Gewasinfo aspergeokt. 2011 De Asperge Verdiepingsdag was gisteren in Sevenum opnieuw een zeer geslaagde ontmoetingsdag voor telers, adviseurs, toeleveranciers en afzetorganisaties. Nieuwe ontwikkelingen en verfrissende inzichten kenmerkten het dagprogramma met sprekers uit binnen- en buitenland. Grote interesse en betrokkenheid bij de onderwerpen bleek door de hoge mate van interactie gedurende de presentaties. De productiviteit van de asperge kan door veel factoren worden beïnvloed. Dat bleek ook uit de onderwerpen van deze dag. Het belang van het wortelstelsel en de invloed van water op de productiviteit van asperge werden benadrukt door Dr. Dan Drost van de Utah State University. Dat waterbeheer belangrijk is werd duidelijk uit de nieuwe aanpak waterbeheer met het Nieuw Limburgs Peil, uiteengezet door Jan Classens, agrariër en bestuurslid Waterschap Peel en Maasvallei. Arjan Reijneveld van BLGG benadrukte het belang van goede bodem-vruchtbaarheid, de nalevercapaciteit van de bodem en de actuele nutriëntenbehoefte van asperge. Het belang van goede spuittechniek en welke resultaten behaald kunnen worden, werd door Richard Korver van DLV Plant uiteengezet.
De Asperge Verdiepingsdag werd georganiseerd door Vollegrondgroente.net en Aceera bv
Gewis in vollegrondsgroente
Gewis staat voor “Gewasbescherming En Weer Informatie Systeem”. Gewis is een computerprogramma dat u helpt het juiste spuitmoment te bepalen bij de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen. Er bestaat een sterke relatie tussen het weer en het effect van gewasbeschermingsmiddelen. De weersomstandigheden rondom het moment van de bespuiting bepalen het verschil tussen een geslaagde en een mislukte bespuiting.
Hoe werkt Gewis
Het adviessysteem Gewis berekent aan de hand van de weersgegevens het meest optimale spuitmoment. Hiermee voorkomt u dat uw gewas schade oploopt door een bespuiting op het verkeerde moment. Omdat u kunt spuiten op het meest geschikte moment, kunt u in veel gevallen ook een lagere dosering aanhouden. U bespaart dus middel en het risico op gewasschade neemt af.
Weerstation
Het Gewis-programma maakt gebruik van gegevens die verkregen worden via een weerstation in de regio. Deze worden via internet van het weerstation opgehaald. Het weerstation meet continu het microklimaat in het gewas en registreert de waarden per uur. Gewas- en bodemtemperatuur, luchtGewis in vollegrondsgroente vochtigheid in het gewas, neerslag en windsnelheid in de afgelopen dagen zijn van grote invloed op de toestand van de plant tijdens het spuiten (mate van afharding, blad droog of nat, groeisnelheid etc.). Gewis verwerkt deze gegevens bij het bepalen van het advies.
Weersverwachting
Gewis is gekoppeld aan het landbouwweerbericht voor de regio. Met deze gegevens wordt een inschatting gemaakt of ook na de bespuiting aan de weersvoorwaarden voor een effectieve toepassing van het middel wordt voldaan. Denk hierbij aan een buitje na toepassing van een bodemherbicide, groeizaam weer in de dagen na toepassing van een groeistof, of voldoende hechting bij toepassing van een contactfungicide.
Effect van een bespuiting
Wat de ideale omstandigheden voor een bespuiting zijn, wordt bepaald door allerlei specifieke eigenschappen van het middel: werkingsmechanisme, werkzame stof, formulering etc. Het gewisprogramma heeft een databank waarin alle eigenschappen van de bestrijdingsmiddelen zijn opgeslagen. Als u een bepaalde bespuiting wilt uitvoeren, kiest u het betreffende middel uit de lijst. Op basis van de weersgegevens berekent Gewis hoe die processen verlopen, dus wat het relatieve effect van de bespuiting is. Het effect van een werkzame stof wordt weergegeven in een grafiek over de periode van eergisteren t/m overmorgen. Per uur leest u af of de omstandigheden gunstig, gemiddeld of ongunstig zijn (zie voorbeeldgrafiek). Zo krijgt u op een eenvoudige wijze inzicht in de weersomstandigheden in relatie tot het bespuitingseffect. Bespuitingen onder ongunstige omstandigheden, met als gevolg een onvoldoende effect van het middel of zelfs gewasschade, kunt u zo vermijden.
