Gewasinfo peen

Grotere kans op zwarte vlekken op peen?
 
De grove peen oogst is her en der gestart en nu maar afwachten of de peen welke straks in de bewaring gaat gevrijwaard blijft van schimmelziekten. Naast Sclerotinia en Botrytis kunnen ook de “zwarte vlekken” schimmels de kwaliteit van de peen schaden. Deze schimmels bevinden zich in de grond en liften mee in de opperhuid van de peen of in de aanhangende grond de bewaring in. Na verloop van tijd verschijnen dan de zwarte vlekken op peen.
 
Of er zwarte vlekken gaan optreden hangt ten eerste af van de aanwezigheid van de schimmels in de grond. In hoeverre de weeromstandigheden van afgelopen periode hier invloed op zullen hebben is nu nog de vraag maar dat er op sommige percelen een grotere kans op bewaarziekte is lijkt aannemelijk. Want het weer speelt een grote rol. De zwarte vlekken schimmels hebben vocht nodig om actief te worden. Bij droogte blijven ze in rust en bij teveel water in de grond ook. Het dan ook onvoorspelbaar ho of het uitpakt dit bijzonder jaar.
 Als de penen regelmatig kunnen doorgroeien tijdens het seizoen, zonder stilstand of groeispurten, dan zijn ze minder vatbaar voor ziekten. Hoe ouder de peen is, hoe minder goed zijn afweermechanisme werkt. Daarom is na de oogst een goede bewaring van groot belang om dit aftakelingsproces te vertragen.
 
In september zijn een aantal penen met zwarte koppen gesignaleerd in een aantal proefpercelen. Chalaropsis bleek hiervan de veroorzaker. Het kan erop duiden dat een aantal “zwarte vlekken” schimmels zeer actief zijn in de grond.
Als er zwarte vlekken veroorzaakt door schimmels optreden, neem dan maatregelen bij het spoelen van de penen, om infectie van andere peen partijen te voorkomen.
 
Nico Bakker
 
Moeilijke omstandigheden dit najaar
 
De oogst van bewaarpeen komt door de natte weersomstandigheden moeizaam op gang.
Gemiddeld vallen de opbrengsten tot heden toe niet tegen.
De geoogste peen is echter niet overal even gezond en dat is een ongunstige uitgangspositie om de bewaarperiode mee in te gaan. Het is daardoor raadzaam om monsters van uw partij tijdig te controleren om toekomstige problemen in de bewaring voor te blijven.
 
De telers in Nederland beleven weinig plezier aan hun peenoogst. Er kan door de geringe vraag en weeromstandigheden mondjesmaat gerooid worden. Ook met de kwaliteit is het niet overal rozengeur en maneschijn waarbij de invloed van het vele water duidelijk zichtbaar is. Naar verwachting zal dit in de omliggende landen ook wel voorkomen en zal de opbrengst mogelijk ook iets lager zijn.
 
Het is een must om indien u langdurig gaat bewaren dat u op het oog gezonde peen de bewaarruimten in brengt. In de lange bewaarperiode kunnen echter alsnog problemen de kop op steken. Een tijdige partijcontrole kan veel ellende voorkomen. Door regelmatig van iedere partij een monster te wassen, kunt u bepalen welke partij het eerste afgezet moet worden. U kunt ook een monster gedurende 2 maanden wegzetten in een warme en vochtige ruimte van maximaal 20 ºC. Dit versnelt het verouderingsproces van de peen, waardoor eventuele problemen eerder zichtbaar worden. Onthoud: tijdige controle voorkomt teleurstellingen, ook als het gaat om peen uit de koelcel.
Vanuit uw sector vind op dit ogenblik onderzoek plaats om voor peentelend Nederland een toets te ontwikkelen om de vitaliteit van uw pas gerooide peen aan te kunnen duiden. Hierdoor moet het over een aantal jaren mogelijk zijn om te vertellen hoe de geoogste peen zich verhoudt tov van andere percelen waardoor voor u de keuze makkelijker wordt om aan te geven welke peen langdurig bewaard kan worden. De toets wordt door de fima Nsure op dit moment ontwikkeld.  
 
