Gewasinfo ijsbergsla11 oktober 2011 Bladgewassendemodag bewijst bestaansrecht
De eerste landelijke Bladgewassendemodag, 16 september in Zeeland, heeft zijn bestaansrecht bewezen. Honderd tot honderdvijftig telers stelden zich op de hoogte van nieuwe ontwikkelingen in de teelt.
De demodag was op het bedrijf Compliment van René Verbakel en Jolanda Nooijen in de plaats Zeeland. Voor bezoekers was een gevarieerd programma, met demo's, een uitgebreid rassenveld en een informatiemarkt. ZLTO organiseerde de dag samen met LTO Vollegrondsgroente.net.
Het weer zat goed mee die 16 September en het was gezellig druk op het veld aan de Boekelsedijk te Zeeland.
Er waren demo velden aangelegd met 24 rassen in de verschillende gewassen. de bedrijven die de rassen hebben aangeleverd waren Bejo, Monsanto, Nickerson zwaan, Nunhems.
De rassen die dit jaar op de bladgewassen demo dag stonden: ijsbergsla, chinese kool, Lolla Rossa, eikenbladsla, andijvie, paksoi, frisee. Er waren ook verschillende rassen nog onder nummer te bewonderen.
De vijf demonstraties die te zien waren op de bladgewassen demodag waren divers in uitvoering: planten, spuiten, schoffelen, beregenen en wortel onkruiden bestrijding. De zelfrijdende plant machine van Nanne Kooiman kon ondanks de hoge snelheid een mooie planting garanderen.
Ditzelfde ook voor de schoffel machine van Kooiman die in de rij maar ook tussen de rij het onkruid te lijf ging door de camera gestuurde schoffel machine.
De Kvip-Up van Sjaak v Schie is een machine die wortel onkruiden goed te lijf kan gaan, door de onkruidwortels boven op het maaiveld te leggen, en die dan door verdroging afsterven.
Hoogervorst had de 24 meter Mazotti zelfrijdende spuit met lucht ondersteuning in het veld staan voor demonstraties. De vierwiel aangedreven spuit die ook met vier wielen gestuurd kon worden had daardoor een kleine draai cirkel.
De beregeningsboom van Smits is zeer geschikt voor water met te veel ijzer er in. Door de sleep slangen waar het water uit komt, komt het water niet op het gewas maar ernaast op de grond. Hij heeft ondanks zijn werkbreedte een grote capaciteit.
De organisatoren zijn tevreden over de dag. Over invulling in 2012 wordt al stevig nagedacht.
Joan Bus
Gewasbeschermingsmiddelen; verminder risico’s voor bijen bij gebruik van insecticiden en herbiciden
Gewasbeschermingsmiddelen kunnen gevaarlijk zijn voor bijen. Tijdens de toelatingsprocedure gaat de overheid na welke producten en/of in welke omstandigheden deze gevaarlijk zijn en legt vervolgens een veilig gebruik vast. Pas het product dus correct toe zoals vermeld op het etiket.
Lees aandachtig het etiket en respecteer de aanbevelingen voor bijen, bijvoorbeeld:
• Gebruik dit product niet op plaatsen waar bijen actief naar voedsel zoeken, dat wil zeggen op in bloei staande gewassen of op in bloei staande onkruiden. Verwijder of maai daarom dit onkruid voor de bespuiting.
• Spuit niet in de nabijheid van bijenkorven, verwijder of bedek bijenkorven tijdens en kort na het spuiten.
• Indien een menging van verschillende gewasbeschermingsmiddelen wordt gebruikt, volg de aanbevelingen van alle etiketten.
Werk op een milieubewuste manier; pas de IPM-richtlijnen toe (IPM = geïntegreerde
gewasbescherming):
• Volg de waarschuwingssystemen en -berichten
• Observeer welke insecten, ziekten of plagen op het perceel voorkomen en
analyseer de mate van aantasting, beslis op basis daarvan of een behandeling
met een gewasbeschermingsmiddel noodzakelijk is
• Kies, indien mogelijk, steeds voor een selectief gewasbeschermingsmiddel
dat de natuurlijke vijanden en bestuivers zoveel mogelijk spaart.
Volg de goede landbouwpraktijken:
• Gebruik het aanbevolen gewasbeschermingsmiddel, aan de juiste dosis zoals vermeld op het etiket, en spuit op het gepaste tijdstip.
• Spuit bij weinig wind, bij voorkeur ’s morgens of ’s avonds wanneer bijen niet actief zijn en om drift naar naburige velden, akkerranden of waterlopen te vermijden.
