Gewasinfo bloemkool9jan.2012 Eerste contactdag Vegetable Valley Bloemkool en Broccoli gezellig druk
Op 5 januari 2012 organiseerde LTO vollegrondsgroente.net in samenwerking met de bloemkool en broccoli promotiegroep en Plantenkwekerij Gitzels de eerste Vegetable Valley contactdag bij Proeftuin Zwaagdijk.
Tijdens de open dag konden telers uitgebreid bijpraten met collega telers en teeltspecialisten over de stand van zaken omtrent bloemkool en broccoli. De loods bij Proeftuin Zwaagdijk was gevuld met een beursplein van zaadbedrijven en toeleveranciers van gewasbeschermingsmiddelen, meststoffen en uitgangsmateriaal. Naast een beursplein was een informatief programma met presentaties samengesteld. Jan de Lange van Proeftuin Zwaagdijk gaf lezingen over bestrijding van koolgalmug, schermrot en Rhyzoctonia. Hans de Vlugt van Syngenta Crop Protection gaf een presentatie over de werking van Amistar. De dag werd afgesloten met een cabaretvoorstellen van KaaBee en een buffet. De organisatie kijkt positief terug op de eerste Vegetable Valley contact dag.
11 oktober 2011 Ziek en zeer: sclerotinia
Dit seizoen is er volgens Agrifirm meer dan andere jaren overlast van sclerotinia, ook wel rattenkeutelziekte genoemd. De vele neerslag van de afgelopen maanden is gunstig voor deze schimmel.
Schade van sclerotinia kan voorkomen in onder meer cichorei, koolzaad, sla, venkel, kool, peen, witlof en aardappelen. Vooral in de teelt van stamslabonen leidde deze aantasting de laatste jaren regelmatig tot niet te oogsten gewassen of afkeuringen.
In de meeste gewassen is een chemische bestrijding niet goed mogelijk of zijn er middelen met slechts een beperkte nevenwerking op deze schimmel. Sclerotinia vormt op de aangetaste plantendelen weer nieuwe rustsporen, de rattenkeutels, geeft Agrifirm aan.
Contans WG
Deze rustsporen overleven vele jaren in de grond en vormen een risico voor aantastingen in volgende jaren. Om uitbreiding af te remmen, raadt Agrifirm Contans WG aan. Dat middel bevat een natuurlijke vijand die rattenkeutels in de grond vernietigt.
Contans mag bij alle teelten en op alle grondsoorten worden toegepast. Naast inzet vlak voor de teelt van een vatbaar gewas of tussen 2 teelten in, kan Contans na de oogst worden ingezet op gewasresten met sclerotinia-aantasting.
Nico Bakker
Vroeg? Zeker nooit te laat; rassenvergelijk bloemkool
Bovenstaande geld voor een goede voorbereidingen op het komende jaar.
Op 1 september heeft lto Vollegrondgroente.net in samenwerking met Syngeta een herfst rassen demo georganiseerd waarbij telers en vertegenwoordigers met elkaar in discussie konden gaan over de bestaande rassen en hun mogelijke beschikbaarheid voor komend jaar.
Nu de herfst rassen worden zijn geoogst wordt komt de tijd er weer aan dat er gesprokken gaat worden over het verloop van het huidige seizoen. Hierin zijn per bedrijf vaak grote verschillen te ontdekken aangaande de ervaringen en de keuze van het assortiment. Wat voor het ene bedrijf goed uitpakte kan voor een collega soms tot een teleurstelling zijn uitlopen. Afgaande op de ervaring van een soort of ras moet men uitgaan van uw eigen plan van aanpak en van de ervaring welke u heeft opgedaan met een soort of ras. Maak hierin voor uw eigen bedrijf een overzicht van hetgeen er heeft plaatsgevonden om teleurstellingen in het nieuwe seizoen te voorkomen. Belangrijk hierin is om op zeker te spelen en uitschieters naar boven of onder niet meer mee te nemen in uw bouwplan.
Op 25 mei jl heeft u een bezoek kunnen brengen aan het potbloemkool demo veld bij Mts Bakker in Oostwoud..
Hierin waren door Mts Bakker een 40 tal rassen en nieuwe nummers potplant bloemkool aangeplant op een potmaat van 8 en 6 cm. Deze konden vervolgens worden beoordeelt en worden bespokken door de aanwezige telers en vertegenwoordigers wat een boeiende discussie oplevert. De resultaten welke zijn verwerkt door Dhr. M Bakker treft u hieronder aan in het schema. Hiermee kan u voor uzelf nakijken of uw mening met dit ras en potmaat overeen komt met uw eigen ervaring.
De Lto vollegrondsgroente.net leden krijgen de resultaten ook thuis opgestuurd en kunnen desgewenst extra exemplaren aanvragen.
Ga voor u zelf na wat het beste past bij uw grond en kijk hoe uw plant schema zich heeft gehouden tot uw verwachting.