Op diverse locaties heeft u de afgelopen week kunnen kijken welke nieuwe rassen er aan komen en hoe deze zich verhouden tov van de huidige rassen. De proefvelden van oa Bejo Zaden toonden een groot aantal variëteiten en veel belovende B-peen voor bewaring: Natuurlijk ontbraken de bekende rassen Nerac, Narbonne, Nairobi en Nipomo niet.
Gebruik de verzamelde gegevens van deze proeven én die van uw eigen percelen om uw rassenkeuze voor volgend jaar te maken. let hierbij op Breuk- en scheurgevoeligheid, bewaarkwaliteit en uniformiteit dit zijn belangrijke aspecten. Het meest doorslaggevend blijft natuurlijk de betrouwbaarheid van een ras over meerdere jaren. Daarom: kies voor rassen waar u veel ervaring mee heeft en probeer nieuwkomers uit op kleinere schaal.
 
Nico Bakker
 
 
 
onderzoek naar bestrijding wortelvlieg
 
De eerste resultaten van het onderzoek naar en bestrijding tegen wortelvlieg in peen en een alternatief voor dimethoaat ter bestrijding van wortelvlieg in Peen zijn door proeftuin Zwaagdijk verwerkt. Proeftuin Zwaagdijk heeft in samenwerking met de Groene Vlieg een proef in een perceel in Dongen en omstreken aangelegd om hierin de resultaten van diverse mogelijk nieuwe middelen te beoordelen op hun werking tegen wortelvlieg. Ook worden de middelen vergeleken met de resultaten van dimethoaat om zo een goed beeld te krijgen naar de mogelijkheden voor een optimale bestrijding. Op dit moment is het nog niet te zeggen of dimethoaat behouden blijft voor 2012. LTO vollegrondsgroente.net blijft hier volop mee bezig en zal zich blijven inzetten voor behoud van dit middel voordat er een alternatief voor handen is.
 
Op dit moment wordt er vanuit het onderzoek in samenwerking met LTO en enkele fabrikanten gewerkt aan het verkrijgen van voldoende gegevens om een toelating van een nieuw middel ter bestrijding van wortelvlieg in de wortelteelt te krijgen. De landelijke kerngroep Peen wil hiermee bewerkstelligen dat een mogelijk middel eerder beschikbaar komt voor peen-telend Nederland. En niet alleen van een fabrikant afhankelijk zijn, zij ziet er de noodzaak van in om onderzoek te laten verrichten naar mogelijke alternatieven. Het onderzoek zal worden uitgevoerd door Proeftuin Zwaagdijk en De Groene Vlieg en wordt gefinancierd door de sector via het Productschap Tuinbouw.
 
In de komende periode zullen de eerste resultaten van de praktijkproeven worden uitgewerkt en aan u worden verzonden middels deze Gewasinfo. Bijgevoegd ziet u de eerste resultaten van aantasting en de hoogte van de druk in de schema’s. Met de resultaten van dit onderzoek hoopt de sector te kunnen aansluiten bij onderzoek van fabrikanten om zo een mogelijke nieuwe toelating te versnellen.
 
Nico Bakker gewasspecialist peen
LTO Vollegrondsgroente.net
 

 

Peen, teeltseizoen 2011-2012: een eerste indruk
 
Nu de eerste peen in verschillende delen van Nederland is geoogst en verwerkt, kan het geen kwaad om een korte indruk te geven van de aanvang van het seizoen. Wat komen we tot nu toe tegen en op welke zaken in de toekomst kunt u als teler op tijd anticiperen?
 
Vroege productie
Net als in vele andere gewassen is de eerste peen vroeg geoogst. Dit komt niet in de laatste plaats door de omstandigheden die al vroeg goed waren, waardoor er op sommige plekken begin maart en zelfs eind februari al gezaaid kon worden. Hoewel ook deze peen last gehad heeft van de lang aanhoudende droogte lijkt er tot op heden weinig aan te merken op de kwaliteit en opbrengst van de jongste peen van Nederlandse bodem. Dat het hierbij peen betreft van goed beregende percelen is geen verrassing: regelmatig water geven was het devies in het extreem droge voorseizoen.
 
Traditioneel hadden de teler in het zuidoosten van Nederland de primeur. Hier waren de meeste percelen al in februari gezaaid en vervolgens bedekt met acryl of plastic. Daarnaast is deze peen vaak ook gezaaid op vroege zandgronden waar men kan beregenen. Allemaal factoren die er voor zorgen dat ze in dit deel van Nederland altijd als eerste rooien. Dit jaar zelfs 10 dagen eerder dan normaal.
 