• Vermijd bij het zaaien stofdrift afkomstig van zaadontsmettingsproducten.
Pas hiervoor de goede zaaipraktijken toe: zaaien gebeurt bij weinig wind aan een gematigde rijsnelheid en gebruik zaaimachines uitgerust met deflectoren om stofdrift te voorkomen (vnl. bij maïs).
In tegenstelling tot vele plaagsoorten zijn hun natuurlijke vijanden en bestuivende insecten niet in staat om zich snel te vermenigvuldigen. Hierdoor kan het lang duren alvorens deze nuttige insecten terugkeren na een behandeling met insecticiden
Nico Bakker
Groentebedrijven vechten tegen sla-vretende eenden.
Te “klein deel schade wordt vergoed.”
Diverse slatelers in Nederland voelen zich machteloos. Ondanks de vlaggen, hekken, nephaviken en springpoppen om wild van zijn land af te houden, fourageren vooral eenden volop in de ijsbergsla. Van de schadevergoeding, die men indient bij het Faunafonds, krijgt men slechts een te klein deel uitbetaald.
Aantal neemt toe
Het Faunafonds vergoedt schade die is aangericht door beschermde diersoorten die niet mogen worden afgeschoten. Er is schade van eenden, meerkoeten, ganzen, duiven en hazen. Meerkoeten en ganzen zijn niet bejaagbaar. Voor eenden geldt een jachtverbod tussen 1 februari en 15 augustus en voor hazen van 1 januari tot 15 oktober. De houtduif is echter het hele jaar bejaagbaar. Met name de populatie van de beschermde dieren waar niet jaarrond op mag worden geschoten, breidt uit.
Een mogelijke oorzaak van de groeiende wildpopulatie heeft wellicht te maken met het groeiend aantal natuurgebieden in Nederland.
Een afschotvergunning geeft toestemming om de schadelijke dieren af te schieten. De aanvraag hiervan komt steeds eerder binnen dit in tegenstelling tot andere jaren, binnen een week na aanvraag binnen. In voorgaande jaren duurde het soms één tot anderhalve maand. Dan is de schade al geleden en kan de sla zijn geoogst, wanneer de afschotvergunning binnenkomt. Een ronde met een taxateur van het Faunafonds sluit de oogstperiode af om de schade op te nemen.
Schadevergoeding onzeker
Jaarlijks is de veldopbrengstderving van de ijsbergsla door wildschade van beschermde diersoorten zo’n tien procent. Op de bedrijven komt dit neer op een forse schade.
Of de ondernemers de schade uitgekeerd krijgen van het Faunafonds hangt af van de mate van correct ingevulde schadeformulieren. Dit geeft onzekerheid bij de telers. Zo is het bij het invullen belangrijk dat de invuldata van schadeclaims goed op elkaar aansluiten. Toch worden in de sector de meeste schadeclaims afgewezen op formaliteiten.
Geschat wordt dat 70 procent van de schadeclaims niet vergoed krijgt. „Naast de ingewikkelde administratie wordt de schadevergoeding afgewezen wanneer er volgens medewerkers van het Faunafonds niet aan de voorwaarden is voldaan. Als er bijvoorbeeld één afschrikmiddel te weinig in het land staat, wordt de schade niet vergoed.”
Meer schade dan er wordt vergoed.
De schadevergoeding welke men vangt is veel te laag. Naast de misoogst loopt de schade op door de kosten van de schadebeperkende maatregelen en de vele uren welke men hier mee bezig is. Voor zowel het verkrijgen van een afschotvergunning als de schadevergoeding is een aantal maatregelen verplicht. Het plaatsen van bijvoorbeeld omheiningen, vlaggen en kanonnen zijn voorwaarden voor een schadevergoeding. Zo kost de aanschaf van een kilometer hekwerk voor de omheining ongeveer 2.000 euro en een kanon kost in totaal 1.500 euro. LTO groeiservice maakte onlangs een inventarisatie bij vijf telers waar ook een schatting uit voortvloeide. Hierbij werd de schade inclusief arbeid geschat op 1.200 euro per hectare. Hierin is aan arbeid 12 uur per hectare opgenomen.
Kanon werkt goed
Het effect van de afweermaatregelen is verschillend. Over het algemeen is men tevreden over de werking van het kanon, dat om de twintig minuten drie keer achter elkaar een schotgeluid laat horen. Het enige nadeel is dat een kanon minimaal 250 meter van de weg en van de bebouwing moet staan. Andere mogelijkheden zijn afweergaas rondom de percelen hoewel eenden ook over het hek heen kunnen vliegen. Om de wapperende vlaggen, springende poppen en opblaasbare nephaviken geven de beschermde diersoorten minder en is gewenning snel aan de orde.
