stikstof, en hoe zit het met de bodem organische stof op termijn? Verliezen van stikstof treden met name op door uitspoeling en daarnaast door denitrificatie. Denitrificatie is meestal veel geringer dan uitspoeling, en denitrificatie is moeilijk door teeltmaatregelen te beïnvloeden. Uitspoeling daarentegen is in principe tot op zekere hoogte stuurbaar en sturen begint met inzicht waar sturen nodig is. De informatie daarover levert NDICEA. Het sturen zelf kunt u ‘droog’ oefenen: door aangepaste teeltmaatregelen in het programma in te voeren en het resultaat te vergelijken met de oorspronkelijke situatie.
Leerzaam.
Ook de echt lange termijn, namelijk het verloop van het organische stofgehalte, wordt in beeld gebracht. Als blijkt dat u een dalende tendens op uw percelen heeft kunt u ook hier ‘droog’ oefenen: wat zou de
bijdrage zijn van de introductie van een groenbemester, van stro inwerken, van compostgiften? Intikken, doorrekenen, beoordelen: 5 minuten en u bent wat wijzer geworden.
Perceel kalibratie
De uitslag van een computermodel wordt betrouwbaarder als die uitslag getoetst wordt aan de werkelijkheid. Deze toets kan binnen NDICEA plaatsvinden door op uw percelen N-mineraal metingen uit te voeren. Het niveau N-mineraal is op ieder moment het resultaat van wat er bij komt (mineralisatie, neerslag, bemesting) en wat er verdwijnt (denitrificatie, uitspoeling, gewasopname, immobilisatie ), en dat is de kern van NDICEA. U bent misschien gewend in het voorjaar een N-mineraal meting uit te laten voeren. Om NDICEA perceelspecifiek te kalibreren heeft u minstens drie metingen verspreid over het jaar nodig. Als blijkt dat het model het verloop van N-mineraal goed beschrijft kan het volgende jaar volstaan worden met een check vlak voor zaaien of poten.
Benodigde informatie
Het computerprogramma is zo opgezet dat u in één oogopslag ziet welke informatie er van u gevraagd wordt: regio, bodemeigenschappen, opeenvolgende gewassen en uitgevoerde of geplande bemestingen. De informatie, die u invult weet u uit het hoofd of kunt u terugvinden in de bedrijfsadministratie. Er zijn geen aanvullende metingen nodig,
Waarom gebruiken?
U kunt er wijzer van worden als u het programma gaat inzetten. Als u gebruik maakt van de volle 170 kg per hectare uit dierlijke mest die toegestaan is, dan zal NDICEA u vooral tonen waar en wanneer de verliezen door uitspoeling van stikstof plaatsvinden. Indien u gemotiveerd bent om te zoeken naar mogelijkheden om de verliezen te beperken kunt u dat deels binnen NDICEA verkennen. Het effect van de introductie van een groenbemester kunt u snel aflezen. Het effect van een verminderde mestgift, in geval van een teelt waarbij de stikstofbeschikbaarheid ruim boven de behoefte ligt, kunt u echter niet direct aflezen. U kunt wel zien of er rekenkundig nog genoeg stikstof beschikbaar zal zijn en u kunt ook zien of de uitspoeling afneemt, maar u kunt niet zien of de opbrengst overeind blijft. Dat kan het model niet uitrekenen. Daar kunt u misschien wel zelf een inschatting van maken: hoeveel stikstofbuffer in de grond heeft dit gewas nodig om lekker te kunnen blijven groeien? Wat weer wel kan is een berekening maken van wat er zou gebeuren als het 25% of 50% boven normaal zou regenen. Deze extreme weersomstandigheden kunt u instellen als test: kan mijn bouwplan tegen extra neerslag, of gaat er dan zoveel stikstof door uitspoeling verloren dat de verwachte opbrengst in gevaar komt? Als u juist heel zuinig bemest en iedere kilo stikstof telt, kan het model u helpen in de fijnafstemming. Schuiven van gewassen in de rotatie of timing van de bemesting kunt u achter uw bureau doorrekenen om vervolgens het beste alternatief in praktijk te testen.