Peen voor de bewaring
Hoewel de vroege peen zonder veel noemenswaardige problemen zijn eindbestemming gaat halen, lijkt er in de later gezaaide percelen wat meer aan de hand te zijn. Primaire boosdoener lijkt daarbij de aanhoudende droogte geweest te zijn, waardoor op diverse percelen de opkomsten matig zijn geweest.
 
Het beeld binnen Nederland is als zeer wisselend te omschrijven. Op plekken waar voldoende water op de juiste momenten is gevallen, zijn de opkomsten goed te noemen. Dat is met name in de provincie Groningen en delen van de IJsselmeerpolders het geval. Desondanks heeft men ook op deze plekken, soms bij harde wind, moeten beregen waardoor lelijke korstvorming is ontstaan met alle gevolgen van dien. In de Wieringermeerpolder zijn de opkomsten wisselend geweest, maar gemiddeld genomen staan ook hier voldoende planten per strekkende meter. De grootste problemen lijken zich in Zeeland voor te doen, waar men niet heeft kunnen beregenen door een gebrek aan zoet water. En beregenen is op deze plekken juist het verschil geweest tussen een goede en een matige opkomst.
 
Anticiperen op toekomstige problemen
Nu het water hier en daar in grote hoeveelheden naar beneden komt, doet u er goed aan om wateroverlast te voorkomen. Nederland blijft immers een land dat gekenmerkt wordt door grote hoeveelheden neerslag. U kunt dat bijvoorbeeld doen door te zorgen voor een goede afwatering in uw perceel. Dit kan door middel van een greppel voor en achter op uw perceel, uw drainage open te houden, en duikers vrij en uw sloten gemaaid te houden. Ook kunt u bij goede omstandigheden een woelpootje tussen uw ruggen doorhalen.
 
Verder bestaat bij overvloedige regenval het risico dat uw ruggen verslempen. U kunt dat als teler voorkomen door uw ruggen te schoffelen en/of aan te aarden. Hierdoor houdt u de ruggen voldoende zuurstofrijk, waardoor u problemen als ringrot langer buiten de deur houdt. Verder vereenvoudigt het de opname van elementen en stimuleert het de groei van de peen. Bijkomend voordeel is dat u met deze handeling ook de ontwikkeling van Sclerotinia actief tegengaat.
 
Daarentegen is het aanaarden en schoffelen op sommige gronden niet aan te bevelen. Vooral op humusarme en slempgevoelige gronden zijn deze handelingen niet zonder risico, omdat er losse grond tegen de rug wordt aangewerkt waardoor deze als een spons zal fungeren en juist water zal vasthouden. Ook wanneer het wortelgestel en/of loof van de peen te ver zijn ontwikkeld, willen wij u afraden de ruggen te gaan bewerken omdat het risico op beschadiging te groot is.
 
Bewaarpeen in Europa
Graag nemen wij ook een kijkje in de “keuken” van onze buren. Als we het kanaal oversteken kunnen we constateren dat er in Engeland 10% minder peen voor bewaring is gezaaid waarbij ook daar problemen zijn geweest bij de opkomst. Ook in zowel Duitsland als België is er minder peen voor bewaardoeleinden gezaaid. En u raadt het al: ook in deze landen is de opkomst niet op alle plekken goed geweest door droogte en de onmogelijkheid van beregening.
 
Rassen en hun prestatie
Over de prestaties van de rassen in het bewaarsegment kunnen we natuurlijk in dit stadium weinig zeggen. Daarentegen kunnen we wel een kleine impressie geven van de vroege rassen. Zo doet de vroeg gezaaide Bangor wat we van hem kennen: glad, cilindrisch, vroeg productief en van een goede kwaliteit. Bangor is bij lage zaadgetallen dus uitstekend geschikt voor vroege C-peen.
 
Ook Nairobi laat zien waarom hij in Engeland al geruime tijd dé standaard is voor B-peen. Het ras is vroeg productief, is zeer glad en heeft een uitstekende inwendige en uitwendige kleur. Verder blinkt het ras uit in breukvastheid en zijn mooie kleur na wassen. Nairobi mag op lagere zaadgetallen worden gebruikt (0,8-1,5 miljoen/ha) waardoor ook C-peen geteeld kan worden. Gebruik dit ras echter op lichtere gronden voor een optimale lengtegroei!
 