Om duidelijk te maken dat er veel schade wordt geleden, blijft het noodzakelijk om dit ook aan te geven middels het schadeformulier. Alleen zo kan de schade in beeld worden gebracht bij instanties welke betrokken zijn om dit een halt toe te roepen.
Bron akkermagazine
Luisbestrijding met Movento top!
Naast Gaucho of Cruiser bij het zaaien is bestrijding op het veld mogelijk met Plenum, Pirimor en sinds kort Movento. In de zomer is in verband met de infectiedruk maximale gewasbescherming nodig. De vraag van telers is echter of in het voor- en najaar een basis met zaadcoating (of vergelijkbare technieken) met Gaucho of Cruiser wel nodig is of dat kan worden volstaan met enkele gewasbespuitingen. In twee door telers via het PT gefinancierde proeven wordt de noodzaak van een behandeling bij het zaaien onderzocht. De voorjaarproef werd 12 juli afgerond. Telers en vertegenwoordigers waren uitgenodigd om de resultaten met elkaar te bekijken en te bespreken.
Onbehandelde en met 115 gram Cruiser (per 100.000 planten) behandelde planten van het ras Igoma werden 19 mei bij Ernst Granneman uitgeplant. De praktijk plant vanwege grote problemen in het verleden hoofdzakelijk NAS-resistente rassen. Om het risico op een te lage infectiedruk te vermijden is voor de proef dit niet-luisresistente ras gekozen.
In overleg met de telers van de Landelijke Kerngroep IJsbergsla zijn de bespuitingen vastgesteld: niet spuiten, 2x Plenum, 2x Movento of 1x Plenum + 2x Movento (in deze volgorde in verband met de veiligheidstermijnen). De spuitdata waren 9 en 20 juni. Op 1 juli werden alleen behandelingen 4 en 8 gespoten. Voor iedere bespuiting en bij de oogst op 12 juli werden bij elk van de 32 velden de luizen op 10 planten geteld.
Na de eerste telling nam de luisdruk flink toe, bij de laatste telling was de luisdruk minder. Dit werd wellicht veroorzaakt door de neerslag en de tropische dagen op 27 en 28 juni waar luizen niet van houden. De resultaten staan in de tabel en de grafiek.
Tabel 1. Percentage planten met luis, luisbestrijding ijsbergsla, Proeftuin Zwaagdijk / Productschap Tuinbouw.
|
beh.
|
coating
|
bespuitingen
|
% planten met ongevleugelde luis
|
|
|
|
|
9-jun
|
20-jun
|
30-jun
|
12-jul
|
|
1
|
onbehandeld
|
-
|
2,5
|
a
|
77,5
|
e
|
62,5
|
b
|
42,5
|
b
|
|
2
|
onbehandeld
|
2x Plenum 50 WG
|
0,0
|
a
|
52,5
|
de
|
62,5
|
b
|
47,5
|
b
|
|
3
|
onbehandeld
|
2x Movento
|
2,5
|
a
|
45,0
|
bcd
|
20,0
|
a
|
2,5
|
a
|
|
4
|
onbehandeld
|
Plenum + 2x Movento
|
0,0
|
a
|
47,5
|
cd
|
7,5
|
a
|
5,0
|
a
|
|
5
|
Cruiser70 WS
|
-
|
0,0
|
a
|
22,5
|
abc
|
15,0
|
a
|
12,5
|
a
|
|
6
|
Cruiser70 WS
|
2x Plenum 50 WG
|
0,0
|
a
|
20,0
|
ab
|
2,5
|
a
|
17,5
|
a
|
|
7
|
Cruiser70 WS
|
2x Movento
|
0,0
|
a
|
7,5
|
a
|
0,0
|
a
|
0,0
|
a
|
|
8
|
Cruiser70 WS
|
Plenum + 2x Movento
|
0,0
|
a
|
5,0
|
a
|
0,0
|
a
|
0,0
|
a
|
|
|
|
LSD
|
-
|
25,1
|
27,6
|
18,9
|
Als een van de letters van een behandeling overeenkomt met een andere behandeling dan is het verschil tussen deze twee behandelingen niet betrouwbaar. Met de LSD wordt aangegeven bij welk getal verschillen betrouwbaar zijn.