Doen of laten doen
Het programma kunt u zonder kosten ophalen vanaf www.ndicea.nl. Daar staat ook een handleiding en andere aanvullende informatie. Dat is voldoende om er zelf mee aan de slag te kunnen gaan.
Verzameld door Nico Bakker
29 april 2011 Toelating van Boxer® uitgebreid Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden heeft in zijn vergadering van 23 maart jl. besloten de toelating van het middel Boxer uit te breiden.
Boxer is een onkruidbestrijdingsmiddel op basis van de werkzame stof prosulfocarb. Boxer was al toegelaten in een aantal gewassen waaronder wintertarwe en wintergerst, aardappelen en uien en mag nu ook toegepast worden in bosuien, wortel, prei en knol- en bleekselderij. Boxer bestrijdt zowel eenjarige grassen als breedbladige onkruiden.
Toepassing in prei
Het product 7 tot 14 dagen na het uitplanten toepassen, of bij zaaien het product voor-opkomst toepassen.
Dosering: 5 liter Boxer per hectare.
Opmerkingen:
- Er is geen ervaring met de toepassing in zaaiprei. In verband met de gewasveiligheid de bespuiting uitstellen als veel neerslag wordt verwacht. - Het middel alleen toepassen bij optimale bodemomstandigheden. - Een toepassing op lichte grondsoorten verhoogt het risico.
Syngenta crop protection
Innovaties in ’t kwadraat van start
In de KRW-pilot “Innovaties in ’t kwadraat” werken innovatieve bedrijven en telers samen aan een duurzamer teeltsysteem voor prei aardbeien. De bedrijven Koppert Biological Systems, WUR-PRI BV, DLV Plant BV, Clean Light BV, PG Kusters BV, Grenzeloos VOF, Aptiva S.A.R.L. brengen diverse innovatieve technieken in. De bedrijven gaan deze uitdaging aan samen met acht prei- en aardbeitelers in Brabant.
Belangrijke vragen die in de pilot aan de orde komen, zijn: Hoe kan het combineren van innovaties een maximaal effect geven? In hoeverre kunnen de innovaties elkaar versterken en samen de beoogde waterkwaliteit realiseren? En net zo belangrijk: Levert dat ook een kwalitatief goed product en besparingen op voor de telers?
Bij de toepassing van de innovatieve technieken wordt gewerkt volgens de stappen van geïntegreerde gewasbescherming:
1. Inzetten op preventie van ziekten en plagen en verhogen van de plantweerstand door te werken aan optimale conditie van bodem en gewas
2. Starten met goed waarnemen van de ziekte of plaag met nieuwe analysetechnieken.
3. Waar mogelijk inzetten van niet-chemische bestrijding van onkruid, ziekten en plagen
4. Chemisch ingrijpen indien nodig, met innovatieve spuittechniek met sterk verminderde input en emissie.
5. Zuiveren van waterreststromen die toch vervuild zijn geraakt, voordat lozing plaats vindt.
Innovatieve technieken die worden ingezet, zijn:
- Bodemschat, dat aan de hand van structuurelementen, bodemleven, humus en verkruimelbaarheid adviezen geeft om de grond duurzaam te verbeteren;
- De aaltjeswijzer, voor het herkennen van aaltjesschade en de beheersing daarvan;
- Antagonistische schimmels (met name Trianum);
- Biologische plaagbestrijding;
- UV-belichting ter bestrijding van schimmelziekten;
- Sensorgestuurde spuittechniek CDS, die doseert naar hoeveelheid en plaats;
- Kvik-Up mechanische wortelonkruidbestrijding.
In 2011 en 2012 zal de pilot gedurende het teeltseizoen lopen en kunnen telers komen kijken op de pilotbedrijven of de vorderingen volgen via vakbladen en websites van de partners.
CLM en DLV Plant begeleiden het project met ondersteuning van onder andere de waterschappen Brabantse Delta en De Dommel, de provincie Noord-Brabant, LTO Vollegrondsgroente.net, de ZLTO en Agentschap NL. Het project wordt financieel ondersteunt vanuit het Innovatieprogramma Kaderrichtlijn Water.