Proactief handelen
Verder kunt u proactief te werk gaan door uw percelen nauwlettend in de gaten te houden, waardoor u op tijd en juist kunt handelen bij problemen. Daarnaast adviseren wij om de laatste bemesting bijtijds te doen zodat het gewas, na een groeifase, in de herfst ook aan rijping toekomt. Dit helpt de huid af te harden en daardoor beschadiging bij het rooien te voorkomen.
 
Denk ook aan een actieve bestrijding van ziekten en plagen. U staat daarbij natuurlijk niet alleen. Als u twijfelt of vragen heeft, neem dan contact op met uw Bejo-vertegenwoordiger: hij staat u graag met raad en daad bij.
 
Joris Ursem (Bejo Zaden)
 
 
DVG perfekthion afgegeven

Ook in 2011 kunnen door de PD erkende knelpunten in de gewasbescherming opgelost worden door middelen voor een periode van maximaal 1 jaar een toelating voor een Dringend Vereist Gewasbeschermingsmidel (DVG) te geven. Het betreft vooral kleine teelten waarin weinig middelen zijn toegelaten. 

Net zoals vorig jaar is voor de tijdelijke toepassing van Perfekthion al een toelating verleend voor Perfekthion 13281 N op basis van de werkzame stof dimethoaat. Dit middel is toegestaan is uitsluitend het gebruik als insectenbestrijdingsmiddel in de teelt in de volle grond van wortelen, ter bestrijding van wortelvlieg, tot en met 30 september 2010.

Deze toelating van Perfekthion is tot stand gekomen door inspanning van de Coördinator Effectief Middelen pakket van LTO Nederland; deze wordt met sectorgeld gefinancierd middels het Productschap Tuinbouw.

Dringend Vereiste toelating,

Een tijdelijke toelating van een dringend vereist gewasbeschermingsmiddel heeft tot doel de sectoren en de industrie  de tijd te geven om tot een structurele oplossing te komen van een vastgesteld knelpunt.

Miriam Breedeveld

 
Toets die zwarte vlekken voorspelt
 
Deze maand gaat een nieuw project van start, gericht op het beter controleren van zwarte vlekken in peen en het beperken van de financiële risico’s voor de telers
 
Zwarte vlekken worden veroorzaakt door verschillende schimmels welke onder verschillende omstandigheden tot problemen kunnen leiden. Eenduidige maatregelen t.o.v. vruchtwisseling, teelt en opslag zijn er momenteel niet. Een partij die in december nog uitstekend vermarkt kan worden, kan in maart dusdanig veel schade hebben dat de waarde van de partij nog slechts nihil is. Het ontwikkelen van een toets waarmee rond het oogstmoment per partij kan worden bepaald wat het risico is op het optreden van zwarte vlekken kan voor zowel de teler (waardeverlies) als voor de handelspartij (marktplanning) van grote waarde zijn.
 
Het project dat nu van start gaat, is een samenwerking tussen Bejo, Agrifirm en NSure en is gericht op het aanwenden van een nieuwe technologie om een nauwkeurige risico-inschatting voor zwarte vlekken te krijgen op partijniveau. Deze techniek, gen-expressie profilering, wordt door NSure al succesvol toegepast voor het bepalen en voorspellen van diverse kwaliteitsaspecten in de AGF keten, inclusief bewaarziektes en gevoeligheid voor schimmels. Het achterliggende idee is dat verschillen in kwaliteit altijd zijn terug te voeren op veranderingen in de activiteit van genen. Immers, de genen sturen alle biologische processen aan. Deze verschillen in genactiviteit kunnen worden gemeten met de testmethode van NSure en kunnen worden gebruikt voor het voorspellen van het risico het ontstaan van zwarte vlekken tijdens de bewaring van peen. Doordat in het project correlaties worden gelegd tussen de biologische processen in de peen en het ontstaan van zwarte vlekken kan het project ook meer inzicht creëren in de oorzaken en werkingsmechanismes van zwarte vlekkenziekte.
 
Als high-tech lab voor de agro-food sector heeft NSure de afgelopen jaren bewezen zeer succesvol te zijn in het vertalen van de nieuwste biowetenschappelijk inzichten naar direct bruikbare toepassingen. Er zijn bijvoorbeeld al testen gemaakt voor het voorspellen van koudetolerantie, shelf-life, gevoeligheid voor aantastingen, kwaliteit na opslag en stekvitaliteit. Het bedrijf, in 2006 opgericht door twee Wageningse onderzoekers, verkoopt de testen inmiddels in 15 landen en heeft labs in de VS, Chili en Zuid-Afrika. De gepatenteerde methode van NSure heeft grote voordelen boven de standaard kwaliteitsmetingen, die de sector ter beschikking heeft. Het jonge bedrijf is in staat gebleken de vertaalslag te maken van hightech lab applicatie naar praktische test. Dit toont zich in een eenvoudige monstermethode waarbij transport van het product wordt voorkomen en een eenduidige inschaling in kwaliteits- of risicoklassen.
 
