Gewasinfo kleine en nieuwe gewassen11 oktober 2011 Bladgewassendemodag bewijst bestaansrecht De eerste landelijke Bladgewassendemodag, 16 september in Zeeland, heeft zijn bestaansrecht bewezen. Honderd tot honderdvijftig telers stelden zich op de hoogte van nieuwe ontwikkelingen in de teelt.
De demodag was op het bedrijf Compliment van René Verbakel en Jolanda Nooijen in de plaats Zeeland. Voor bezoekers was een gevarieerd programma, met demo's, een uitgebreid rassenveld en een informatiemarkt. ZLTO organiseerde de dag samen LTO Vollegrondsgroente.net.
Het weer zat goed mee die 16 September en het was gezellig druk op het veld aan de Boekelsedijk te Zeeland.
Er waren demo velden aangelegd met 24 rassen in de verschillende gewassen. de bedrijven die de rassen hebben aangeleverd waren Bejo, Monsanto, Nickerson zwaan, Nunhems.
De rassen die dit jaar op de bladgewassen demo dag stonden: ijsbergsla, chinese kool, Lolla Rossa, eikenbladsla, andijvie, paksoi, frisee. Er waren ook verschillende rassen nog onder nummer te bewonderen.
De vijf demonstraties die te zien waren op de bladgewassen demodag waren divers in uitvoering: planten, spuiten, schoffelen, beregenen en wortel onkruiden bestrijding. De zelfrijdende plant machine van Nanne Kooiman kon ondanks de hoge snelheid een mooie planting garanderen.
Ditzelfde ook voor de schoffel machine van Kooiman die in de rij maar ook tussen de rij het onkruid te lijf ging door de camera gestuurde schoffel machine.
De Kvip-Up van Sjaak v Schie is een machine die wortel onkruiden goed te lijf kan gaan, door de onkruidwortels boven op het maaiveld te leggen, en die dan door verdroging afsterven.
Hoogervorst had de 24 meter Mazotti zelfrijdende spuit met lucht ondersteuning in het veld staan voor demonstraties. De vierwiel aangedreven spuit die ook met vier wielen gestuurd kon worden had daardoor een kleine draai cirkel.
De beregeningsboom van Smits is zeer geschikt voor water met te veel ijzer er in. Door de sleep slangen waar het water uit komt, komt het water niet op het gewas maar ernaast op de grond. Hij heeft ondanks zijn werkbreedte een grote capaciteit.
De organisatoren zijn tevreden over de dag. Over invulling in 2012 wordt al stevig nagedacht.
Joan Bus
Teelt uit de grond systemen in praktijk genomen
Het innovatieprogramma “teelt uit de grond” begint naast mooie onderzoeksresultaten ook in praktijksituaties door te ontwikkelen. Vier jaar geleden heeft de LTO Vakgroep vollegrondsgroenten in haar toekomstvisie geconstateerd dat de huidige teeltsystemen tegen het licht moeten worden gehouden. Vanuit deze visie is het innovatieprogramma “teelt uit de grond” ontwikkeld waarin wordt gezocht naar mogelijkheden om groente te telen los van de ondergrond. Reeds in het tweede jaar van onderzoek is gekozen om sterk te focussen op drijvende teelten. Zowel Proeftuin Zwaagdijk als PPO agv hebben een aantal leuke resultaten opgeleverd. Inmiddels zijn de resultaten dusdanig dat een aantal praktische telers de stap naar (semi)praktijkschaal hebben gezet. Met name de slasoorten als Lollo Rossa, Bionda, Frisee maar ook trio sla blijken in deze praktijksituatie goed te voldoen.
De volgende stap is ondertussen ook al gezet. Naast teelttechnische mogelijkheden worden ook de mechanisatie mogelijkheden uitgebouwd. Water is een perfect transportmiddel dus ligt het voor de hand om oogstrijp product te vervoeren naar ene vaste oogstplek. Hiervoor is een aantal mechanisatie stappen nodig; de drijvers uit de teeltbak naar de transportbak brengen en de drijver uit de transportbak halen zodat geoogst kan worden. Deze automatiseringslag is ontwikkeld en wordt beproefd. Het consortium Hydro…… heeft een totaal oplossing ontwikkeld voor teelt en automatisering.
Voor specialties bladgewassen lijken er een aantal interessante mogelijkheden te zitten aan teelt op water. Schoon product van constante kwaliteit wordt in de markt immers gewaardeerd. Mogelijkheden ligt bij een aantal innovatieve telers die voorop durven lopen en vooruit durven denken. Op deze pagina’s zullen de lezer van deze ontwikkeling op de hoogte houden.
Ulko Stoll
Vertimec Gold in Chinese kool
Eind januari 2011 heeft LTO Nederland een dringend vereiste toelating (DVG) aangevraagd voor Vertimec Gold in Chinese kool. Het knelpunt mineervlieg in deze teelt bestaat al jaren en is erkend door de plantenziektenkundige dienst.