Innovatie in het kwadraat
Puntemissies
In de landbouw geldt sinds 1999 het lozingenbesluit. Om de kans op depositie (neerslag) van spuitnevel in oppervlaktewater te verminderen zijn teelt- en spuitvrije zones, driftarme doppen, luchtondersteuning en het gebruik van sleepdoek voorgeschreven langs oppervlaktewater. Door deze maatregelen is de depositie van spuitvloeistof door drift met 90% afgenomen. Helaas namen de normoverschrijdingen met veel minder dan 90% af. De drinkwaternorm ligt op 0,1 milligram per 1000 liter. Dit is vergelijkbaar met 0,5 milliliter product (met een concentratie van 500g/l) in een 50 meter zwembad. Het gaat dus om zeer kleine hoeveelheden. Naast de diffuse emissie door drift zijn er nog een groot aantal oorzaken van emissie. Dit zijn vaak puntlozingen.
Puntlozingen worden veroorzaakt door de emissie van spuitvloeistof of middel op één punt. De risico’s van puntemissie zijn groot op vul- en spoelplaatsen van spuitapparatuur. Als een spuit wordt gevuld kan er iets fout gaan, waardoor puur middel of een hoeveelheid spuitvloeistof wordt gemorst. Bij de ontsmetting van bollen of het behandelen van plantgoed op verhardingen kan lekwater in de sloot of het riool terechtkomen. Bij het sch`onen van producten als prei, peen of aardappel kunnen residuen van gewasbeschermingsmiddelen met het spoelwater naar sloot of riool worden afgevoerd en uiteindelijk in het oppervlaktewater terecht komen. Tijdens het spuiten raakt spuitapparatuur vervuild met gewasbeschermingsmiddelen. Ook dit is een bron voor puntlozingen. Om puntemissies te voorkomen of te beperken, kunt u het volgende
doen:
• Vul de spuit op een vloeistofdichte vloer en voer eventueel gemorste spuitvloeistof of middel af als chemisch afval;
• Voer fust van bestrijdingsmiddelen volgens de regels af;
• Bij het reinigen van de spuitapparatuur komen spuitrestanten op de grond, voorkom hierbij dat dit water in het riool of oppervlaktewater kan stromen;
• Stal spuitapparatuur op onverhard terrein of onder een overkapping;
• Restanten van spuitvloeistof die in de tank achterblijven mogen over de akker worden verspoten. Deze mogen nadrukkelijk niet op verhardingen of in het riool worden geloosd.
Bedenk steeds dat machines en producten die met gewasbeschermingsmiddelen in contact zijn geweest een bron van puntemissie zijn.
Bron:diverse
Onkruidbestrijding in prei
De basis voor een goede onkruidbestrijding in prei is een bodembehandeling zo vroeg mogelijk na planten (als de plantgaten voldoende dicht zijn), gevolgd door een contactbehandeling ongeveer 4 weken na planten. Voor de bodembehandeling ongeveer 7 tot 10 dagen na het planten is metazachloor (Butisan S) meestal het basisherbicide. Pendimethalin (Stomp) kan hieraan toegevoegd worden, maar de toegevoegde waarde van dit middel is afhankelijk van de aanwezige onkruidflora (Stomp heeft een goede werking tegen melganzenvoet, amarant, veelknopigen maar is onvoldoende tegen kruiskruid). ioxynil / ioxynil octanoaat / ioxynil-octanoaat (Totril) heeft ook een toelating, een middel met een contactwerking, wat dus een goede toegevoegde waarde heeft als het onkruid al in het kiemlobstadium staat (0,25 l /ha). Als de bodem voldoende vochtig is, geeft Stomp wel een betere werking op enkele specifieke onkruiden. Een viertal weken na planten kan er op grotere onkruiden terug gekomen worden met pyridaat (Lentagran 45 WP), wat een zeer goede contactwerking geeft.