Tips
Bij ‘groen’ spuiten: Probeer onder zo optimaal mogelijke omstandigheden te spuiten. Het programma Gewis geeft dit weer in een grafiek met de kleur groen. U kunt Gewis ook heel goed gebruiken als controle. Heeft u bepaalde bespuitingen gepland, kijk dan naar de Gewisadviezen en doe vervolgens (kleine) bijstellingen. Het programma werkt vaak ondersteunend op uw eigen gevoel en inschatting van de spuitomstandigheden.
Zelf beslissing nemen: Gewis geeft een advies voor het juiste spuitmoment. Het is natuurlijk aan uzelf om daar gepast mee om te gaan. Sommige bespuitingen dulden geen uitstel vanwege bijvoorbeeld de onkruidsituatie. Daarnaast moet de bespuiting wel passen in uw werkplanning.
Middelenkeuze: Onder specifieke weersomstandigheden kunnen middelen, die normaal niet de eerste voorkeur hebben, wel eens beter geschikt zijn. Als een middel dat u bij voorkeur gebruikt volgens Gewis maar matig effectief is, kijk dan eens naar de adviezen voor alternatieve middelen.
Terugkijken: Met Gewis kunt u terugkijken op al gedane bespuitingen. Door een goed of slecht resultaat te koppelen aan de beoordeling van Gewis kunt u op dit gebied veel kennis opdoen. Gewis stelt u in staat om gemakkelijker af te stappen van uw vaste gewoontes. Het programma zal u leren dat bepaalde vuistregels (bijvoorbeeld dat het beter is om ‘s avonds te spuiten) lang niet altijd opgaan en zeker niet voor alle middelen gelden.
Bron: Agrovision
30 mei 2011 Bruin verkleuring in Asperges In Duitsland ziet men een toename van bruinverkleuring van de asperges. Reden te meer voor de universiteit Leibniz in Hannover om een onderzoek uit te voeren naar dit verschijnsel.
Er worden meerdere typen bruinverkleuring gevonden. De bruinverkleuring treedt op bij de oogst, bij de verwerking of verder in het handelskanaal. Vaak komt de verkleuring alleen voor in de buitenste cellagen, waardoor het schillen van deze asperges vaak de financiële schade kan beperken. Ondanks deze oplossing, zoekt men toch naar de oorzaak van deze bruinverkleuringen.
Het project wordt sinds 2009 uitgevoerd in een samenwerking tussen: Forschungsanstalt Geisenheim, het instituut voor plantenziekten, universiteit Leibniz, Leibniz instituut voor Groenten en sierplantentteelt, Leibniz instituut voor agrarische techniek, Potsdam Bornim en de Landwirtschafskammer Niedersachsen. Daarbij wordt gekeken vanuit fysiologisch oogpunt alsook vanuit plantenziektekundig oogpunt naar het verschijnsel.
In 2009 en 2010 zijn op 2 aspergebedrijven in Niedersachsen de asperges van het ras Gijnlim gebruikt voor het project. Bij twee oogsten werden de asperges behandeld op verschillende methoden.
Daarbij werd ook gelet op de andere factoren die een rol zouden kunnen spelen:
Het wassen, machinale sortering en het wassen met ijswater.
De asperges werden vervolgens visueel beoordeeld. In totaal werden er 8000 stengels bekeken. Gelijktijdig werden de asperges op microscopisch niveau bekeken op weefselschade. Asperges die reeds bruinverkleuring hadden direct na de oogst, werden direct microscopisch onderzocht.
Soorten bruin verkleuring
Bij het onderzoek kwam men er echter al snel achter dat er verschillende soorten bruinverkleuring zijn en dat deze niet uniform gedefinieerd waren. Binnen het project werden de verschillende varianten dan ook als volgt gedefinieerd:
Hierbij ziet men een typische roodbruine, vlekkerige verkleuring optreden. Deze worden het meest als kleine puntjes bij 1/3 van de steel aan de onderzijde gevonden, maar kunnen ook bij sterke aantasting op een groter deel van de asperge voorkomen. De symptomen kunnen voorkomen op de schubben, de kop en onder de schubben. Roest, ontstaat uitsluitend voor de oogst in het veld. Na de oogst treed hier geen verandering meer in op. Roest treedt vaak meer op bij lage temperaturen, waarbij de asperges dan ook langzamer groeien.