LTO Vollegrondsgroente.net houdt in december weer haar jaarlijkse rassenavond bloemkool. Op deze avond zullen alle gangbare bloemkoolrassen worden besproken ook is er op deze avond door de verschillende vertegenwoordigers van de zaadleveranciers ingegaan op het komende jaar.
Nico Bakker
7 sept. 2011 Ziek en zeer
2012: Coating, phytodrip of dummypil
“We moeten kiezen voor 2012”, daarmee doelde Paul Goorden (Cebeco Agrochemie) tijdens een excursie van LTO Vollegrondsgroente.net, op het uitblijven van Admire traybehandeling in 2012.
Dit jaar hebben we in de koolteelt nog een vrijstelling gekregen voor Admire traybehandeling. Met de komst van Movento is die kans in 2012 veel kleiner. We zullen dus als koolteler moeten kiezen voor alternatieve bescherming. De keuze moet gemaakt worden of we gaan voor gaucho coating, phytodrip of dummypil.
Al enkele jaren achtereen werd er door het CTGB een vrijstelling afgegeven voor Admire traybehandeling. Deze vrijstelling werd ieder jaar aangevraagd door LTO Nederland en was mogelijk vanwege een erkende knelpunt. Admire mocht daarbij 1 keer per jaar ingezet worden als traybehandeling in de periode vanaf 1 februari tot 30 juni. Met de komst van Movento en het gebruik van gaucho aan de basis is een erkenning van het knelpunt minder zeker. De koolteler moet dan ook dit jaar een keuze gaan maken tussen de alternatieven: phytodrip, coating of dummypil.
Vanuit LTO Vollegrondsgroente.net zal er overleg gepleegd worden met de verschillende zaadhuizen naar de mogelijkheden. Enkele vragen daarbij zijn o.a.:
· Heeft coating een toxisch effect op de plant
· Wat zijn de mogelijkheden bij de zaadhuizen
· En wat zijn daar de wensen
Afhankelijk van de omstandigheden zal het gewasbeschermingplan er in 2012 anders uit zien als de voorgaande jaren. Met een goede keuze kan men echter ver komen.
Ronnie de Hoon
Gewasbeschermingsmiddelen; verminder risico’s voor bijen bij gebruik van insecticiden en herbiciden
Gewasbeschermingsmiddelen kunnen gevaarlijk zijn voor bijen. Tijdens de toelatingsprocedure gaat de overheid na welke producten en/of in welke omstandigheden deze gevaarlijk zijn en legt vervolgens een veilig gebruik vast. Pas het product dus correct toe zoals vermeld op het etiket.
Lees aandachtig het etiket en respecteer de aanbevelingen voor bijen, bijvoorbeeld:
• Gebruik dit product niet op plaatsen waar bijen actief naar voedsel zoeken, dat wil zeggen op in bloei staande gewassen of op in bloei staande onkruiden. Verwijder of maai daarom dit onkruid voor de bespuiting.
• Spuit niet in de nabijheid van bijenkorven, verwijder of bedek bijenkorven tijdens en kort na het spuiten.
• Indien een menging van verschillende gewasbeschermingsmiddelen wordt gebruikt, volg de aanbevelingen van alle etiketten.
Werk op een milieubewuste manier; pas de IPM-richtlijnen toe (IPM = geïntegreerde
gewasbescherming):
• Volg de waarschuwingssystemen en -berichten
• Observeer welke insecten, ziekten of plagen op het perceel voorkomen en analyseer de mate van aantasting, beslis op basis daarvan of een behandeling met een gewasbeschermingsmiddel noodzakelijk is
• Kies, indien mogelijk, steeds voor een selectief gewasbeschermingsmiddel dat de natuurlijke vijanden en bestuivers zoveel mogelijk spaart.
Volg de goede landbouwpraktijken:
• Gebruik het aanbevolen gewasbeschermingsmiddel, aan de juiste dosis zoals vermeld op het etiket, en spuit op het gepaste tijdstip.
• Spuit bij weinig wind, bij voorkeur ’s morgens of ’s avonds wanneer bijen niet actief zijn en om drift naar naburige velden, akkerranden of waterlopen te vermijden.
• Vermijd bij het zaaien stofdrift afkomstig van zaadontsmettingsproducten. Pas hiervoor de goede zaaipraktijken toe: zaaien gebeurt bij weinig wind aan een gematigde rijsnelheid en gebruik zaaimachines uitgerust met deflectoren om stofdrift te voorkomen (vnl. bij maïs).
In tegenstelling tot vele plaagsoorten zijn hun natuurlijke vijanden en bestuivende insecten niet in staat om zich snel te vermenigvuldigen. Hierdoor kan het lang duren alvorens deze nuttige insecten terugkeren na een behandeling met insecticiden
Nico Bakker
Ziek en zeer
Mangaangebrek
Mangaangebrek komt vooral voor op gronden met een hoge pH en/of een hoog organisch stofgehalte en bij aanhoudend droog weer.
Mangaan is belangrijk voor de ademhaling en de vorming van bladgroen. Mangaangebrek is het eerste zichtbaar in de jongste bladeren en kan leiden tot kwaliteit en opbrengstverlies. Een tekort aan mangaan is vrij makkelijk te verhelpen door enkele bladbespuitingen uit te voeren met de juiste Mangaan bladmeststof.