Op 20 juni had ruim 75% van de geheel onbehandelde planten luis, met alleen Cruiser (dummy pil) was dit slechts 22%. Het is duidelijk dat de basisbehandeling met Cruiser zorgt voor een aanzienlijk lagere infectie. Op 30 juni is voor de derde maal geteld. Het viel toen op dat het percentage planten bij de behandelingen met Movento op ongecoate planten was gezakt van gemiddeld 46% naar 14%. Op 12 juli was de laatste telling. Met Cruiser aan de basis en twee bespuitingen met Movento werd de teelt geheel luisvrij geëindigd. Ook hadden alleen Cruiser en Cruiser plus tweemaal Plenum minder luizen dan de planten zonder Cruiser en Plenum. In deze proef hadden de twee bespuitingen met Plenum op 9 en 20 juni bij de oogst geen effect ten opzichte van niet spuiten. Op 20 juni was er wel een duidelijk effect van Plenum in vergelijking met onbehandeld zichtbaar, hoewel dit net niet significant was.
Met een coating aan de basis, gevolgd door twee bespuitingen met Movento op een goed groeiend gewas bleef de sla dus de gehele teelt vrijwel vrij van luizen. In een tweede proef die begin augustus wordt aangelegd wordt het effect van deze behandelingen in het najaar nauwkeurig bekeken. Wellicht wordt er dan ook een behandeling met een bespuiting met Movento opgenomen.
Rupsen.
De telers van de Kerngroep IJsbergsla hebben Proeftuin Zwaagdijk ook gevraagd middelen tegen rupsen te zoeken die ook bij hogere temperaturen effectief zijn. Er zijn diverse perspectiefvolle, experimentele middelen beschikbaar om twee proeven mee uit te voeren. Dit onderzoek wordt ook door telers gezamenlijk gefinancierd via het PT. Voor succesvolle proeven is belangrijk om goede proeflocaties te hebben (ongeveer 50% van de planten met een rups). Als u zo’n rupsaantasting heeft, wil ik tegen vergoeding graag een proef van ongeveer 500 m² bij u aanleggen! Bel na signaleren van de rupsen zo snel mogelijk 0228-563164. Bij voorbaat hartelijk dank!
Jan de Lange, Proeftuin Zwaagdijk
Onkruidbestrijding in ijsbergsla
De onkruidbestrijding in de ijsbergsla is grotendeels gebaseerd op de werking van bodemherbiciden. Met aan de basis chloorprofam en Legurame als bodemwerkers en vervolgens Kerb en chloorprofam wederom als hoofdzakelijk werking via de bodem. Gezien de verleden, huidige en toekomstige weersomstandigheden die in dit nu alweer bijzondere jaar bijzonder droog zijn valt de werking indien niet goed toegepast sterk tegen en zal later correctie met de schoffel bijzonder nodig zijn. Zorg bij toepassing voor een snelle inwerking in de bovenste laag van de teeltgrond. Voor deze teelt blijven we helaas afhankelijk van deze beperkte onkruidbestrijdingsmogelijkheden. Dit is gelukkig anders voor de schimmelbestrijding. Inmiddels is een een hele rij mogelijkheden beschikbaar om de diverse schimmels te bestrijden. Van sclerotinia tot valse meeldauw zijn diverse mogelijkheden. Ook voor de bestrijding van de luis zijn de mogelijkheden gegroeid met de toelating van Movento in de ijsbergsla. In de combinatie met de zaadcoating is het mogelijk met 1 of twee bespuitingen een volledig luisvrije teelt uit te voeren. Kortom; Er is veel bereikt voor deze relatief kleine teelt wat betreft de mogelijkheden voor insecten en schimmelbestrijding. Tot slot alleen nog een versterking van de onkruidbestrijdingsmogelijkheden.
Marco van Soesbergen, CAV Agrotheek
Rupsen, luizen en onkruid volop onder de aandacht in ijsbergsla
Net als vorig jaar worden er door Proeftuin Zwaagdijk dit jaar weer een aantal interessante proeven in de teelt van ijsbergsla uitgevoerd. In opdracht van diverse telers via het Productschap Tuinbouw worden de mogelijkheden voor een goede bestrijding van rupsen, luizen en onkruid onderzocht. Voor de rupsenbestrijding kunnen telers momenteel gebruik maken van bacteriepreparaten en pyrethoiden. Helaas is dit niet afdoende voor een volledig bestrijdingsprogramma. Bacteriepreparaten werken namelijk vooral op jonge rupsen en de werking van pyrethoiden is bij warm weer minder. Voor een volledig bestrijdingsprogramma is het dus van belang om een optie te vinden die volwassen rupsen ook bij warm weer goed weet te bestrijden. Ten aanzien van de luizenbestrijding wordt gezocht naar een goed bestrijdingsprogramma om ijsbergsla luisvrij te kunnen telen. Hierin wordt gekeken naar de combinatie van een coating met Cruiser gevolgd door een spuitschema met Movento en/of Plenum. Het onderzoek naar de bestrijding van onkruid in ijsbergsla is in navolging op de onkruidproeven van vorig jaar. Vorig jaar waren er een aantal middelen die het onkruid goed wisten te bestrijden maar teveel schade aan de sla veroorzaakten. Op het gebied van onkruidbestrijding in ijsbergsla ligt er duidelijk een dunne grens tussen een goede onkruidwerking en het optreden van gewasschade. Dit jaar zal dus verder gezocht worden naar een goedwerkende onkruidbestrijder die geen gewasschade aan ijsbergsla veroorzaakt.