In 2008 en 2009 werd er op basis van dit knelpunt door het ministerie LNV een vrijstelling gegeven om Karate Zeon te gebruiken op basis van de noodprocedure ‘artikel 38’. Van deze noodprocedure mag een enkele keer bij uitzondering gebruik worden gemaakt, daarom kon er in 2010 en 2011 worden aangevraagd.
De verwachting is dat de dringend vereiste toelating per 19 augustus door het CTGB wordt afgegeven. Ten tijde van het schrijven van dit artikel is het definitieve wettelijke gebruiksvoorschrift (WG) nog niet bekend. Het wettelijke gebruiksvoorschrift kunt u na het besluit vinden op de site van het ctgb: www.ctgb.nl. Natuurlijk kunt u deze ook opvragen bij onze gewasspecialisten. De vrijstelling is definitief zodra deze geplaatst is in de Staatscourant.
Miriam Breedeveld-Bulk
Luisbestrijding met Movento top!
Naast Gaucho of Cruiser bij het zaaien is bestrijding op het veld mogelijk met Plenum, Pirimor en sinds kort Movento. In de zomer is in verband met de infectiedruk maximale gewasbescherming nodig. De vraag van telers is echter of in het voor- en najaar een basis met zaadcoating (of vergelijkbare technieken) met Gaucho of Cruiser wel nodig is of dat kan worden volstaan met enkele gewasbespuitingen. In twee door telers via het PT gefinancierde proeven wordt de noodzaak van een behandeling bij het zaaien onderzocht. De voorjaarproef werd 12 juli afgerond. Telers en vertegenwoordigers waren uitgenodigd om de resultaten met elkaar te bekijken en te bespreken.
Onbehandelde en met 115 gram Cruiser (per 100.000 planten) behandelde planten van het ras Igoma werden 19 mei bij Ernst Granneman uitgeplant. De praktijk plant vanwege grote problemen in het verleden hoofdzakelijk NAS-resistente rassen. Om het risico op een te lage infectiedruk te vermijden is voor de proef dit niet-luisresistente ras gekozen.
In overleg met de telers van de Landelijke Kerngroep IJsbergsla zijn de bespuitingen vastgesteld: niet spuiten, 2x Plenum, 2x Movento of 1x Plenum + 2x Movento (in deze volgorde in verband met de veiligheidstermijnen). De spuitdata waren 9 en 20 juni. Op 1 juli werden alleen behandelingen 4 en 8 gespoten. Voor iedere bespuiting en bij de oogst op 12 juli werden bij elk van de 32 velden de luizen op 10 planten geteld.
Na de eerste telling nam de luisdruk flink toe, bij de laatste telling was de luisdruk minder. Dit werd wellicht veroorzaakt door de neerslag en de tropische dagen op 27 en 28 juni waar luizen niet van houden. De resultaten staan in de tabel.
Tabel 1. Percentage planten met luis, luisbestrijding ijsbergsla, Proeftuin Zwaagdijk / Productschap Tuinbouw.
Als één van de letters van een behandeling overeenkomt met een andere behandeling dan is het verschil tussen deze twee behandelingen niet betrouwbaar. Met de LSD wordt aangegeven bij welk getal verschillen betrouwbaar zijn. Op 20 juni had ruim 75% van de geheel onbehandelde planten luis, met alleen Cruiser (dummy pil) was dit slechts 22%. Het is duidelijk dat de basisbehandeling met Cruiser zorgt voor een aanzienlijk lagere infectie. Op 30 juni is voor de derde maal geteld. Het viel toen op dat het percentage planten bij de behandelingen met Movento op ongecoate planten was gezakt van gemiddeld 46% naar 14%. Op 12 juli was de laatste telling. Met Cruiser aan de basis en twee bespuitingen met Movento werd de teelt geheel luisvrij geëindigd. Ook hadden alleen Cruiser en Cruiser plus tweemaal Plenum minder luizen dan de planten zonder Cruiser en Plenum. In deze proef hadden de twee bespuitingen met Plenum op 9 en 20 juni bij de oogst geen effect ten opzichte van niet spuiten. Op 20 juni was er wel een duidelijk effect van Plenum in vergelijking met onbehandeld zichtbaar, hoewel dit net niet significant was.
Met een coating aan de basis, gevolgd door twee bespuitingen met Movento op een goed groeiend gewas bleef de sla dus de gehele teelt vrijwel vrij van luizen. In een tweede proef die begin augustus wordt aangelegd wordt het effect van deze behandelingen in het najaar nauwkeurig bekeken. Wellicht wordt er dan ook een behandeling met een bespuiting met Movento opgenomen.
Rupsen.