Nico Bakker
Insectendodende aaltjes bieden perspectief voor bestrijding van de koolvlieg
Insectendodende aaltjes kunnen op termijn ingezet worden voor de bestrijding van koolvlieg in de teelt van diverse koolsoorten. Daarmee kan wellicht op de inzet van insecticiden worden bespaard. Dat blijkt uit het onderzoek van Eva Brusselman aan het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO) in samenwerking met het onderzoeksinstituut Inagro in Beitem en de Universiteit Gent. Op 1 juli promoveert Brusselman op basis van haar onderzoek.
Insectendodende aaltjes kunnen een alternatief vormen voor insecticiden. Een essentiële voorwaarde is daarbij dat ze onbeschadigd op de juiste plaats terechtkomen. Brusselman focuste in haar onderzoek op die problematiek. Zij onderzocht welke effecten de toediening via een landbouwspuit kan hebben op de overleving van de aaltjes en hun verdeling op het gewas. Insectendodende aaltjes, die van nature insecten aanvallen in de bodem, zijn in dat kader bruikbaar voor bodemtoepassingen, maar minder makkelijk voor bladtoepassingen, stelde zij vast.
Omdat de aaltjes zwaarder zijn dan water, moeten ze in de spuittank blijvend gemengd worden. Ze kunnen ook sterven door een snelle temperatuurstijging in de tank. Er zijn tevens aanpassingen aan de spuit nodig, zodat de organismen dicht bij het insect terechtkomen. De aaltjes kunnen op grote schaal geproduceerd worden, maar zijn voorlopig wel duurder dan andere gewasbeschermingsmiddelen.
Voor bladtoepassingen zijn er nog andere problemen, zo bleek uit het onderzoek. Rupsen zitten vaak aan de onderkant van het blad en daar moeten de aaltjes terecht komen. Ze hebben water nodig om zich te verplaatsen op het blad en drogen snel op. Daarom is een goede techniek voor de toediening cruciaal om het gewenste effect van de gewasbehandeling te krijgen.
bron: VILT
Onkruidbestrijding
Doordat in veel gevallen er na een Butisan/Centium bespuiting (tot week 27) weinig neerslag is gevallen, kan de werking onvoldoende zijn. Ook na een bespuiting onder ideale omstandigheden is regelmatig neerslag nodig om de bodemherbiciden goed in contact te laten komen met kiemend onkruid. Een herbehandeling met Lentagran kan dan nodig zijn. Lentagran WP is een bladherbicide met contactwerking. Het bestrijdt eenjarige tweezaadlobbige onkruiden zoals zwarte nachtschade, melganzevoet, muur, klein kruiskruid en kleine brandnetel. Kamille wordt alleen in het kiembladstadium bestreden. Varkensgras en veelknopigen zoals zwaluwtong en perzikkruid worden zonder mengpartner niet bestreden. Een toevoeging van Centium kan op kleine onkruiden de werking van Lentagran hierop verbeteren. De dosering op kool met minimaal 6 blaadjes is 1 - 2kg. Zijn de onkruiden in het kiemstadium kan een lagere dosering al effectief zijn. Als in dat geval nog geen Butisan is gespoten kan 0,5kg Lentagran gemengd worden met 2L Butisan. In de bloemkoolteelt wordt nog wel eens een dosering Butisan aangehouden die lager is dan 1,5L. Uit proeven is aangetoond dat 1,5L Butisan per ha de ondergrens is wil er afdoende werking vanuit gaan Bij het middel Kerb Flow dient de nodige voorzichtigheid in acht te worden genomen. De toelatingshouder Belchim heeft in zijn toelatingsonderzoeken nooit de symptomen gezien die bij een aantal telers dit jaar wel naar voren kwamen in de vorm van afwijkende planten. Men zal daar dus ook uitgebreid onderzoek gaan doen naar de oorzaak van wat wij dit jaar gezien hebben, zodat we in komende jaren een goed advies kunnen geven omtrent het gebruik van dit middel. Daar waar mogelijk is schoffelen is een goed alternatief.
Slakken
Momenteel worden in veel percelen slakken waargenomen. Zowel in jonge aanplant als in kool dat
bijna oogst klaar is. Voer liefst voordat slakken in het gewas zitten een bestrijding uit met 10 kg Brabant slakkendood of Caragoal. Afnemers vinden liever geen korrels in het geoogste product. Als slakken verwacht worden, strooi dan preventief. Strooi in ieder geval ruige perceelranden. Deze middelen zijn toegelaten tot 31 augustus. Daarna kan Ferramol toegepast worden. Mochten er toch slakken vanaf ongeveer een maand voor de oogst in het gewas zitten, pas dan de biologische Ferramol toe. De dosering is 15 – 25kg. Slakkenkorrels kunnen worden geblend met kunstmest.