De benodigde expertise op het gebied van peenteelt en bewaring wordt geleverd door Agrifirm. Agrifirm is een coöperatie waarbij circa 15.000 ondernemende boeren en tuinders zijn aangesloten. Het bedrijf zet sterk in op advisering en kennisontwikkeling en ziet dit als belangrijke toegevoegde waarde voor de leden.
Bejo zal ook deelnemen aan het project en haar uitgebreide kennis over kwaliteitseigenschappen van bewaarpeen voor zover relevant delen met het projectteam 
Er zijn verder in het projectteam nauwe contacten met bewaarexperts van PPO en Wageningen UR, die als adviseur bij het opstellen van de projectvoorstellen betrokken zijn geweest
 
 

29 april 2011

Toelating van Boxer® uitgebreid

Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden heeft in zijn vergadering van 23 maart jl. besloten de toelating van het middel Boxer uit te breiden.
Boxer is een onkruidbestrijdingsmiddel op basis van de werkzame stof prosulfocarb. Boxer was al toegelaten in een aantal gewassen waaronder wintertarwe en wintergerst, aardappelen en uien en mag nu ook toegepast worden in bosuien, wortel, prei en knol- en bleekselderij. Boxer bestrijdt zowel eenjarige grassen als breedbladige onkruiden.
 
Toepassing in wortel
Het product na opkomst vanaf het tweebladstadium van de wortel toepassen.
Dosering: 5 liter Boxer per hectare.
 
Opmerkingen:
-           Het product kan ook gesplitst worden toegepast, bijvoorbeeld 2,5-3 liter per hectare in het 2 tot 3 bladstadium, gevolgd door een toepassing van Boxer in het 4 bladstadium. Het totale gebruik mag niet meer bedragen dan 5 L Boxer per hectare per teelt. De laatste toepassing mag niet later plaats vinden dan het 4 bladstadium. - Het valt niet uit te sluiten dat na een behandeling met Boxer phytotoxiciteit optreedt. Dit leidt in het algemeen niet tot opbrengstderving.
 
Syngenta crop protection
 
 
 