Ook kan pyridaat (Lentagran 45 WP) aangevuld worden met Butisan S en/of Stomp, om nog eens een bodemwerking te hebben tegen nog kiemend onkruid.
Chloor IPC heeft onlangs een administratieve verlenging gekregen tot september dit jaar. De reden voor deze verlenging is het niet tijdig kunnen beoordelen van het dossier t.b.v. de herregistratie door het CTGB.
Enkele tips in verband met onkruidbestrijding in prei
- Bodemherbiciden (Butisan S) moeten vroeg toegepast worden (1 week na planten);
- Butisan S mag op zandgronden met 3-4% humus niet aan een hogere dosis dan 2 l/ha
toegepast worden;
- zorg ervoor dat de plantgaten goed dicht zijn door bijvoorbeeld aan te gieten na het
planten;
- pas bodemherbiciden toe op een gesloten, fijnkruimelige en vooral vochtige grond;
- Butisan S in prei : zorg ervoor dat de planten goed zijn aangeslagen en dat de wortels
in de plantgaten bedekt zijn!
Bron: Provinciaal Proefcentrum voor de Groenteteelt, Kruishoutem
28 febr. 2011 Vroege Vorst goed voor bodemstructuur Dit jaar is de structuur door de vroege winter naar het nu lijkt sterk verbeterd. De grond heeft lekker op kunnen vriezen en is gezien de omstandigheden goed de winter uit gekomen. De winter is echter nog niet voorbij en er kan nog van alles gebeuren de komende weken. Zorg ervoor dat deze zoveel mogelijk intact blijft. Ga niet te vroeg het land op om een grondbewerking uit te voeren en wacht rustig af.
Dichte storende lagen, nauwelijks bodemleven, ondiepe beworteling, land dat lang nat blijft en weinig poriën zorgen voor een slechte structuur. Bemesting, de juiste pH en aanvoer van organische stof dragen positief bij voor een optimale structuur. Maatregelen die u zelf kunt nemen welke een goede structuur bevorderen is ook minder diep ploegen of uitvoeren van niet kerende grondbewerking. Zo zorgt u ervoor dat de zuurdere grond niet bovenin de bouwvoor terecht komt. Grondbewerking onder de juiste omstandigheden is tevens belangrijk. Voer de grondbewerkingen onder droge omstandigheden uit, dit voorkomt dat de poriën worden dichtgesmeerd tijdens het bewerken.
Zware machines met een hoge bandendruk zijn funest voor de structuur. Zwaardere machines zullen ingezet blijven in verband met de capaciteit ervan. Wel kunt u werken met lagedruk banden. Dit uit zich ook in euro’s; er is minder brandstof nodig bij dezelfde bewerking met lagedruk banden.
Nico Bakker
Gewis in vollegrondsgroente
Gewis staat voor “Gewasbescherming En Weer Informatie Systeem”. Gewis is een computerprogramma dat u helpt het juiste spuitmoment te bepalen bij de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen. Er bestaat een sterke relatie tussen het weer en het effect van gewasbeschermingsmiddelen. De weersomstandigheden rondom het moment van de bespuiting bepalen het verschil tussen een geslaagde en een mislukte bespuiting.
Hoe werkt Gewis
Het adviessysteem Gewis berekent aan de hand van de weersgegevens het meest optimale spuitmoment. Hiermee voorkomt u dat uw gewas schade oploopt door een bespuiting op het verkeerde moment. Omdat u kunt spuiten op het meest geschikte moment, kunt u in veel gevallen ook een lagere dosering aanhouden. U bespaart dus middel en het risico op gewasschade neemt af.
Weerstation
Het Gewis-programma maakt gebruik van gegevens die verkregen worden via een weerstation in de regio. Deze worden via internet van het weerstation opgehaald. Het weerstation meet continu het microklimaat in het gewas en registreert de waarden per uur. Gewas- en bodemtemperatuur, luchtGewis in vollegrondsgroente vochtigheid in het gewas, neerslag en windsnelheid in de afgelopen dagen zijn van grote invloed op de toestand van de plant tijdens het spuiten (mate van afharding, blad droog of nat, groeisnelheid etc.). Gewis verwerkt deze gegevens bij het bepalen van het advies.