Koolmot
De laatste dagen zijn er volop vlinders van de koolmot/gamma-uil e.a. gesignaleerd. Het is dan ook raadzaam uw gewas goed in de gaten te houden. Als u eitjes vindt, moet u er rekening mee houden dat deze binnen 1 à 2 weken uitkomen; afhankelijk van vocht en temperatuur. Bij de broccoli is de bestrijding iets gemakkelijker vanwege het openstaande gewas. Bij de bloemkool moet u oppassen dat de rupsen niet ingesloten raken zodat bestrijding dan heel moeilijk zoniet onmogelijk wordt.
Heeft u Tracer op de tray gebruikt, dan is de kool 5 tot 6 weken beschermd. Signaleert u eerder rupsen in uw gewas, dan moet u ten alle tijden een bestrijding uitvoeren. Pyrethroide (Decis,Sumicidin Super, Karate Zeon) werken tot 22 graden Celsius, als de temperaturen hoger worden (tot 28 graden Celsius) dan zijn de middelen Steward (bloemkool, broccoli) en Tracer (alleen bloemkool) de beste middelen. Deze middelen hebben tevens het voordeel dat zij de natuurlijk vijanden laat leven en beide middelen hebben een korte veiligheidstermijn Steward 1 dag en Tracer 3 dagen.
Opgelet: Dimethoaat was toegestaan tot 07-06-2010 . Het middel mag dan ook niet meer toegepast worden.
Nico Bakker
Restricties bij gebruik Mundial tegen bladluizen
We willen u als koolteler op het volgende attent maken: Indien u gebruik maakt van kool opgekweekt uit met Mundial behandeld zaad dient u bladluizen zodanig te bestrijden dat er geen honingdauw wordt gevormd. De werkzame stof van Mundial is fipronil en deze wordt door de koolplant opgenomen. Hierdoor wordt de koolplant beschermd tegen vraat van de koolvlieg. Naast de koolvlieg kunnen koolplanten ook worden aangetast door bladluizen. Bladluizen kunnen uit koolplantensappen honingdauw produceren, dit kan aantrekkelijk zijn voor bijen. Het kan niet helemaal worden uitgesloten dat sporen van fipronil in de honingdauw aanwezig zijn. Om te voorkomen dat bijen zelfs aan deze sporen van fipronil worden blootgesteld, dient u bladluizen zodanig te bestrijden dat honingdauw niet wordt gevormd.
Bron: BASF
29 april 2011 Gebruikmaken van sterke eigenschappen en uitdagingen
De tuinbouwsector is continu in beweging. Diverse partijen geven adviezen om teeltbedrijven klaar te stomen voor een positie in de keten. Hieronder volgt een opsomming van de constateringen uit diverse bronnen.
Naast een wispelturige consument zien we ook maatschappelijke ontwikkelingen die steeds meer vragen van de producent van groenten. De integratie in de keten is een andere ontwikkeling die meer en meer zichtbaar wordt. Een product als groente zal niet uit de winkelschappen en diverse verwerkte voedingsproducten verdwijnen, maar om te profiteren van de hang naar variatie bij consumenten en de extra euro’s die men te besteden heeft, zullen ketenpartijen nadrukkelijker op consumentenbewegingen moeten inspelen. Anders zullen veel groenten nog meer dan nu een commodity worden die slechts door een kleine groep telers rendabel geteeld kan worden. Maar gezond voedsel is hot, supermarkten willen zich met hun AGF-afdeling profileren en Nederland heeft goede teeltomstandigheden en een goed functionerend tuinbouwcomplex van teelt, verwerking en handel. Alle randvoorwaarden zijn in ieder geval
aanwezig om de Nederlandse volegrondsgroenteteler klaar te stomen voor de toekomst! Wat kan de individuele teler nu doen om zichzelf klaar te stomen voor de toekomst? Hieronder volgt een aantal opties. Iedere ondernemer moet uiteindelijk zijn beslissingen nemen op basis van wat hij of zij zelf wil, kan en mag.
Kennis is macht
Voor alle beslissingen die in het bedrijf genomen worden, of dit nu investeringen in nieuwe rassen, grondaankoop, uitbreiding van het bedrijf of mechanisering betreft, is het van belang inzicht in de kengetallen van het bedrijf te hebben zodat bepaald kan worden wat de invloed van een bepaalde beslissing hierop is. Het gaat hier om zaken als de precieze kostprijs van de vollegrondsgroenteteelt, de rendabiliteits- en liquiditeitsprognoses van het bedrijf enzovoort.
Kwaliteit leveren
Een goede kwaliteit van producten is een absolute basisvoorwaarde om het vertrouwen van afnemers niet te schaden. Alleen afdoende kwaliteit maken investeringen in promotie, productontwikkeling en verbetering rendabel.
Klant is koning
Het hele bedrijf zal meer en meer aangepast moeten worden aan wensen van afnemers. Dit vereist inzicht in wie de afnemers zijn, wat ze willen en waartoe ze wellicht verleid kunnen worden.
Visie op afzet
Er is visie nodig op hoe de verkoop van de oogst geregeld moet worden en hoe de prijsrisico’s het beste gemanaged kunnen worden. Afzet vooraf regelen geeft zekerheid. Spreiding over vrije markt, en contractteelt geven ook meer zekerheid en spreiding van risico’s.