De telers van de Kerngroep IJsbergsla hebben Proeftuin Zwaagdijk ook gevraagd middelen tegen rupsen te zoeken die ook bij hogere temperaturen effectief zijn. Er zijn diverse perspectiefvolle, experimentele middelen beschikbaar om twee proeven mee uit te voeren. Dit onderzoek wordt ook door telers gezamenlijk gefinancierd via het PT. Voor succesvolle proeven is belangrijk om goede proeflocaties te hebben (ongeveer 50% van de planten met een rups). Als u zo’n rupsaantasting heeft, wil ik tegen vergoeding graag een proef van ongeveer 500 m² bij u aanleggen! Bel na signaleren van de rupsen zo snel mogelijk 0228-563164. Bij voorbaat hartelijk dank!
Jan de Lange, Proeftuin Zwaagdijk
Marktinformatie
Transparantie in prijsvorming is sinds de veilingklokken minder zijn gaan draaien, steeds slechter geworden. Voorheen was een beeld op alle veilingklokken voldoende om inzicht te hebben in de marktontwikkeling. Tegenwoordig wordt er op gevoel en op marktkennis gevaren. In grotere teelten waar een flink aantal aanbieders zijn en een bijbehorende stroom product is nog wel aan marktinformatie te komen en is deze ook nog wel redelijk betrouwbaar te gebruiken. Randvoorwaarde is dan wel dat de verkoper continu bezig is zich te informeren in de markt.
Voor veel kleine teelten is een reëel marktbeeld lastig te realiseren. Zeker als er een actueel beeld nodig is. Dat is vreemd omdat zeker ook in de kleinere teelten de telers meer en meer zelf de verkoop in de hand nemen. Kleine teelten zijn weliswaar vanuit het sectorperspectief klein maar voor de ondernemers van kleine teelten zijn deze teelten van levensbelang. Vanwege dit grote belang voor de ondernemers is het logisch dat de verkoop niet uitbesteed wordt aan partijen die de verkoop er bij doen. Blijft dat het inzicht in een reële markt lastig is. Toch is een ondernemer niet alleen. Misschien lokaal wel maar nationaal zijn er heel weinig producten waar slechts een enkele teler van is. Om een reëel beeld van de markt te krijgen zou uitwisseling met andere telers over volume ontwikkelingen en resultaten en geluiden uit de markt veel informatie verschaffen. Het doel van kennisuitwisseling is niet afspraken maken over marktbenadering maar juist samen beter worden. Met open kennisuitwisseling heeft de Nederlandse teler de toppositie in de wereld gerealiseerd. Waarom zou kennisuitwisseling alleen over teelttechnische zaken gaan? Juist uitwisseling over marktontwikkelingen sluiten aan bij moderne bedrijfsvoering.
Binnen LTO Vollegrondsgroente.net hebben we een aantal mogelijkheden om marktkennis uit te wisselen. Het gaat om gereedschap die gebruikt kan worden om een beslissing te nemen. Zowel langere termijn marktontwikkelingen als korte termijn ontwikkelingen behoren tot de mogelijkheden. Nieuwsgierig geworden? Neem contact op met kantoor(at)vollegrondsgroente(punt)net.
Ulko Stoll
Restricties bij gebruik Mundial tegen bladluizen
We willen u als koolteler op het volgende attent maken: Indien u gebruik maakt van kool opgekweekt uit met Mundial behandeld zaad dient u bladluizen zodanig te bestrijden dat er geen honingdauw wordt gevormd. De werkzame stof van Mundial is fipronil en deze wordt door de koolplant opgenomen. Hierdoor wordt de koolplant beschermd tegen vraat van de koolvlieg. Naast de koolvlieg kunnen koolplanten ook worden aangetast door bladluizen. Bladluizen kunnen uit koolplantensappen honingdauw produceren, dit kan aantrekkelijk zijn voor bijen. Het kan niet helemaal worden uitgesloten dat sporen van fipronil in de honingdauw aanwezig zijn. Om te voorkomen dat bijen zelfs aan deze sporen van fipronil worden blootgesteld, dient u bladluizen zodanig te bestrijden dat honingdauw niet wordt gevormd.
Bron: BASF
Vertimec tijdelijk toegelaten in Chinese kool
Het knelpunt insecten staat al jaren op de agenda voor de Chinese kool en andere bladkool. Na inspanning van de middelencoordinator van LTO Nederland samen met toelatingshouder Syngenta heeft het CTgB het besluit genomen om een dringend vereiste toelating af te geven voor Vertimec Gold in Chinese kool. De periode waarin vertimec mag worden gebruikt is van 12 augustus tot en met 30 september 2011. In de komende gewasinfo kleine en nieuwe gewassen meer te lezen over achtergronden en mogelijkheden. De tekst uit CTGB persbericht luidt: Vertimec Gold, 13482 N op basis van de werkzame stof abamectin Het middel wordt toegelaten voor het gebruik als mijten- en insectenbestrijdingsmiddel in de onbedekte teelt van Chinese kool, ter bestrijding van larven van mineervliegen, van12 augustus 2011 tot en met 30 september 2011. De middelencoordinator wordt met sectorgeld gefinancieerd gecollecteerd door het Productschap Tuinbouw.