Jos Bakker Proeftuin Zwaagdijk
Chemische onkruidbestrijding heeft het moeilijk.
Door de droge omstandigheden van de laatste weken heeft de chemische onkruidbestrijding het moeilijk in de diverse teelten. Door het achterwege blijven van vocht is de verdeling van de middelen niet optimaal en de werking verre van goed te noemen. Hierdoor zijn diverse plantingen ( met name onder doek) verscholen onder het onkruid ondanks dat er een chemische onkruidbestrijding heeft plaatsgevonden. Wel heeft men door de droge omstandigheden alle gelegenheid om een mechanische onkruidbestrijding uit te voeren, ga dan ook regelmatig uw gewassen na om te oordelen of een mechanische onkruidbestrijding noodzakelijk is. Wanneer er te lang gewacht wordt, is deze niet meer uit te voeren zonder beschadiging van uw gewas.
De teelt kan met name op de zwaardere gronden nog niet geheel zonder chemische onkruidbestrijding. In een eerder gehouden onderzoek werd duidelijk dat chemie vaak onmisbaar is om de teelt vrij te houden van onkruid. Wanneer schoffelen door langdurige regenval onmogelijk is, wordt tevens duidelijk dat de bestaande middelen niet altijd in staat zijn om de percelen vrij te houden van onkruid. Het huidige aanbod van chemische middelen blijkt in deze omstandigheden te beperkt voor een schone teelt. Ook is duidelijk dat niet alle middelen zonder gevaar kunnen worden toegepast. Middelen toegelaten in andere teelten kunnen tot grote schade aan het gewas leiden. Voor meer informatie:
Nico Bakker
28 febr 2011 Afgelopen jaar heeft Proeftuin Zwaagdijk onderzoek gedaan naar de perspectieven van onkruidbestrijdingsmiddelen in Ijsbergsla. De landelijke kerngroep ijsbergsla onderkent al een aantal jaren dat op gebied van herbiciden het middelen pakket beperkt is. Een inventarisatie afgelopen voorjaar heeft geleerd dat bij toelatingshouders, zij het beperkt, mogelijkheden zijn om een onderzoeksproject te starten. Het onderzoek wordt gefinancierd met sector geld dat geïnd wordt via het Productschap Tuinbouw.
Gewis in vollegrondsgroente
Gewis staat voor “Gewasbescherming En Weer Informatie Systeem”. Gewis is een computerprogramma dat u helpt het juiste spuitmoment te bepalen bij de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen. Er bestaat een sterke relatie tussen het weer en het effect van gewasbeschermingsmiddelen. De weersomstandigheden rondom het moment van de bespuiting bepalen het verschil tussen een geslaagde en een mislukte bespuiting.
Hoe werkt Gewis
Het adviessysteem Gewis berekent aan de hand van de weersgegevens het meest optimale spuitmoment. Hiermee voorkomt u dat uw gewas schade oploopt door een bespuiting op het verkeerde moment. Omdat u kunt spuiten op het meest geschikte moment, kunt u in veel gevallen ook een lagere dosering aanhouden. U bespaart dus middel en het risico op gewasschade neemt af.
Weerstation
Het Gewis-programma maakt gebruik van gegevens die verkregen worden via een weerstation in de regio. Deze worden via internet van het weerstation opgehaald. Het weerstation meet continu het microklimaat in het gewas en registreert de waarden per uur. Gewas- en bodemtemperatuur, luchtGewis in vollegrondsgroente vochtigheid in het gewas, neerslag en windsnelheid in de afgelopen dagen zijn van grote invloed op de toestand van de plant tijdens het spuiten (mate van afharding, blad droog of nat, groeisnelheid etc.). Gewis verwerkt deze gegevens bij het bepalen van het advies.