Samenwerken
Het is al vaak gezegd, maar samenwerking kan voor veel uitdagingen en problemen echt een uitkomst zijn. Voor telers die in het bulksegment actief zijn kan samenwerking met collega’s eventueel zorgen voor meer schaalgrootte en daardoor eventueel minder kosten. Een voorbeeld is het samen aanschaffen van machines. Ook kan verdergaande samenwerking tussen bedrijven ervoor zorgen dat taken
tussen ondernemers beter verdeeld worden zodat ieders kwaliteiten optimaal worden benut. Samenwerking zou niet alleen tussen individuele telers moeten plaatsvinden, maar ook tussen andere bedrijven in de keten en aanverwante organisaties (veredeling, handel, verwerking, AGF-promotie). Telersverenigingen, brancheorganisaties en dergelijke zouden meer gezamenlijke initiatieven kunnen
nemen om de markt te bewerken en de belangen van de sector te behartigen.
Contacten in plaats van contracten
Contacten en netwerken worden belangrijker, zeker wanneer telers zich op een exclusiever marktsegment richten. Om het product succesvol in de markt te zetten, zullen contacten met diverse partijen binnen en buiten de eigen keten een must zijn. Bedrijven zullen in de toekomst sowieso vaker samenwerkingsverbanden aangaan met partijen binnen en buiten de sector, in Nederland maar ook daarbuiten. Veel van deze netwerken zijn tijdelijk om aan specifieke wensen van de klant tegemoet te komen. Voor het vinden van de juiste contactpersonen kan het nuttig zijn om cursussen en trainingen op dit gebied te volgen, beurzen te bezoeken, bedrijven in andere sectoren te bekijken, een kijkje te nemen bij exporteurs en supermarkten en bij de afnemers te informeren naar de tevredenheid. Ook van
collega-agrariërs in onder andere de glastuinbouw zou veel geleerd kunnen worden, bijvoorbeeld op het gebied van afzetgerichte telersverenigingen en de ontwikkeling van marktconcepten.
Ketenintegratie optie voor enkeling
Om een groter deel van de marge in de keten op het eigen bedrijf te realiseren, kunnen telers ook zelf gaan koelen, spoelen en verpakken. Dit vereist echter heel andere vaardigheden en contacten dan een teler doorgaans heeft. Bovendien is een minimale schaalgrootte nodig om deze activiteiten rendabel te kunnen exploiteren. Samenwerking met andere telers (eventueel van andere producten) en goede contacten met afnemers zijn noodzakelijk om de capaciteit te benutten en afnemers goed te kunnen bedienen.
Kosten in de keten omlaag bij bulkproductie
Vooral voor de vollegrondsgroenteteelt in het bulksegment geldt dat de marges in de keten structureel onder druk zullen blijven staan, onder meer door de blijvende dreiging van overaanbod en de toenemende macht van de georganiseerde detailhandel. Dit noodzaakt bedrijven door de gehele keten heen zeer kostenbewust te zijn. Het is geen sinecure om de kosten nog verder omlaag te brengen, maar het streven moet aanwezig zijn.
Denken in opbrengsten
Wie zich eenmaal op het pad van bulkproductie begeeft, komt terecht in een voortdurende wedloop van zo goedkoop mogelijk produceren. Dit is alleen voor de koplopers interessant; het peloton van vollegrondsgroentetelers kan deze wedloop uiteindelijk nooit winnen. Deze groep zou zich meer moeten gaan afvragen hoe men de opbrengsten kan verhogen in plaats van de kosten verder te verlagen.
Ulko Stoll
Stand van zaken proef 1 bloemkool op water, Teelt de grond uit
Op 2 maart zijn 96-gaats planten ‘Easy Top en ‘Hermon’ op het drijvende systeem geplaatst en vervolgens ter bescherming met acryldoek afgedekt
Wat opviel was dat het doek zich lijkt vast te zuigen op de vlakke plaat, zeker als het vochtig is (in de grondteelt gebeurt dat waarschijnlijk niet omdat deze veel onregelmatiger is). Hierdoor drukt het doek op de vlakke plaat waarschijnlijk vaster op de planten (en is er dus meer direct contact tussen blad en doek en daarmee de kans op (nacht-)vorstschade groter).
Woensdag 9 maart hebben we het doek verwijderd en nu is duidelijk geworden dat de eerste echte bladeren onder de nachtvorst hebben geleden. Het hart van de plant is goed en ook de wortelvorming gaat goed.
Omdat we een ruim opgezette proef hebben en we nog veel plantmateriaal over hadden (heeft in de koude kas gestaan) hebben we besloten de voorste 40% van de planten te vervangen, om zo vast te kunnen stellen of en zo ja wat het vertragende effect van de nachtvorst op dit systeem is.