Etiketuitbreiding Tracer lost knelpunten op Door middel van een traybehandeling mag Tracer ook zowel de bedekte als de onbedekte teelt van Chinese kool en de Oosterse bladkolen (amsoi, paksoi), koolraap en koolrabi worden ingezet. Deze vereenvoudigde etiketuitbreiding is tot stand gekomen door goede samenwerking van de coördinatoren effectief middelenpakket voor de vollegrondsgroente en glastuinbouw en de toelatinghouder Dow Agrosciences. Het Fonds Kleine Toepassingen heeft een aantal activiteiten gefinancierd. Door deze etiketuitbreiding is een langer bestaande wens van de sector, om Tracer ten behoeve van de bestrijding van trips, rups en koolvlieg beschikbaar te hebben, in vervulling gegaan. Hoe werkt Tracer
Tracer is al sinds 2004 toegelaten in de bedekte teelt van tomaat, paprika en komkommer. De werkzame stof spinosad wordt geproduceerd door een bodembacterie (Saccharopolyspora spinosa), die ook in de natuur voorkomt. Spinosad is dus van natuurlijke oorsprong en staat ook op de SKAL-lijst. Biologische telers van mogen het middel dus ook inzetten.
Spinosad is werkzaam op insecten door middel van maag- en contactwerking. Gevoelige insecten zijn onder meer trips, rups, koolvlieg en mineervlieg. Doordat spinosad redelijk veilig is voor natuurlijke vijanden, past het goed in het geïntegreerde teeltsysteem.Ter voorkoming van resistentie is het belangrijk het middel na twee tot drie bespuitingen af te wisselen met middelen uit een andere chemische groep. Voor bijen en hommels geldt het advies deze pas weer te introduceren nadat de spuitvloeistof is opgedroogd.
Lang gewacht op Tracer
Dat kleine teelten moeten soms lang wachten op nieuwe middelen. Een toelating voor een groenteteelt zijn door het ontwikkelen van een residupakket hoog. Voor de bedekte teelt van sla bijvoorbeeld kost dit al snel € 30.000,-. Toelatinghouders zijn marktpartijen die zich in eerste instantie richten op de grote teelten. Voor kleine teelten is het niet lonend gezien de hoge kosten en de beperkte omzet die hier tegenover staat. Gelukkig kan er door toelatinghouders en door de coördinatoren effectief middelenpakket een beroep worden gedaan op het Fonds Kleine Toepassingen. Om de vereenvoudigde etiketuitbreiding Tracer te verkrijgen, is een beroep gedaan op dit Fonds. De vele benodigde residustudies worden bekostigd, alsmede de kosten voor het aanvragen en beoordelen van deze vereenvoudigde etiketuitbreiding door het Ctgb. Deze bedroegen ruim €25.000,- . Vanwege deze hoge kosten en het feit dat registratiecapaciteit bij toelatinghouders ook een schaars goed is, wordt bij een aanvraag geprobeerd zoveel mogelijk kleine gewassen met knelpunten in de aanvraag mee te nemen. Maar residustudies en rapportage kosten al snel twee jaar in het geval van bijv. bedekte teelt van chinese kool. In nauwe samenwerking met de toelatinghouder Dow Agrosciences is het Tracer dossier al in 2007 ingediend bij het Ctgb. Helaas moest de uitbreidingsaanvraag wachten op de herregistratie. Dit is eigenlijk een toetsingsmoment waarop het Ctgb het gehele etiket nogmaals tegen het licht houdt en beoordeeld of het nog voldoet aan de dan geldende criteria.
Nadat de herbeoordeling halverwege 2010 was afgerond is de vereenvoudigde etiketuitbreiding voortvarend aangepakt. Met een uiteindelijk positief resultaat voor een groot aantal kleine teelten.
Knelpunten trips, rups en koolvlieg opgelost?
Nu Tracer inzetbaar is kan in het geïntegreerde gewasbeschermingssysteem effectief worden gecorrigeerd. Het is wel van belang dat telers het middel voldoende afwisselen. In bijvoorbeeld de bedekte teelt van veldsla is nu alleen Spruzit als afwisselpartner inzetbaar, zodat dit nog een punt van zorg is. Gelukkig zijn er ook nog andere etiketuitbreidingen van insecticiden in aanvraag.
Koolvlieg is een plaaginsect dat in zowel de bedekte als onbedekte teelt van Chinese kool en Paksoi lastig te beheersen is. Ter preventie tegen koolvlieg mag Tracer nu door middel van een trayplaatbehandeling voor het uitplanten worden ingezet. Ook dit knelpunt kan hiermee dus effectief worden beheerst.
Rupsen zijn met name in sla en andijvie-achtigen in de zomerperiode niet altijd goed te beheersen. In deze teelten kan Tracer daardoor een goede aanvulling zijn. Uiteraard blijft het voor een goede beheersing van vele plagen belangrijk dat telers de plaag ook tijdig corrigeren.