Weersverwachting
Gewis is gekoppeld aan het landbouwweerbericht voor de regio. Met deze gegevens wordt een inschatting gemaakt of ook na de bespuiting aan de weersvoorwaarden voor een effectieve toepassing van het middel wordt voldaan. Denk hierbij aan een buitje na toepassing van een bodemherbicide, groeizaam weer in de dagen na toepassing van een groeistof, of voldoende hechting bij toepassing van een contactfungicide
.
Effect van een bespuiting
Wat de ideale omstandigheden voor een bespuiting zijn, wordt bepaald door allerlei specifieke eigenschappen van het middel: werkingsmechanisme, werkzame stof, formulering etc. Het gewisprogramma heeft een databank waarin alle eigenschappen van de bestrijdingsmiddelen zijn opgeslagen. Als u een bepaalde bespuiting wilt uitvoeren, kiest u het betreffende middel uit de lijst. Op basis van de weersgegevens berekent Gewis hoe die processen verlopen, dus wat het relatieve effect van de bespuiting is. Het effect van een werkzame stof wordt weergegeven in een grafiek over de periode van eergisteren t/m overmorgen. Per uur leest u af of de omstandigheden gunstig, gemiddeld of ongunstig zijn (zie voorbeeldgrafiek). Zo krijgt u op een eenvoudige wijze inzicht in de weersomstandigheden in relatie tot het bespuitingeffect. Bespuitingen onder ongunstige omstandigheden, met als gevolg een onvoldoende effect van het middel of zelfs gewasschade, kunt u zo vermijden.
Tips
Bij ‘groen’ spuiten: Probeer onder zo optimaal mogelijke omstandigheden te spuiten. Het programma Gewis geeft dit weer in een grafiek met de kleur groen. U kunt Gewis ook heel goed gebruiken als controle. Heeft u bepaalde bespuitingen gepland, kijk dan naar de Gewisadviezen en doe vervolgens (kleine) bijstellingen. Het programma werkt vaak ondersteunend op uw eigen gevoel en inschatting van de spuitomstandigheden.
Zelf beslissing nemen: Gewis geeft een advies voor het juiste spuitmoment. Het is natuurlijk aan uzelf om daar gepast mee om te gaan. Sommige bespuitingen dulden geen uitstel vanwege bijvoorbeeld de onkruidsituatie. Daarnaast moet de bespuiting wel passen in uw werkplanning.
Middelenkeuze: Onder specifieke weersomstandigheden kunnen middelen, die normaal niet de eerste voorkeur hebben, wel eens beter geschikt zijn. Als een middel dat u bij voorkeur gebruikt volgens Gewis maar matig effectief is, kijk dan eens naar de adviezen voor alternatieve middelen.
Terugkijken: Met Gewis kunt u terugkijken op al gedane bespuitingen. Door een goed of slecht resultaat te koppelen aan de beoordeling van Gewis kunt u op dit gebied veel kennis opdoen. Gewis stelt u in staat om gemakkelijker af te stappen van uw vaste gewoontes. Het programma zal u leren dat bepaalde vuistregels (bijvoorbeeld dat het beter is om ‘s avonds te spuiten) lang niet altijd opgaan en zeker niet voor alle middelen gelden.
Bron: Agrovision
MOVENTO, een nieuw middel tegen moeilijk te raken insecten
Movento is een nieuw, volledig systemische insecticide behorend tot de groep van de ketoenolen met spirotetramat als werkzame stof. Het unieke werkingsmechanisme berust op de verstoring van de vetopbouw van insecten. Hierdoor is er geen kruisresistentie met andere insecticiden en is Movento dus een uitstekend middel in resistentie-management strategieën.
Movento wordt opgenomen in de plant en wordt zowel naar boven als naar beneden door de hele plant getransporteerd. Door deze unieke eigenschap zullen ook jonge onbehandelde bladeren, moeilijk te bereikbare delen van de plant en het wortelgestel van de plant uitstekend beschermd zijn. Movento heeft een zeer breed werkingsspectrum, en is effectief op o.a. diverse bladluizen en wortelluis,
Spelregels voor toepassing Movento
- MOVENTO bij voorkeur toepassen in een vroeg stadium van de ontwikkeling van een plaag
- MOVENTO alleen toepassen op een actief groeiend gewas. Een verouderend of in stress verkerend gewas is niet goed in staat om de spirotetramat door de plant te verplaatsen, met onvoldoende opname door de insecten en onvoldoende afdoding tot gevolg.
- Voor voldoende opname, MOVENTO alleen toepassen indien er voldoende blad aanwezig is.