Matthijs Blind Proeftuin Zwaagdijk
28 febr. 2011 Ziekten en plagen uitgelicht: Koolgalmug (contarinia nasturtii)
Telers van bloemkool en broccoli hebben het wellicht op hun eigen percelen gezien en van anderen vernomen. De koolgalmug was dit jaar volop aanwezig in Noord-Holland. In de koolproeven waarbij gekeken is naar een effectieve bestrijding tegen koolgalmug was 75 tot 100% van de onbehandelde velden aangetast. Dit geeft aan dat de koolgalmug een behoorlijk probleem oplevert. Tijd om het insect eens onder de loep te nemen.
De koolgalmug(contarinia nasturtii) is een kleine, bruine mug welke moeilijk te onderscheiden is van andere kleine mugjes. De koolgalmug wordt doorgaans al in mei/juni gesignaleerd wanneer deze, na overwintering in de grond, uit de poppen komen. Nadat dit moment is geweest is het oppassen geblazen. Aangezien de levensduur van een koolgalmug kort is (3-5 dagen) zoeken deze zo snel mogelijk naar een geschikte partner om te paren. Na het paren leggen de koolgalmugvrouwtjes elk wel zo’n 100 eieren in clusters van 2 tot 50 eieren bij de hartjes van de planten. Uit deze eieren komen larven welke zich voeden aan de basis van de hartbladeren. Tijdens het vreten, produceren de larven een stofje die giftig is voor de koolplanten en het plantweefsel afbreekt. Dit resulteert in gezwollen plantweefsel, abnormale groei en bruin kurkachtig wondweefsel, kenmerkend voor de koolgalmug. Hierdoor worden de sapstromen van de plant verstoord zich uitende in harteloosheid, draaihartigheid, dubbele schermen en vorming van zijscheuten. De levenscyclus van de koolgalmug is 24 -31 dagen afhankelijk van het weer en de kwaliteit van de gastheer(plant). Bij stil en warm weer is de koolgalmug het actiefst. Onder 15oC is de koolgalmug weinig actief. Aangezien de koolgalmug van mei/juni tot augustus/september actief is, kan gerekend worden op zo’n 3 - 5 generaties per jaar. De koolgalmug kan veel schade geven aan jonge koolplanten doordat het groeipunt verloren gaat. Koolsoorten als sluitkool en spruitkool zijn later in het seizoen te groot voor de koolgalmug om veel schade aan te richten. In bloemkool en broccoli kunnen de larven echter het scherm of de bloemkool nog vlak voor de oogst waardeloos maken.
De vraag is dan wat er mogelijk is om de schade door koolgalmug te voorkomen/beperken. In 2008 en 2009 zijn in opdracht van de landelijke gewascommissie broccoli via het Productschap Tuinbouw door Proeftuin Zwaagdijk de mogelijkheden onderzocht van met name gewasbespuitingen om de koolgalmug (Contarinia nasturtii) te bestrijden. Met Gaucho, maar nog beter met Admire als trayplaatbehandeling voor het uitplanten, wordt een goede basis in de bestrijding van koolgalmug gelegd. De bescherming van Gaucho/Admire hangt af van groeiomstandigheden, wanneer in de teelt de vlucht is en hoe zwaar de koolgalmug druk is. In de praktijk is echter de ervaring dat ook als er aanvullende bespuitingen worden uitgevoerd er nog steeds onaanvaardbaar veel uitval door koolgalmug kan zijn. Het lastige is het goed plannen van de bespuitingen. Daarom wil Proeftuin Zwaagdijk samen met telers onderzoeken of het spuiten aan de hand van signalering van de koolgalmug op vangplaten de effectiviteit van de bespuitingen verbeterd. Ook als er wellicht een nieuw sterk middel op de markt komt is het zaak de bespuitingen tegen koolgalmug goed te plannen.
Jan de Lange; Proeftuin Zwaagdijk
Aaltjes in kool
We hoeven er niet van te schrikken dat we in de koolgebieden te maken hebben met bietencysteaaltjes. Ze zijn er al vele tientallen jaren. In het verleden hebben we ze hardhandig aangepakt. Maar desondanks zijn ze er nog steeds. Inmiddels hebben we wel geleerd dat we ze niet koste wat het kost moeten bestrijden. U kunt er slim mee leren omgaan. Grondontsmetting en granulaten zijn immers duur en milieubelastend.
Hoge schadedrempel
Het witte bietencysteaaltje veroorzaakt schade in kool en in (suiker-) bieten. In kool is er veel minder onderzoek gedaan naar de schadelijkheid van bietencysteaaltjes dan in suikerbieten. Bij suikerbieten ligt de schadedrempel op 300 eieren en larven (e+l) per 100 ml grond. Voor kool ligt die schadedrempel aanzienlijk hoger. Bij spruitkool is gebleken dat de schadedrempel in de buurt van 700 e+l/100 ml grond ligt. Pas bij een populatie groter dan 1500 e+l/100 ml grond, is bestrijding met granulaat rendabel. Bij sluitkool ligt dit niveau nog hoger. Schade bij bloemkool en broccoli kan zich voordoen in te nauwe rotaties.