Weersverwachting
Gewis is gekoppeld aan het landbouwweerbericht voor de regio. Met deze gegevens wordt een inschatting gemaakt of ook na de bespuiting aan de weersvoorwaarden voor een effectieve toepassing van het middel wordt voldaan. Denk hierbij aan een buitje na toepassing van een bodemherbicide, groeizaam weer in de dagen na toepassing van een groeistof, of voldoende hechting bij toepassing van een contactfungicide.
Effect van een bespuiting
Wat de ideale omstandigheden voor een bespuiting zijn, wordt bepaald door allerlei specifieke eigenschappen van het middel: werkingsmechanisme, werkzame stof, formulering etc. Het gewisprogramma heeft een databank waarin alle eigenschappen van de bestrijdingsmiddelen zijn opgeslagen. Als u een bepaalde bespuiting wilt uitvoeren, kiest u het betreffende middel uit de lijst. Op basis van de weersgegevens berekent Gewis hoe die processen verlopen, dus wat het relatieve effect van de bespuiting is. Het effect van een werkzame stof wordt weergegeven in een grafiek over de periode van eergisteren t/m overmorgen. Per uur leest u af of de omstandigheden gunstig, gemiddeld of ongunstig zijn (zie voorbeeldgrafiek). Zo krijgt u op een eenvoudige wijze inzicht in de weersomstandigheden in relatie tot het bespuitingeffect. Bespuitingen onder ongunstige omstandigheden, met als gevolg een onvoldoende effect van het middel of zelfs gewasschade, kunt u zo vermijden.
Tips
Bij ‘groen’ spuiten: Probeer onder zo optimaal mogelijke omstandigheden te spuiten. Het programma Gewis geeft dit weer in een grafiek met de kleur groen. U kunt Gewis ook heel goed gebruiken als controle. Heeft u bepaalde bespuitingen gepland, kijk dan naar de Gewisadviezen en doe vervolgens (kleine) bijstellingen. Het programma werkt vaak ondersteunend op uw eigen gevoel en inschatting van de spuitomstandigheden.
Zelf beslissing nemen: Gewis geeft een advies voor het juiste spuitmoment. Het is natuurlijk aan uzelf om daar gepast mee om te gaan. Sommige bespuitingen dulden geen uitstel vanwege bijvoorbeeld de onkruidsituatie. Daarnaast moet de bespuiting wel passen in uw werkplanning.
Middelenkeuze: Onder specifieke weersomstandigheden kunnen middelen, die normaal niet de eerste voorkeur hebben, wel eens beter geschikt zijn. Als een middel dat u bij voorkeur gebruikt volgens Gewis maar matig effectief is, kijk dan eens naar de adviezen voor alternatieve middelen.
Terugkijken: Met Gewis kunt u terugkijken op al gedane bespuitingen. Door een goed of slecht resultaat te koppelen aan de beoordeling van Gewis kunt u op dit gebied veel kennis opdoen. Gewis stelt u in staat om gemakkelijker af te stappen van uw vaste gewoontes. Het programma zal u leren dat bepaalde vuistregels (bijvoorbeeld dat het beter is om ‘s avonds te spuiten) lang niet altijd opgaan en zeker niet voor alle middelen gelden.