- MOVENTO apart toepassen, dus niet combineren met andere insecticiden, fungiciden, (blad)meststoffen of uitvloeiers.
Advies onbedekte teelt van sla (met uitzondering van veldsla) en andijvie
Tegen luis Movento spuiten rond kropvorming (ongeveer 3 à 4 weken na planten)
Aan de basis een behandeling met Gaucho handhaven (lage dosering is dan voldoende)
Dosering: 0,5 liter middel per hectare
Nico Bakker
Gebruik polyfosfaat
Op proefcentrum voor de groenteteelt in Kruishoutem is afgelopen jaren onderzoek gedaan naar het gebruik van ammoniumpolyfosfaat als startmeststof in andijvie. Dit gaf toen bevredigende resultaten. Wellicht zijn resultaten te vertalen naar gebruik in Ijsbergsla. Hieronder volgen de resultaten die in Kruishoutem in Andijvie zijn behaald.
Afgelopen jaar werd een proef aangelegd om na te gaan welke toedieningswijze van ammoniumpolyfosfaat de beste resultaten gaf. Zo werden plantbakbehandelingen aan 0,5 en 1 ml per plant, puntsgewijze toepassingen voor plant en na plant, rijenbehandeling na plant en volleveldsbespuiting na plant met elkaar vergeleken. De groei was over het algemeen zeer goed. De weersomstandigheden waren goed en opdat de groei optimaal zou verlopen werd verschillende keren beregend. Vooral de puntsgewijze toepassingen, zowel voor het planten in het plantgat als na het planten, boven de plant, geven uitstekende resultaten: weinig tot geen fytotoxiciteit gecombineerd met een sterke groei en een hoge opbrengst. Ook de bladandijvie behandeld in de plantbak, zowel aan 1 ml als aan 0,5 ml per plant haalt hoge stukgewichten, maar vertoont veel vervorming en verbranding in de eerste groeifase. Ook de groei moet in het begin van de teelt sterk aan kracht inboeten. Dit blijkt toch te resulteren in een iets kleiner gewasvolume enkele dagen voor oogst. De rijenbehandeling na planten resulteert in een matige opbrengst. De volleveldsbespuiting na planten geeft risico op verbranding en vervorming van de planten. Bovendien is de opbrengst laag.
Onbehandeld: Zes dagen na plant bleek de onbehandelde bladandijvie groeikrachtig en vertoonde geen fytotoxiciteit. Bijna twee weken na plant was deze groeikracht echter maar matig. Naar het einde van de teelt toe zette deze trend door met het kleinste gewasvolume enkele dagen voor oogst en het laagste gemiddelde stukgewicht bij oogst.
Plantbakbehandeling 1 ml / plant: Tijdens de twee tussentijdse beoordelingen werd bij de andijvie van dit object telkens veel fytotoxiciteit waargenomen. Bijna twee weken na plant was deze bladandijvie met achterstand het minst groeikrachtige gewas. Een maand later bleek het gewas vrij hersteld te zijn. Het haalde immers een matig tot groot gewasvolume en was vrij uniform. De opbrengst was hoog.
Plantbakbehandeling 0,5 ml / plant:De bladandijvie van dit object vertoonde vrij veel fytotoxiciteit. De verbranding en de groeikrachtvermindering van de andijvie, zeker twee weken na plant, waren iets minder uitgesproken dan de plantbakbehandeling van 1 ml / plant. Met een matig tot groot gewasvolume enkele dagen voor oogst en een zeer hoog gemiddeld stukgewicht bij oogst bleek ook hier dat de bladandijvie zich zeer goed hersteld had. Mogelijk zou er minder verbranding zijn als er met meer water afgeregend werd na de plantbakbehandelingen, doch het risico op fytotoxiciteit blijft bestaan.
Puntsgewijs voor plant in het plantgat: De bladandijvie vertoonde heel weinig tot geen fytotoxiciteit, behoorde tot de meest groeikrachtige gewassen en had enkele dagen voor oogst het grootste gewasvolume. Het gewas oogde ook vrij uniform en gezond. Had het hoogste gemiddelde stukgewicht.
Puntsgewijs na plant, boven de plant:Er werd weinig tot geen fytotoxiciteit waargenomen. Het gewas was het meest groeikrachtig en had een zeer groot volume vier dagen voor oogst. De opbrengst was goed met een hoog gewicht per geoogste plant.
Rijenbehandeling na plant: Fytotoxiciteit werd er zo goed als niet waargenomen. Het gewasvolume van de bladandijvie enkele dagen voor oogst was matig tot klein. Ook bleek het gewas iets meer heterogeen maar significant verschillend was dat niet. De opbrengst was matig.