Streef naar laag niveau
Dat de schadedrempel in kool hoog ligt, wil niet zeggen dat bietencysteaaltjes geen aandacht vragen. Na de teelt van een gevoelig gewas ligt de populatie bietencysteaaltjes vaak boven de 5000 e+l/100 ml grond. In een bouwplan met veel waardplanten moet u er dus alles aan doen om in de jaren tussen twee gevoelige gewassen de populatie te laten dalen. Streef minimaal naar een niveau lager dan 1000 e+l/100 ml grond, kort voor aanvang van de teelt.
Beheersing
U kunt de aaltjes beheersen door te zorgen dat de populatie tijdens de teelt van een waardgewas niet te veel stijgt. Op dit moment lukt dit alleen nog maar bij suikerbieten. Hebt u als koolteler ook bieten in uw bouwplan dan kunt u de rassen ‘Paulina’, ‘Pauletta’ of ‘Annalisa’ gebruiken. Deze rassen zijn minder gevoelig voor bietencysteaaltjes en geven ook nog eens weinig vermeerdering. Teelt u alleen kool, dan kan de aaltjespopulatie alleen beheerst worden door de grond uit te laten zieken. U kunt bijvoorbeeld grond ruilen of huren in uw omgeving. Zo kunt u minder vaak met kool terugkomen op hetzelfde perceel. Er zijn altijd wel akkerbouwers bij u in de buurt die graag grond ruilen voor (poot)aardappelen, uien, peen, bloembollen, e.d. Zowel voor u als voor de akkerbouwer is er vaak een win-win situatie te realiseren. Wie met een open vizier de polder in kijkt, ziet in zijn eigen omgeving hiervoor vast nog wel mogelijkheden. Kan uw bouwplan niet ruimer, maak dan gebruik van aaltjesresistente groenbemesters. Zaai na een vroeg ruimend gewas resistente gele mosterd of bladrammenas in. Ook hierdoor neemt de aaltjespopulatie af.
Tips
- Granulaten
Granulaten, zoals Vydate, beperken schade door aaltjes, maar bestrijden deze niet. Door de verlammende werking vertragen ze de vermeerdering van bietencysteaaltjes, waardoor de plant zich bij de start vlotter kan ontwikkelen. Tijdens de tweede helft van de teelt nemen de aaltjes toch weer snel toe, waardoor aan het einde van de teelt de populatie aaltjes weer vrijwel net zo groot is als zonder toepassing van granulaten.
- Groenbemesters
Zaai resistente groenbemesters zo vroeg mogelijk. Aaltjes worden door de stoffen die de wortels uitscheiden gelokt, maar kunnen zich niet vermeerderen en sterven af. Hoe intensiever de bodemdoorworteld is en hoe actiever de aaltjes zijn, hoe meer aaltjes er sterven. De aaltjesactiviteit is vooral afhankelijk van de bodemtemperatuur.
- Rassenkeuze
Bij spruitkool bestaat de indruk dat het ene ras veel beter met een hoge aaltjespopulatie kan omgaan dan het andere. Dit geldt bijvoorbeeld voor het late ras ‘Esperal’. De verklaring hiervoor is dat ‘Esperal’ nog vrij veel groei doormaakt in herfst en winter, perioden waarin aaltjes niet actief zijn. Hebt u alleen de mogelijkheid om spruitkool te telen op een perceel met een hoge populatie bietencysteaaltjes, kies dan een dergelijk ras.
Bron: duurzaamtelenbegintbijjou.nl
MOVENTO, een nieuw middel tegen moeilijk te raken insecten
Movento is een nieuw, volledig systemische insecticide behorend tot de groep van de ketoenolen met als werkzame stof spirotetramat. Het unieke werkingsmechanisme berust op de verstoring van de vetopbouw van insecten. Hierdoor is er geen kruisresistentie met andere insecticiden en is Movento dus een uitstekend middel in resistentie-management strategieën.
Movento wordt opgenomen in de plant en wordt zowel naar boven als naar beneden door de hele plant getransporteerd. Door deze unieke eigenschap zullen ook jonge onbehandelde bladeren, moeilijk te bereikbare delen van de plant en het wortelgestel van de plant uitstekend beschermd zijn. Movento heeft een zeer breed werkingsspectrum, en is effectief op o.a. bladluizen, wortelluis, melige koolluis, koolwittevlieg en koolgalmug
Spelregels voor toepassing Movento
- MOVENTO bij voorkeur toepassen in een vroeg stadium van de ontwikkeling van een plaag
- MOVENTO alleen toepassen op een actief groeiend gewas. Een verouderend of in stress verkerend gewas is niet goed in staat om de spirotetramat door de plant te verplaatsen, met onvoldoende opname door de insecten en onvoldoende afdoding tot gevolg.
- Voor voldoende opname, MOVENTO alleen toepassen indien er voldoende blad aanwezig is.
- MOVENTO apart toepassen, dus niet combineren met andere insecticiden, fungiciden, (blad)meststoffen of uitvloeiers.
Bij aantasting bladluis in kool.