Toelatingen voor kleine teelten vragen veel energie. Het economische belang van toelatingshouders is beperkt. Hierdoor wordt veel inspanning gevraagd van de sector. De middelencoördinator proberen om bestaande toelatingen met ondersteuning van Fonds Kleine Toepassingen zoveel mogelijk aan te passen zodat een uitbreiding naar kleine gewassen kan worden gemaakt. Een gestructureerde aanpak, doorzetten en geduld is noodzakelijk om succes te hebben in aanvraag van middelen voor kleine teelten. Input vanuit de sector is essentieel om de juiste knelpunten en prioriteiten te kunnen benoemen. Juist hier toont zich de kracht van een netwerk en een collectieve aanpak. De sector financiert dan ook de middelencoördinator via het Productschap Tuinbouw.
Miriam Breedeveld
Toelating van Boxer® uitgebreid
Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden heeft in zijn vergadering van 23 maart jl. besloten de toelating van het middel Boxer uit te breiden.
Boxer is een onkruidbestrijdingsmiddel op basis van de werkzame stof prosulfocarb. Boxer was al toegelaten in een aantal gewassen waaronder wintertarwe en wintergerst, aardappelen en uien en mag nu ook toegepast worden in bosuien, wortel, prei en knol- en bleekselderij. Boxer bestrijdt zowel eenjarige grassen als breedbladige onkruiden.
Toepassing in knolselderij en bleekselderij
Het product 7 tot 14 dagen na het uitplanten toepassen.
Dosering: 5 liter Boxer per hectare.
Opmerking:
- Het valt niet uit te sluiten dat na een behandeling met Boxer phytotoxiciteit optreedt. Dit leidt in het algemeen niet tot opbrengstderving.
Syngenta crop protection
Zorg over toelatingen
Met het afgeven van de Dringend Vereiste Toelating voor perfection tegen wantsen in knolselderij en tegen koolvlieg in koolraap kan ik met een gerust hart ingaan op de zorg die er heerst rond gewasbescherming. In de vergadering van de werkgroep effectief middelenpakket van afgelopen maart was er een angstwekkende situatie voor dit teeltseizoen. De conclusie van de deelnemers aan de vergadering was dat het op dat moment niet mogelijk was om knolsederij te telen in Nederland. Toch werden er op dat moment contracten afgesloten voor het teeltseizoen 2011. De houding waarin telers er van uitgaan dat het met toelatingen toch wel geregeld zou worden werd door de werkgroep zeer betreurt. Enerzijds geeft dat weer dat er vertrouwen is in de signaalfunctie van de werkgroep in samenwerking met de telersvereniging knolserderij en de daadkrachtige lobby van LTO anderzijds is er grote zorg dat beslissingen worden genomen op basis van hoog gespannen verwachtingen.
De situatie in maart was erg zorgwekkend aangaande de volgende zaken:
Onkruidbestrijding met Linuron was alleen mogelijk voor opkomst. Dat is een ernstige achteruitgang vergeleken met teeltseizoen 2010. De toelating van Boxer heeft de onkruidbestrijding in knolselderij gered. Besef dat deze toelating eigenlijk voor september behandeld zou worden door het CTGB. De volledigheid van het ingeleverde dossier dat Syngenta heel punctueel heeft verzorgd, betekent dat er geen aanvullende vragen werden gesteld en de behandeling naar voren kon worden gehaald. Deze zeer tijdige beslissing was niet voorzien en ook zeker niet verwacht. Een maand geleden was buiten centium, onkruid bestrijding in 2011 chemisch onmogelijk.
Wortelvliegbestrijding is al 10 jaar een punt van zorg. De onzekerheid over Europese plaatsing van dimethoaat heeft afgelopen jaren geleid tot uitgebreide onderzoeken naar zowel spuitmiddelen als coatingstoepassingen ter vervanging van Chloorfenvinfos. Let wel dit onderzoek is gefinancierd door de telers via het Productschap Tuinbouw. De positieve beoordeling van dimethoaat in Europa heeft er toe geleid dat fabrikanten weer energie stoppen in compleet maken van toelatingsdossiers. Ook hier betaalt de sector mee via productschapsgelden. Echter het dossier is nog niet compleet. Daarom wordt net als in 2010 gegrepen naar de noodmaatregel DVG, dit is wat vroeger de vrijstellingsregeling was. Over de discussie rond insecticiden en bijen hoef ik hier niet uit te wijden, maar het toekennen van de DVG was geen automatisme maar is half april toch gerealiseerd. Overigens is in de nieuwe gewasbeschermings verordening geen mogelijkheid voor deze DVG’s.