Volleveldsbespuiting na plant:Zes dagen na plant was de bladandijvie wat vervormd en verbrand. De planten kenden ook een eerder zwakke groei. Een week later was deze fytotox nog steeds zichtbaar maar was er kennelijk al wat uitgegroeid. Het gewasvolume enkele dagen voor oogst was bij de laagste uit de proef wat zich ook manifesteerde in een lage opbrengst. Op het veld bleek dit ook een vrij heterogeen en matig gezond gewas, hoewel hier geen significante verschillen tussen de verschillende objecten werden waargenomen.
Besluit
Vooral de puntgewijze toepassingen, zowel voor het planten in het plantgat als na het planten, boven de plant, geven uitstekende resultaten: weinig tot geen fytotoxiciteit gecombineerd met een sterke groei en een hoge opbrengst. Ook de bladandijvie behandeld in de plantbak, zowel aan 1 ml als aan 0,5 ml per plant haalt hoge stukgewichten, maar vertoont veel vervorming en verbranding in de eerste groeifase. Ook de groei moet in het begin van de teelt sterk aan kracht inboeten. Dit blijkt toch te resulteren in een iets kleiner gewasvolume enkele dagen voor oogst. De rijenbehandeling na planten resulteert in een matige opbrengst. De volleveldsbespuiting na planten geeft risico op verbranding en vervorming van de planten. Bovendien is de opbrengst laag.
Bron: proefcentrum Kruishoutem
jan. 2011 Lopend onderzoek herbiciden in sla
Proeftuin Zwaagdijk heeft de samenwerking gezocht met de gewasbeschermingsindustrie om de bestaande en toekomstige herbiciden tijdens de teelt van ijsbergsla met elkaar vergelijken. Het doel van het onderzoek is het vinden en beschikbaar krijgen van middelen om klein kruiskruid, melden en opslag van groenbemesters (o.a. granen) in sla effectief te bestrijden.
In het voorjaar is er contact geweest met de producenten van gewasbeschermingsmiddelen omtrent participatie in het onderzoek. Tevens is er overleg geweest met de kerngroep ijsbergsla en mevr. M. Breedeveld, coördinator effectief middelenpakket voor de vollegrond van LTO Nederland. De proeven zijn aangelegd in Waarland en Middenmeer. De bespuitingen werden voor de grondbewerking, voor het planten, na het planten of drie weken na het planten de sla uitgevoerd. De proeven bestonden uit elf behandelingen die in vier herhalingen werden aangelegd. Beoordelingen van de effectiviteit, de fytotoxiciteit en de gewasstand werden wekelijks uitgevoerd. Hiernaast werd de stand van het onkruid beoordeeld en een onkruidtelling (aantal en soort) uitgevoerd. Zeven weken na het planten werden de proeven geoogst. De proeven zijn door de kerngroep ijsbergsla en vertegenwoordigers van de gewasbeschermingsmiddelenindustrie bezocht.
Na het machinaal planten groeide de ijsbergsla bij de meeste behandelingen goed en uniform weg. De volgende conclusies kunnen op basis van de eenjarige proef worden getrokken.
- Legurame en Kerb flo waren beiden selectief voor het gewas. Kerb flo had gemiddeld een betere beoordeling van de effectiviteit. De werking op melde en vogelmuur van Kerb flo is beter dan van Legurame.
- Een tweetal behandelingen veroorzaakten fytotoxiciteit. Hierdoor ging het gewas bij een behandeling verloren en was de productie bij een andere behandeling lager dan de overige behandelingen. De effectiviteit was zeer goed.
- Een drietal behandelingen veroorzaakten geen gewasreactie. De effectiviteit van deze behandelingen waren wisselend. Er waren geen verschillen in productie.
- Twee andere behandelingen waren heel effectief tegen onkruid. De mate van fytotoxiciteit en effectiviteit tussen beide behandelingen verschilde per locatie. In Waarland werd pas bij de laatste waarnemingen een verschil in gewasstand en in effectiviteit geconstateerd. In Middenmeer was dit al vrij gauw na het planten het geval. Behandeling 10 had hierbij een mindere gewasstand, maar betere effectiviteit. Toch leidde dit niet tot een betrouwbaar productieverschil.
Op basis van het eerste jaar van de proef kan voorzichtig worden geconcludeerd dat er perspectieven zijn voor onkruidmiddelen. In overleg met de gewasbeschermingsfabrikanten en middelencoordinator wordt een voorstel voor de opzet in 2010 voorgelegd aan de begeleidingscommissie. |