Zorg over toelatingen
Met het afgeven van de Dringend Vereiste Toelating voor perfection tegen de wortelvlieg kan ik met een gerust hart ingaan op de zorg die er heerst rond gewasbescherming. In de vergadering van de landelijke kerngroep peen van afgelopen maart was er een angstwekkende situatie voor dit teeltseizoen. De conclusie van de deelnemers aan de vergadering was dat het op dat moment niet mogelijk was om peen te telen in Nederland. Toch werden er op dat moment contracten afgesloten voor het teeltseizoen 2011. De houding waarin telers er van uitgaan dat het met toelatingen toch wel geregeld zou worden werd door de kerngroep zeer betreurt. Enerzijds geeft dat weer dat er vertrouwen is in de signaalfunctie van de kerngroep en de daadkrachtige lobby van LTO anderzijds is er grote zorg dat beslissingen worden genomen op basis van hoog gespannen verwachtingen.
De situatie in maart was erg zorgwekkend aangaande de volgende zaken:
Onkruidbestrijding met Linuron was alleen mogelijk voor opkomst. Dat is een ernstige achteruitgang vergeleken met teeltseizoen 2010. En 2010 was er wat betreft herbiciden enorm op achteruitgegaan t.o.v. de situatie waarin het breedwerkend middel Dosanex de basis voor onkruid bestrijding was. De toelating van Boxer heeft de onkruidbestrijding in peen gered. Besef dat deze toelating eigenlijk voor september behandeld zou worden door het CTGB. De volledigheid van het ingeleverde dossier dat Syngenta heel punctueel heeft verzorgd, betekent dat er geen aanvullende vragen werde gesteld en de behandeling naar voren kon worden gehaald. Deze zeer tijdige beslissing was niet voorzien en ook zeker niet verwacht. Een maand geleden was buiten centium, onkruid bestrijding in 2011 chemisch onmogelijk.
Wortelvliegbestrijding is al 10 jaar een punt van zorg. De onzekerheid over Europese plaatsing van dimethoaat heeft van 2001 t/m heden geleid tot uitgebreide onderzoeken naar zowel spuitmiddelen als coatingstoepassingen ter vervanging van Chloorfenvinfos. Let wel dit onderzoek is gefinancierd door de telers via het Productschap Tuinbouw. Het coatingsonderzoek biedt duidelijke mogelijkheden echter toelating laat op zich wachten. De positieve beoordeling van dimethoaat in Europa heeft er toe geleid dat fabrikanten weer energie stoppen in compleet maken van toelatingsdossiers. Ook hier betaalt de sector mee via productschapsgelden. Echter het dossier is nog niet compleet. Daarom wordt net als in 2010 gegrepen naar de noodmaatregel DVG, dit is wat vroeger de vrijstellingsregeling was. Over de discussie rond insecticiden en bijen hoef ik hier niet uit te wijden, maar het toekennen van de DVG was geen automatisme maar is half april toch gerealiseerd. Overigens is in de nieuwe gewasbeschermings verordening geen mogelijkheid voor deze DVG’s.
Zonder geluk vaart niemand wel, luidt het spreekwoord maar de situatie nu en de situatie in maart is voor een deel afhankelijk geweest van een geluksfactor. De landelijke kerngroep peen en de middelencoördinator zijn zeer scherp op mogelijkheden en onmogelijkheden, dat dit regelmatig leidt tot zorg en hoofdpijn is voor de buitenwereld niet altijd duidelijk. Als teler moeten beslissingen genomen worden en mag inderdaad vertrouwd worden op resultaten in belangenbehartiging maar besef dat de zorg van ingewijden regelmatig veel groter is dan van buitenaf te zien is. Waardering voor de landelijke kerngroep peen en de middelencoördinator is op zijn plaats.
 
Ulko Stoll
 
 
 
Kansen en uitdagingen in nieuw teeltseizoen
 
In eerste aanvang lijkt het nieuwe seizoen ons gunstig gezind. De vroege rassen zijn zonder noemenswaardige problemen gezaaid. Het nieuwe seizoen biedt kansen, mogelijkheden en uitdagingen. Een vooruitblik.
 
Wortelvlieg
De strijd tegen de wortelvlieg kan een flinke uitdaging worden. Naar verwachting mag u dit jaar geen gebruik maken van insecticide gecoat zaad; alle inspanningen van de sector ten spijt. Met de wel beschikbare middelen Vydate en Perfekthion blijven de mogelijkheden tot bestrijding beperkt. Vydate heeft een beperkte (neven)werking op de wortelvlieg en werkt uitsluitend tijdens de vroegste vlucht. Perfekthion kunt u slechts tweemaal tijdens de teelt toepassen. Het moment van toepassen van dit middel kan van doorslaggevend belang worden, nu er weinig andere middelen toegelaten zijn. Houdt uw percelen en de daarop aanwezige plakvallen nauwlettend in de gaten en behandel uw gewas wanneer de situatie daar om vraagt.
 
Concurrentie
Er is de laatste seizoenen veel te doen geweest over toenemende buitenlandse concurrentie op de afzetmarkt, waarbij de groeiende Israëlische export vaak genoemd is. Wij adviseren u om tijdens het lopende seizoen alvast te kijken naar afzetmogelijkheden voor uw peen. De vakbeurzen en Bejo Open Dagen zijn unieke gelegenheden om met interessante marktpartijen in contact te komen.
 
Rassenkeuze
In de rassenkeuze zien we kleine verschuivingen. In de vroege teelt gaat de voorkeur uit naar rassen die langer op het land kunnen blijven staan zonder risico voor scheuren, barsten en rot. Nairobi is een goed voorbeeld van zo’n ras. Daarnaast worden ook latere rassen als Nerac, Narbonne en Niland al relatief vroeg gezaaid. We zien overigens dat de teelt van grove peen (C/D peen) wat verschuift naar de fijnere sorteringen (100-300 gram).
 