Bron: Agrovision
Eerste resultaten fertigatie en plantdichtheden proef herfstteelt Vredepeel 2010
PPO heeft in 2010 voor het derde jaar een fertigatie en plantdichtheden in een herfstteelt prei uitgevoerd op haar proefbedrijf in Vredpeel. Vergeleken zijn rijenbemesting en fertigatie bij 2 bemestingsniveaus (advies en 70% advies) en 3 plantdichtheden: 166 000 planten ha (plantverband 75 x 8 cm), 208 000 (60 x 8) en 250 000 (50 x 8 en 40 x 10). Tussen de twee vorstperioden door is de fertigatieproef prei half december gerooid. Een eerste indruk van de opbrengsten bij de verschillende plantdichtheden staat in de figuur. De fertigatieproef is onderdeel van het innovatieprogramma "teelt uit de grond" van de LTO vakgroep vollegrondsgroente. Het fertigatieonderdeel is gefinancierd met sectorgeld geïnd via het Productschap Tuinbouw. Voorlopige korte conclusies. Fertigatie geeft stelselmatig een iets hoger opbrengst klasse 1 dan rijenbemesting, maar alleen bij 250.000 planten per ha is dit verschil statistisch betrouwbaar. Een lagere bemesting (70% advies) gaf bij 166.000 planten/ha geen lagere opbrengst. Een verhoging van het plantgetal van 166.000 naar 208.000 planten/ha met fertigatie verhoogt in 2010 de opbrengst klasse 1 fors met ruim 5 t/ha. Het gemiddeld plantgewicht gaat daarmee wel naar beneden. Verhoging naar 250.000 stuks gaf een wisselend beeld. Bij 250.000 planten per ha gaf de plantverband 40*10 cm 6,5 t/ha meer opbrengst en een zwaardere stuksgewicht dan 50 *8 cm. Een plantverband van 40 x 10 cm is voor planten en oogsten echter praktisch nog lastig. De cijfers van 2010 worden in de komende maanden verder verwerkt samen met de resultaten uit 2008 en 2009. Op basis van deze 3 proefjaren zullen definitieve conclusies getrokken worden over de effectiviteit van fertigatie en plantdichtheden op de opbrengst, kosten en milieuprestaties. Wordt vervolgd.
Nieuwe ontwikkelingen zoals tripsvoorspeller en plaatsspecifiek spuiten bieden kansen voor duurzame preiteelt. Studenten van het Grafisch Lyceum Utrecht filmden op de preidag in oktober deze nieuwe ontwikkelingen. DLV Plant, PRI en CLM tonen de kansen voor duurzame preiteelt met behoud van gewaskwaliteit en met middelbesparing. Bekijk de film op Nieuwe film: duurzame preiteelt met tripsvoorspeller en plaatsspecifieke spuit. Jos Wilms en Kees van Wijk, PPO-AGV
Veilen zonder veilingklok Afgelopen tijd is er nogal wat te doen geweest over een moderne versie van de veilingklok. Of dat nu een 2.0 of 6024 versie is doet er niet zoveel toe. De artikelen op diverse plaatsen over de veilingklok doet me denken aan een discussie over prijsvorming die ik afgelopen zomer met een tuinder heb gehad. Deze had een beeld voor ogen waarin niet de klok maar een veilsysteem de basis zou moeten zijn voor de prijsvorming. Ik probeer het uit te leggen: Product wordt virtueel aangeboden via een soort van marktplaats. Product wordt op naam en per hoeveelheid aangeboden plus de locatie waarvan geleverd wordt. Kopers kunnen inschrijven. De koper met de hoogste prijs voor een bepaald moment is eigenaar en kan de gekochte partij afhalen. Dit is niet zo spannend wat wel spannend is, is het volgende. Verkooptransacties tussen teler en handelaar worden ook via het virtuele veilsysteem verhandeld. De partij wordt aangeboden en wordt gekocht door of handelaar of teler. De prijs die via de virtuele klok wordt gemaakt is referent voor de prijs die in het echt wordt verrekend.
Voordeel van het systeem om zowel vrije handel als bemiddelingstransacties via het veilsysteem te laten verlopen is een volledig inzicht in het aanbod. Er is niet inzichtelijk over welke partijen reeds buiten het veilsysteem afspraken zijn gemaakt. Hierdoor blijft er spanning in de markt immers de koopkracht blijft aanwezig. Juist door het wegtrekken van de koopkracht via bemiddelingstransacties in tijde van de echte veilingklok, nam de spanning op de klok af en konden commissionairs wachten op zogenaamde ‘vangertjes’.
In dit virtuele systeem is het ook mogelijk om termijn transacties aan te bieden. Een aanbod met een eindtijd kan voor zowel telers als koper een bepaalde basis in de behoefte leggen. De prijs van een termijn transactie zal logischerwijs liggen op het langjarig gemiddelde in de aangeboden periode.