· Bij eerste aantasting bladluis starten met eerste bespuiting
· Stel bij lage druk luis de bespuiting niet uit
· Maximaal 2 bespuitingen met Movento per teelt
Dosering: 0,5 liter middel per hectare
Bij aantasting van koolgalmug in bloemkool en broccoli:
- een behandeling van Movento uitvoeren in de 3-4de week na planten.
- eventueel een tweede behandeling uitvoeren met een interval van 10-14 dagen.
- In de eerste weken van de teelt een pyrethroide, zoals Decis toepassen
- aan de basis een trayplaatbehandeling met Admire of een behandeling met Gaucho handhaven
Dosering: 0,5 liter middel per hectare
Nico Bakker
Toelating Movento
Kop er bij houden en doorzetten. De toelating van Movento in diverse vollegrondsgroentegewassen is eindelijk voor elkaar. Niet zonder slag of stoot maar wel met resultaat. De samenwerking tussen landelijke kerngroep spruiten, middelencoördinator en fabrikant is er een van jaren die nu tot dit tevredenstellende resultaat leiden. De toelating van Movento is een voorbeeld van het belang van een goede focus van LTO op effectieve inzet van de middelencoördinator en de benutting van Productschapgeld voor financiering van onderzoeken en coördinator.
Het is niet vaak dat een nieuwe stof wordt toegelaten zeker niet in de vollegrondsgroentesector. De geschiedenis van de toelating van Movento is er een van jaren. In het najaar van 2002 heeft de landelijke kerngroep spruiten van het huidige LTO Vollegrondsgroente.net op basis van grote problemen met witte vlieg een onderzoekswens geformuleerd waarin de zoektocht naar een goed middel tegen insecten werd gestart. In overleg tussen spruitentelers, LTO middelencoordinator en fabrikant Bayer zijn in 2003 en 2004 uitgebreide proeven weggelegd met financiering via het Productschap Tuinbouw. Op basis van deze onderzoeken is Movento dat toe nog als code in de onderzoeksrapportage is genoemd, aangewezen als effectief middel tegen witte vlieg.
Vervolgens is een dossier opgebouwd dat voldoende is om een toelating bij het ctgb te verkrijgen. De middelencoordinator heeft vanuit zijn expertise gezorgd voor de volledigheid van gewassen op het etiket. Van de zogenaamde extrapolatiemogelijkheden waarin resultaten van spruiten te kopieren zijn naar andere gewassen is zoveel mogelijk gebruik gemaakt waardoor nu ook gewassen als Chinese kool en paksoi op het toelatingsetiket staan. Bayer heeft als eigenaar van Movento allerlei studies waaronder residustudies uitgevoerd en gefinancierd. Uiteindelijk is er een hele verzameling aan onderzoeken en studies verzameld om een dossier te vormen die nu tot toelating leiden.
De toelating van Movento is een voorbeeld van de lange adem die nodig is om een toelating te realiseren. Snelheid en toelatingsbeleid zijn twee heel verschillende dingen. Contacten vasthouden met alle belanghebbenden en weten wat het einddoel is zijn erg belangrijk om tot resultaat te komen. Hier laat de toegevoegde waarde van de LTO middelencoordinator zich zien.
verlengde toelating Admire
In de CTGb vergadering van 7 januari 2011 is besloten om de Admire in de teelt van spruitkool, bloemkool en broccoli toe te laten. De toelating is een tijdelijke via de procedure van een dringend vereiste gewasbeschermingsmiddel.
In spruitkool is Admire een oplossing voor het knelpunt witte vlieg. In bloemkool en broccoli betreft het een oplossing voor het knelpunt koolgalmug.
Admire is uitsluitend toegestaan als insectenbestrijdingsmiddel met maximaal 1 toepassing per teelt.
In de teelt van bloemkool en broccoli betreft het een toelating als traybehandeling vóór het planten vanaf 1 maart 2011 tot en met 31 juli 2011 of toegepast door middel van de phytodrip-techniek vanaf 1 februari 2011 tot en met 30 juni 2011.
Het is niet toegestaan in één teelt of teeltseizoen zowel Gaucho Tuinbouw (zaadbehandeling of dummypil) als Admire (traybehandeling of phytodriptechniek) toe te passen.
Het middel mag worden toegepast als traybehandeling vóór het planten, dan wel een phytodripbehandeling van spruitkool, met dien verstande dat maximaal 40.000 planten per hectare mogen worden geplant. De traybehandeling is uitsluitend toegestaan op een niet doorlatende ondergrond die niet afwatert op oppervlaktewater of in kassen met een volledig gesloten recirculatiesysteem.
Nadrukkelijk wordt de sector gevraagd om alternatieve of reguliere oplossingen voor het knelpunt te zoeken. De DVG procedure is na seizoen 2011 waarschijnlijk niet meer mogelijk.
De tijdelijke toelating van Admire is gerealiseerd door inspanning van de LTO middelencoördinator i.s.m. de werkgroep effectief middelenpakket. De middelencoördinator wordt met sectorgeld gefinancierd via het Productschap Tuinbouw
Miriam Breedeveld |