Op het grootste deel van het peen areaal zullen de rassen geteeld worden die over een langere periode betrouwbaar zijn gebleken. Nieuwe rassen eerst uitproberen en meerjarige ervaring opdoen is ook ons advies. Niland is hier een mooi voorbeeld van. De ervaringen met het ras nemen toe en we zien nu een gestage groei in de verkopen. Niland heeft een heldere kleur na het wassen, is mooi glad en komt eenvoudig aan zijn lengte. Voor de industrieteelt zien we een gestage groei van het ras Komarno. Dit ras combineert droge stof, kleur, opbrengst en bewaarbaarheid. Het sterke loof is bovendien een belangrijke plus voor het klembandrooien.
 
Nieuwkomers
Komend seizoen staan er weer een aantal interessante nieuwkomers op praktijkvelden en in onze proeven. Voor de CD-peen gaat het ras Berlin zijn tweede jaar in. Leuk om te volgen en de resultaten zullen wij zeker aan u kenbaar maken.
 
Bejo Zaden is klaar voor het nieuwe seizoen en wij helpen u graag bij het maken van uw keuzes. Schroom niet om met ons in contact te treden als u vragen heeft. Wij gaan graag met u in gesprek over wat onze rassen voor u kunnen betekenen voor de korte en langere termijn. Denk hierbij naast betrouwbare teeltkwaliteiten ook aan unieke eigenschappen als inhoudstoffen en smaak.
 
Joris Ursem, Bejo Zaden (Verkoop Noordwest Nederland, Friesland)
   

28 febr. 2011

Gewis in vollegrondsgroente

Gewis staat voor “Gewasbescherming En Weer Informatie Systeem”. Gewis is een computerprogramma dat u helpt het juiste spuitmoment te bepalen bij de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen. Er bestaat een sterke relatie tussen het weer en het effect van gewasbeschermingsmiddelen. De weersomstandigheden rondom het moment van de bespuiting bepalen het verschil tussen een geslaagde en een mislukte bespuiting.
 
Hoe werkt Gewis
Het adviessysteem Gewis berekent aan de hand van de weersgegevens het meest optimale spuitmoment. Hiermee voorkomt u dat uw gewas schade oploopt door een bespuiting op het verkeerde moment. Omdat u kunt spuiten op het meest geschikte moment, kunt u in veel gevallen ook een lagere dosering aanhouden. U bespaart dus middel en het risico op gewasschade neemt af.
 
Weerstation
Het Gewis-programma maakt gebruik van gegevens die verkregen worden via een weerstation in de regio. Deze worden via internet van het weerstation opgehaald. Het weerstation meet continu het microklimaat in het gewas en registreert de waarden per uur. Gewas- en bodemtemperatuur, luchtGewis in vollegrondsgroente vochtigheid in het gewas, neerslag en windsnelheid in de afgelopen dagen zijn van grote invloed op de toestand van de plant tijdens het spuiten (mate van afharding, blad droog of nat, groeisnelheid etc.). Gewis verwerkt deze gegevens bij het bepalen van het advies.
 
Weersverwachting
Gewis is gekoppeld aan het landbouwweerbericht voor de regio. Met deze gegevens wordt een inschatting gemaakt of ook na de bespuiting aan de weersvoorwaarden voor een effectieve toepassing van het middel wordt voldaan. Denk hierbij aan een buitje na toepassing van een bodemherbicide, groeizaam weer in de dagen na toepassing van een groeistof, of voldoende hechting bij toepassing van een contactfungicide.
 
Effect van een bespuiting
Wat de ideale omstandigheden voor een bespuiting zijn, wordt bepaald door allerlei specifieke eigenschappen van het middel: werkingsmechanisme, werkzame stof, formulering etc. Het gewisprogramma heeft een databank waarin alle eigenschappen van de bestrijdingsmiddelen zijn opgeslagen. Als u een bepaalde bespuiting wilt uitvoeren, kiest u het betreffende middel uit de lijst. Op basis van de weersgegevens berekent Gewis hoe die processen verlopen, dus wat het relatieve effect van de bespuiting is. Het effect van een werkzame stof wordt weergegeven in een grafiek over de periode van eergisteren t/m overmorgen. Per uur leest u af of de omstandigheden gunstig, gemiddeld of ongunstig zijn (zie voorbeeldgrafiek). Zo krijgt u op een eenvoudige wijze inzicht in de weersomstandigheden in relatie tot het bespuitingeffect. Bespuitingen onder ongunstige omstandigheden, met als gevolg een onvoldoende effect van het middel of zelfs gewasschade, kunt u zo vermijden.
 