Hierbij ziet men vaak glazige oppervlaktes die na verloop van tijd bruin verkleuren. De vlekken zijn bij het begin moeilijk te herkennen en vertonen dan ook vaak bij de verkoop nog geen verschijnselen. Het verschijnsel treed dan ook vaak op tijdens de behandelingen na de oogst. In slechts enkele gevallen is dit verschijnsel net na de oogst zichtbaar.
Hierbij spreekt men van lichtbruine, oppervlakkige verkleuringen. Deze verkleuring treedt vaak op bij lange bewaring. Hier wordt dan ook een verband gelegd met de veroudering van de asperges. De verbruining kan ook optreden als gevolg van glazigheid. De verbruining komt overwegend voor na de oogst.
Veranderingen in het aspergeweefsel
Uit microscopisch onderzoek kwam naar voren dat zowel bij de verbruining, alsook bij roest, er schade was aan de buitenste laag van de asperge (de kutikula). De cellen onder deze beschadigde kutikula raken verzwakt. Roest wordt vaak gekenmerkt door afgestorven weefsel. Vaak zijn daarbij de huidmondjes beschadigd. In de meeste gevallen werden op deze plekken ook schimmels gevonden. De plant reageert hierop vaak door de omringende cellen te laten afsterven om zo een verdere aantasting van de schimmel te voorkomen. De daaropvolgende bruinverkleuring veroorzaakt de typische roestverkleuring. Naast de bekende schimmels Rhizoctonia en Fusarium werden ook zeer vaak endofytische schimmels (DSE) gevonden als oorzaak van roest. In 2010 werd op andere schimmels gecontroleerd als het voorgaande jaar. Het is nog niet duidelijk of er een verband is tussen de weersomstandigheden en het optreden van bepaalde schadelijke organismen. Daar zou een groter onderzoek voor nodig zijn. Wel is op laboratoriumniveau al aangetoond dat enkele van deze andere schimmels in staat zijn om asperges aan te tasten.
Verbruining onderscheidt zich van roest voornamelijk door de afwezigheid van schadelijke schimmels. Het verschijnsel lijkt meer een verouderingsproces te zijn. De oorzaak van deze weefselschade bij asperges direct van het veld, wordt vermoedelijk veroorzaakt door abiotische factoren in de bodem. Maar aangezien verbruining en roestvorming op een stengel naast elkaar kunnen voorkomen, is het niet uit te sluiten dat schimmels ook de verzwakte cellen aantasten. Dat bemoeilijkt dan ook het onderzoek naar de oorzaak van bruinverkleuring in het veld.
Bij de symptomen glazigheid, en verbruining op monsters uit het verwerkingsproces worden vaak ook beschadigde cellen gevonden van de buitenste laag zonder schimmels. Zelfs kleine beschadigingen kunnen zich in de rest van de keten sterk ontwikkelen.
Invloed van de verwerking
Bij het onderzoek werd er geen invloed gezien van het verwerkingsproces op de roestvorming. Voor het ontstaan van verbruining en glazigheid worden verschillende factoren onderzocht.
Zo werd er geen tot nauwelijks effect gezien op glazigheid en verbruining door het wassen van de asperges direct na de oogst (zowel handmatig als machinaal gewassen). Ook met ijswater werd geen significant effect gezien.
Wel vermoedt men een effect op glazigheid door het transport van de asperges op het bedrijf door wrijving en botsen van de asperges. Voor verbruining lijkt het geen effect te geven.
Het machinaal sorteren blijkt echter wel een sterk effect te hebben op glazigheid (maar niet direct voor verbruining). Bij beide proefbedrijven werd gevonden dat meer dan 50% van de asperges tekenen van glazigheid gaven. De glazigheid varieerde van 10% van de aspergestengel tot 25% (bij 25% van de stengels). Veel van deze asperges vertoonden vervolgens later bruinverkleuring. Men heeft vervolgens de machinale druk trachten na te bootsen, om de glazigheid te realiseren. Hieruit blijkt dat door mechanische druk en wrijving in combinatie met water de glazigheid ontstaat. De onderzoekers willen dan ook in 2011 het onderzoek vervolgen waarbij gekeken wordt wat de maximale waterdruk en mechanische omstandigheden mogen zijn.
Verder op het bedrijf, zag men dat in de koeling de glazigheid vaak sterk afnam, maar tegelijkertijd de verbruining toenam. Na 14 dagen had een groot deel van de asperges tot op 75% van de stengeloppervlakte verbruinde plekken.