Zonder geluk vaart niemand wel, luidt het spreekwoord maar de situatie nu en de situatie in maart is voor een deel afhankelijk geweest van een geluksfactor. De middelenwerkgroep in samnwerking met de knolselderijtelersvereniging en de middelencoördinator zijn zeer scherp op mogelijkheden en onmogelijkheden, dat dit regelmatig leidt tot zorg en hoofdpijn is voor de buitenwereld niet altijd duidelijk. Als teler moeten beslissingen genomen worden en mag inderdaad vertrouwd worden op resultaten in belangenbehartiging maar besef dat de zorg van ingewijden regelmatig veel groter is dan van buitenaf te zien is. Waardering voor de telersvereniging, middelenwerkgroep en de middelencoördinator is op zijn plaats.
Ulko Stoll
28 febr. 2011 Tijdelijk toegelaten middelen voor oplossing knelpunt wantsen in knolselderij en koolvlieg in koolraap Ook in 2011 kunnen door de PD erkende knelpunten in de gewasbescherming opgelost worden door middelen voor een periode van maximaal 1 jaar een toelating voor een Dringend Vereist Gewasbeschermingsmidel (DVG) te geven. Het betreft vooral kleine teelten waarin weinig middelen zijn toegelaten met als doel de sectoren en de industrie de tijd te geven om tot een structurele oplossing te komen van een vastgesteld knelpunt. De lijst is weliswaar nog niet nog niet kompleet. Echter voor witlof telers is er goed nieuws. Perfecthion in koolraap tegen de koolvlieg en tegen wantsen in knolselderij mag worden toegepast t/m 31 oktober 2011. Aan de structurele oplossing voor oplossing van schade door witlofmineervlieg wordt op initiatief van de werkgroep effectief middelenpakket en de knolsederlij telersvereninging een aantal jaren gewerkt. Het resultaat laat nog even op zich wachten tot die tijd werkt de middelencoördinator aan dit soort tijdelijke oplossingen. De inzet en de kosten die LTO Nederland maakt voor een effectief middelenpakket in de vollegrondsgroententeelt worden voornamelijk gefinancierd door het Productschap Tuinbouw. Miriam Breedeveld Gebruik polyfosfaat in andijvie
Op proefcentrum voor de groenteteelt in Kruishoutem is afgelopen jaren onderzoek gedaan naar het gebruik van ammoniumpolyfosfaat als startmeststof in andijvie. Dit gaf toen bevredigende resultaten.
In 2009 werd een proef aangelegd om na te gaan welke toedieningswijze van ammoniumpolyfosfaat de beste resultaten gaf. Zo werden plantbakbehandelingen aan 0,5 en 1 ml per plant, puntsgewijze toepassingen voor plant en na plant, rijenbehandeling na plant en volleveldsbespuiting na plant met elkaar vergeleken. De groei was over het algemeen zeer goed. De weersomstandigheden waren goed en opdat de groei optimaal zou verlopen werd verschillende keren beregend. Vooral de puntsgewijze toepassingen, zowel voor het planten in het plantgat als na het planten, boven de plant, geven uitstekende resultaten: weinig tot geen fytotoxiciteit gecombineerd met een sterke groei en een hoge opbrengst. Ook de bladandijvie behandeld in de plantbak, zowel aan 1 ml als aan 0,5 ml per plant haalt hoge stukgewichten, maar vertoont veel vervorming en verbranding in de eerste groeifase. Ook de groei moet in het begin van de teelt sterk aan kracht inboeten. Dit blijkt toch te resulteren in een iets kleiner gewasvolume enkele dagen voor oogst. De rijenbehandeling na planten resulteert in een matige opbrengst. De volleveldsbespuiting na planten geeft risico op verbranding en vervorming van de planten. Bovendien is de opbrengst laag.
Onbehandeld: Zes dagen na plant bleek de onbehandelde bladandijvie groeikrachtig en vertoonde geen fytotoxiciteit. Bijna twee weken na plant was deze groeikracht echter maar matig. Naar het einde van de teelt toe zette deze trend door met het kleinste gewasvolume enkele dagen voor oogst en het laagste gemiddelde stukgewicht bij oogst.
Plantbakbehandeling 1 ml / plant: Tijdens de twee tussentijdse beoordelingen werd bij de andijvie van dit object telkens veel fytotoxiciteit waargenomen. Bijna twee weken na plant was deze bladandijvie met achterstand het minst groeikrachtige gewas. Een maand later bleek het gewas vrij hersteld te zijn. Het haalde immers een matig tot groot gewasvolume en was vrij uniform. De opbrengst was hoog.
Plantbakbehandeling 0,5 ml / plant:De bladandijvie van dit object vertoonde vrij veel fytotoxiciteit. De verbranding en de groeikrachtvermindering van de andijvie, zeker twee weken na plant, waren iets minder uitgesproken dan de plantbakbehandeling van 1 ml / plant. Met een matig tot groot gewasvolume enkele dagen voor oogst en een zeer hoog gemiddeld stukgewicht bij oogst bleek ook hier dat de bladandijvie zich zeer goed hersteld had. Mogelijk zou er minder verbranding zijn als er met meer water afgeregend werd na de plantbakbehandelingen, doch het risico op fytotoxiciteit blijft bestaan.