Tips
Bij ‘groen’ spuiten: Probeer onder zo optimaal mogelijke omstandigheden te spuiten. Het programma Gewis geeft dit weer in een grafiek met de kleur groen. U kunt Gewis ook heel goed gebruiken als controle. Heeft u bepaalde bespuitingen gepland, kijk dan naar de Gewisadviezen en doe vervolgens (kleine) bijstellingen. Het programma werkt vaak ondersteunend op uw eigen gevoel en inschatting van de spuitomstandigheden.
Zelf beslissing nemen: Gewis geeft een advies voor het juiste spuitmoment. Het is natuurlijk aan uzelf om daar gepast mee om te gaan. Sommige bespuitingen dulden geen uitstel vanwege bijvoorbeeld de onkruidsituatie. Daarnaast moet de bespuiting wel passen in uw werkplanning.
Middelenkeuze: Onder specifieke weersomstandigheden kunnen middelen, die normaal niet de eerste voorkeur hebben, wel eens beter geschikt zijn. Als een middel dat u bij voorkeur gebruikt volgens Gewis maar matig effectief is, kijk dan eens naar de adviezen voor alternatieve middelen.
Terugkijken: Met Gewis kunt u terugkijken op al gedane bespuitingen. Door een goed of slecht resultaat te koppelen aan de beoordeling van Gewis kunt u op dit gebied veel kennis opdoen. Gewis stelt u in staat om gemakkelijker af te stappen van uw vaste gewoontes. Het programma zal u leren dat bepaalde vuistregels (bijvoorbeeld dat het beter is om ‘s avonds te spuiten) lang niet altijd opgaan en zeker niet voor alle middelen gelden.
 
Bron: Agrovision
 
 
 
Vroege Vorst goed voor bodemstructuur
 
Dit jaar is de structuur door de vroege winter naar het nu lijkt sterk verbeterd. De grond heeft lekker op kunnen vriezen en is gezien de omstandigheden goed de winter uit gekomen. De winter is echter nog niet voorbij en er kan nog van alles gebeuren de komende weken. Zorg ervoor dat deze zoveel mogelijk intact blijft. Ga niet te vroeg het land op om een grondbewerking uit te voeren en wacht rustig af.
Dichte storende lagen, nauwelijks bodemleven, ondiepe beworteling, land dat lang nat blijft en weinig poriën zorgen voor een slechte structuur. Bemesting, de juiste pH en aanvoer van organische stof dragen positief bij voor een optimale structuur. Maatregelen die u zelf kunt nemen welke een goede structuur bevorderen is ook minder diep ploegen of uitvoeren van niet kerende grondbewerking. Zo zorgt u ervoor dat de zuurdere grond niet bovenin de bouwvoor terecht komt. Grondbewerking onder de juiste omstandigheden is tevens belangrijk. Voer de grondbewerkingen onder droge omstandigheden uit, dit voorkomt dat de poriën worden dichtgesmeerd tijdens het bewerken.
Zware machines met een hoge bandendruk zijn funest voor de structuur. Zwaardere machines zullen ingezet blijven in verband met de capaciteit ervan. Wel kunt u werken met lagedruk banden. Dit uit zich ook in euro’s; er is minder brandstof nodig bij dezelfde bewerking met lagedruk banden.
 
Nico Bakker
 
 

jan. 2011 De resultaten van een onderneming worden mede bepaalt door de vaardigheden van de ondernemer en zijn medewerkers. Met behulp van een Persoonlijke Profiel Analyse (PPA) bepaalt u of een medewerker beschikt over die eigenschappen die nodig zijn om een bepaalde functie effectief de taken kan uitvoeren. Deze methode is uiteraard ook toepasbaar voor bedrijven met meerdere compagnons. n(punt)bakker(at)vollegrondsgroente(punt)net

Goed functioneren heeft met meer te maken dan alleen intelligentie of vakbekwaamheid. Resultaat gericht functioneren binnen een team vraagt om inzicht in de persoonlijke kenmerken van de teamleden, met de PPA methode krijgt u deze haarscherp in beeld. In een opslag wordt voor een onderneming duidelijk welke eigenschappen iemand bezit en hoe u deze kan benutten. De PPA methode is eenvoudig binnen uw organisatie toe te passen. LTO Vollegrondsgroente.net kan samen met u bouwen aan de ideale organisatie voor uw bedrijf

Meer informatie over de PPA; Nico Bakker LTO Groeiservice 06-53753252.

© alle rechten voorbehouden LTO vollegrondsgroente.net