Technisch is dit allemaal mogelijk. Onzekerheden zitten niet zozeer in het vrije aanbod maar vooral in het aanbod dat al ‘een baas’ heeft. Wat zal de motivatie zijn van de teler om het reeds verkochte aanbod alsnog aan het veilsysteem aan te bieden en zelf weer terug te kopen? Zal het inderdaad zo zijn dat de teler meewerkt aan het creëren van inzicht in het totale aanbod?
Dit laatste is wel noodzakelijk om de spanning tussen vraag en aanbod te laten ontstaan. Wanneer een koper zekerheid heeft dat alle aangeboden partijen vrij product is, zal hij een andere prijsstelling neerzetten dan wanneer hij een vermoeden heeft dat 70% van het aanbod reeds ‘een baas’ heeft. De motivatie van een koper kan zijn dat hij een specifiek product met een bepaalde verpakking van een omschreven kwaliteit wil hebben. Het aanbieden van specifieke kwaliteiten zou ook mogelijk moeten zijn. Wanneer een koper rechtstreeks zaken wil doen, zal een teler er nog steeds voor moeten kiezen om dit aanbod in het veilsysteem te zetten. Dat moet hij wel zelf weer terugkopen voor de geldende marktprijs.
Een interessante gedachte waar wel haken en ogen aanzitten. Bij interessen van een kleine groep telers met een zelfde product is het de moeite waard om een pilot in te richten.
Wanneer er interesse is neem contact op met U(punt)Stoll(at)vollegrondsgroente(punt)net.
Ulko Stoll
Teelt uit de grond systemen in praktijk genomen
Het innovatieprogramma “teelt uit de grond” begint naast mooie onderzoeksresultaten ook in praktijksituaties door te ontwikkelen. Vier jaar geleden heeft de LTO Vakgroep vollegrondsgroenten in haar toekomstvisie geconstateerd dat de huidige teeltsystemen tegen het licht moeten worden gehouden. Vanuit deze visie is het innovatieprogramma “teelt uit de grond” ontwikkeld waarin wordt gezocht naar mogelijkheden om groente te telen los van de ondergrond. Reeds in het tweede jaar van onderzoek is gekozen om sterk te focussen op drijvende teelten. Zowel Proeftuin Zwaagdijk als PPO agv hebben een aantal leuke resultaten opgeleverd. Inmiddels zijn de resultaten dusdanig dat een aantal praktische telers de stap naar (semi)praktijkschaal hebben gezet. Met name de slasoorten als Lollo Rossa, Bionda, Frisee maar ook trio sla blijken in deze praktijksituatie goed te voldoen.
De volgende stap is ondertussen ook al gezet. Naast teelttechnische mogelijkheden worden ook de mechanisatie mogelijkheden uitgebouwd. Water is een perfect transportmiddel dus ligt het voor de hand om oogstrijp product te vervoeren naar ene vaste oogstplek. Hiervoor is een aantal mechanisatie stappen nodig; de drijvers uit de teeltbak naar de transportbak brengen en de drijver uit de transportbak halen zodat geoogst kan worden. Deze automatiseringslag is ontwikkeld en wordt beproefd. Het consortium Hydro…… heeft een totaal oplossing ontwikkeld voor teelt en automatisering.
Voor prei is de stap naar (semi)praktijkschaal nog niet gemaakt maar de interesse is er wel. Mogelijkheden in de markt zijn in de prei van groot belang om de stap naar een alternatief teeltsysteem te maken. Wellicht is er een ontwikkeling te maken naar specialties voor prei waar van “uit de grond teeltsystemen” gebruik wordt gemaakt. Inmiddels is de expertgroep prei van de “teelt uit de grond” objecten dusdanig gevuld met innovatieve ondernemers dat de stap naar praktijkuitvoering een logische volgende stap is. Mogelijkheden ligt bij een aantal innovatieve telers die voorop durven lopen en vooruit durven denken. Op deze pagina’s zullen de lezer van deze ontwikkeling op de hoogte houden.
Ulko Stoll |