Puntsgewijs voor plant in het plantgat: De bladandijvie vertoonde heel weinig tot geen fytotoxiciteit, behoorde tot de meest groeikrachtige gewassen en had enkele dagen voor oogst het grootste gewasvolume. Het gewas oogde ook vrij uniform en gezond. Had het hoogste gemiddelde stukgewicht.
Puntsgewijs na plant, boven de plant:Er werd weinig tot geen fytotoxiciteit waargenomen. Het gewas was het meest groeikrachtig en had een zeer groot volume vier dagen voor oogst. De opbrengst was goed met een hoog gewicht per geoogste plant.
Rijenbehandeling na plant: Fytotoxiciteit werd er zo goed als niet waargenomen. Het gewasvolume van de bladandijvie enkele dagen voor oogst was matig tot klein. Ook bleek het gewas iets meer heterogeen maar significant verschillend was dat niet. De opbrengst was matig.
Volleveldsbespuiting na plant:Zes dagen na plant was de bladandijvie wat vervormd en verbrand. De planten kenden ook een eerder zwakke groei. Een week later was deze fytotox nog steeds zichtbaar maar was er kennelijk al wat uitgegroeid. Het gewasvolume enkele dagen voor oogst was bij de laagste uit de proef wat zich ook manifesteerde in een lage opbrengst. Op het veld bleek dit ook een vrij heterogeen en matig gezond gewas, hoewel hier geen significante verschillen tussen de verschillende objecten werden waargenomen.
Besluit
Vooral de puntgewijze toepassingen, zowel voor het planten in het plantgat als na het planten, boven de plant, geven uitstekende resultaten: weinig tot geen fytotoxiciteit gecombineerd met een sterke groei en een hoge opbrengst. Ook de bladandijvie behandeld in de plantbak, zowel aan 1 ml als aan 0,5 ml per plant haalt hoge stukgewichten, maar vertoont veel vervorming en verbranding in de eerste groeifase. Ook de groei moet in het begin van de teelt sterk aan kracht inboeten. Dit blijkt toch te resulteren in een iets kleiner gewasvolume enkele dagen voor oogst. De rijenbehandeling na planten resulteert in een matige opbrengst. De volleveldsbespuiting na planten geeft risico op verbranding en vervorming van de planten. Bovendien is de opbrengst laag.
Bron: proefcentrum Kruishoutem
Lopend onderzoek herbiciden in sla
Afgelopen jaar heeft Proeftuin Zwaagdijk onderzoek gedaan naar de perspectieven van onkruidbestrijdingsmiddelen in Ijsbergsla. De landelijke kerngroep ijsbergsla onderkent al een aantal jaren dat op gebied van herbiciden het middelen pakket beperkt is. Een inventarisatie afgelopen voorjaar heeft geleerd dat bij toelatingshouders, zij het beperkt, mogelijkheden zijn om een onderzoeksproject te starten. Het onderzoek wordt gefinancierd met sector geld dat geïnd wordt via het Productschap Tuinbouw.
Proeftuin Zwaagdijk heeft de samenwerking gezocht met de gewasbeschermingsindustrie om de bestaande en toekomstige herbiciden tijdens de teelt van ijsbergsla met elkaar vergelijken. Het doel van het onderzoek is het vinden en beschikbaar krijgen van middelen om klein kruiskruid, melden en opslag van groenbemesters (o.a. granen) in sla effectief te bestrijden.
In het voorjaar is er contact geweest met de producenten van gewasbeschermingsmiddelen omtrent participatie in het onderzoek. Tevens is er overleg geweest met de kerngroep ijsbergsla en mevr. M. Breedeveld, coördinator effectief middelenpakket voor de vollegrond van LTO Nederland. De proeven zijn aangelegd in Waarland en Middenmeer. De bespuitingen werden voor de grondbewerking, voor het planten, na het planten of drie weken na het planten de sla uitgevoerd. De proeven bestonden uit elf behandelingen die in vier herhalingen werden aangelegd. Beoordelingen van de effectiviteit, de fytotoxiciteit en de gewasstand werden wekelijks uitgevoerd. Hiernaast werd de stand van het onkruid beoordeeld en een onkruidtelling (aantal en soort) uitgevoerd. Zeven weken na het planten werden de proeven geoogst. De proeven zijn door de kerngroep ijsbergsla en vertegenwoordigers van de gewasbeschermingsmiddelenindustrie bezocht.
Na het machinaal planten groeide de ijsbergsla bij de meeste behandelingen goed en uniform weg. De volgende conclusies kunnen op basis van de eenjarige proef worden getrokken.
Twee andere behandelingen waren heel effectief tegen onkruid. De mate van fytotoxiciteit en effectiviteit tussen beide behandelingen verschilde per locatie. In Waarland werd pas bij de laatste waarnemingen een verschil in gewasstand en in effectiviteit geconstateerd. In Middenmeer was dit al vrij gauw na het planten het geval. Behandeling 10 had hierbij een mindere gewasstand, maar betere effectiviteit. Toch leidde dit niet tot een betrouwbaar productieverschil. Op basis van het eerste jaar van de proef kan voorzichtig worden geconcludeerd dat er perspectieven zijn voor onkruidmiddelen. In overleg met de gewasbeschermingsfabrikanten en middelencoordinator wordt een voorstel voor de opzet in 2010 voorgelegd aan de begeleidingscommissie.
Nico Bakker
Movento na veel inspanning toegelaten Kop er bij houden en doorzetten. De toelating van Movento in diverse vollegrondsgroentegewassen is eindelijk voor elkaar. Niet zonder slag of stoot maar wel met resultaat. De samenwerking tussen landelijke kerngroep spruiten, middelencoördinator en fabrikant is er een van jaren die nu tot dit tevredenstellende resultaat leiden. De toelating van Movento is een voorbeeld van het belang van een goede focus van LTO op effectieve inzet van de middelencoördinator en de benutting van Productschapgeld voor financiering van onderzoeken en coördinator. Het is niet vaak dat een nieuwe stof wordt toegelaten zeker niet in de vollegrondsgroentesector. De geschiedenis van de toelating van Movento is er een van jaren. In het najaar van 2002 heeft de landelijke kerngroep spruiten van het huidige LTO Vollegrondsgroente.net op basis van grote problemen met witte vlieg een onderzoekswens geformuleerd waarin de zoektocht naar een goed middel tegen insecten werd gestart. In overleg tussen spruitentelers, LTO middelencoordinator en fabrikant Bayer zijn in 2003 en 2004 uitgebreide proeven weggelegd met financiering via het Productschap Tuinbouw. Op basis van deze onderzoeken is Movento dat toe nog als code in de onderzoeksrapportage is genoemd, aangewezen als effectief middel tegen witte vlieg. Vervolgens is een dossier opgebouwd dat voldoende is om een toelating bij het ctgb te verkrijgen. De middelencoordinator heeft vanuit zijn expertise gezorgd voor de volledigheid van gewassen op het etiket. Van de zogenaamde extrapolatiemogelijkheden waarin resultaten van spruiten te kopieren zijn naar andere gewassen is zoveel mogelijk gebruik gemaakt waardoor nu ook gewassen als Chinese kool en paksoi op het toelatingsetiket staan. Bayer heeft als eigenaar van Movento allerlei studies waaronder residustudies uitgevoerd en gefinancierd. Uiteindelijk is er een hele verzameling aan onderzoeken en studies verzameld om een dossier te vormen die nu tot toelating leiden. De toelating van Movento is een voorbeeld van de lange adem die nodig is om een toelating te realiseren. Snelheid en toelatingsbeleid zijn twee heel verschillende dingen. Contacten vasthouden met alle belanghebbenden en weten wat het einddoel is zijn erg belangrijk om tot resultaat te komen. Hier laat de toegevoegde waarde van de LTO middelencoordinator zich zien. Miriam Breedeveld Excursie bladgewassen geeft doorkijk naar de toekomst Zwaagdijk 23 juni, teelten uit de grond zullen hoe dan ook gaan plaatsvinden. Dit concludeerden de bezoekers aan de excursiemiddag op proeftuin Zwaagdijk. Tijdens de middag waren verschillende objecten te zien rond het innovatieprogramma teelt uit de grond. Zowel bladgewassen, lollo rossa, bladsla en eikenbladsla als bloemkool, broccoli, pluksla als selderij waren te bezichtingen. Hydrospecialsit Marc Celis van Rijk Zwaan hield het gehoor voor dat wereldwijd uit de grond teeltsystemen in verschillende stadia van ontwikkeling zijn. De motivatie is overal anders. Op de ene plek is water op de andere plek is goede grond een schaars goed. De ontwikkeling is een gegeven en niet meer te stoppen. De aanwezigen gaven aan dat dan wel regelgeving dan wel klantengroep dan wel gebrek aan arbeid allemaal redenen kunnen zijn waardoor er druk ontstaat om op uit de grond systemen te gaan telen. Om deze druk voor te zijn is het goed dat naar rentabiliteit van teelten wordt gekeken en naar de praktische inpasbaarheid. Overigens is er geen angst voor negatief sentiment t.a.v. uit de grond systemen. Immers er is een fantastisch mooi duurzaamheids verhaal te vertellen. Laten zien en een eerlijk verhaal vertellen zal de maatschappij overtuigen. Dat regelgeving volgend is aan innovatieve ontwikkelingen wordt storend gevonden maar is wel een gegeven. De rapportage van afgelopen drie jaar is op te vragen via kantoor(at)vollegrondsgroente(punt)net. Ulko Stoll |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||