In het handelskanaal ziet men na 24 uur bewaring geen toename in de glazigheid. Wel ziet men dat bij de hogere temperaturen de verbruining toeneemt. De daarmee gepaard gaande lage luchtvochtigheid bevordert dit vaak nog.
Het onderzoek zal in 2011 nog worden vervolgd.
Ronnie de Hoon
Internationale Asperge demodag 2011 weer groter
Bij de meeste aspergetelers staat hij al in de agenda: op 28 juni wordt de tweede Internationale Asperge Demodag georganiseerd voor aspergetelers uit Nederland, België en Duitsland.
Het evenement staat weer bol van de demonstraties en heeft nu al meer deelnemers dan vorig jaar. Verschillende oogstmachines zoals volbedrooiers, selectiefoogsters en oogsthulpen worden in het veld gedemonstreerd. Maar ook beddenfrezen, machines voor de gewasbescherming, etc. worden gedemonstreerd. In de loods van het bedrijf zijn verschillende schilmachines, verpakkers, plantenkwekerijen etc. te zien en zullen de veredelingsbedrijven meer vertellen over hun rassen.
De Internationale Asperge Demodag leent zich ook uitermate om eens bij te praten met uw collegatelers. Vorig jaar trok de dag meer dan 400 bezoekers uit Nederland, Duitsland en België. Een ideale gelegenheid dus om elkaar te treffen.
Evenals in 2010 wordt de dag georganiseerd op het bedrijf van Gebroeders Gubbels. De broers Walter en Ton zijn al de vijfde generatie die op het bedrijf asperges telen. Op een totale oppervlakte van ca. 30 hectare worden zowel witte, groene als paarse asperges geteeld. Het bedrijf heeft een proefveld aangelegd voor groene alsook witte asperges en is zo continu op zoek naar een verbetering van de teelt. Deze vooruitstrevendheid sluit goed aan bij het karakter van de Internationale Asperge Demodag. De organisatie is dan ook blij dat ook in 2011 het bedrijf als gastheer wil fungeren voor het evenement.
De internationale Asperge demodag is gratis te bezoeken van 14.00 uur tot 20.00 uur. Voor deze dag is er een website opengesteld waar u meer informatie kunt vinden: www.aspergedag.nl
Ronnie de Hoon
Beleef de asperge op de floriade Al geruime tijd wordt er over gesproken; de floriade 2012. “ Theater van de natuur” zo presenteert de organisatie van de floriade het evenement waarmee de directeur zijn roots als ex- directeur van de Efteling zichtbaar maakt.
Het beleven van de tuinbouw staat deze keer dan ook sterk voorop. Daarmee wil men de eindeloze veldjes met gewassen zien te voorkomen en de bezoeker juist meer de tuinbouw laten beleven, voelen, ruiken, etc.
Om dit te bereiken is de floriade ingedeeld in enkele hoofdthema’s:
Relax & heal
Dit thema wordt aangelegd met Aziatische sferen waarbij balans met de natuur centraal staat.
Green engine
Bij dit thema wordt de link gelegd tussen ‘ industrie’, moderne tuinbouw en de natuur. Daarbij wordt gericht op het economische belang van de tuinbouw.
Education & innovation
het thema waar innovaties, en educatie de hoofdtoon voeren
Environment
het thema waarbij invulling van de openbare ruimte een hoofdrol speelt
World show stage
hier worden theaters, kookdemo’s en overige entertainment programma’s gedraaid
Asperge inzending
De asperge inzending heeft dan ook gekeken naar deze ‘nieuwe’ insteek van de floriade. De asperge leent zich immers ook goed voor deze thema’s. Het product heeft van oudsher al een sterke beleving met zich mee. De asperge is mystiek, sierlijk en spreekt tot de beleving. De vele bijnamen, het witte goud, de koningin onder de groente, alsook de vele kunstwerken in de vorm van gedichten, foto’s en schilderijen geven al aan dat de asperge vele mensen beroerd.
Daarbij vindt de Floriade plaats in een belangrijk aspergegebied. Er is dan ook ingestoken om een optimale inzending te realiseren voor de aspergesector. Hiertoe hebben drie partijen de hoofden bijeen gestoken: Productcommissie Asperge, Aceera en de Landelijke Kerngroep Asperge.
De hoofdinzending bestaat m.n. uit de Aspergetunnel. Op de inzending van het Groenten & Fruit bureau wordt een grote tunnel geplaatst in de vorm van een aspergerug waarlangs enkele rijen asperges worden geplant. De tunnel bied de mogelijkheid tot het informeren van de bezoeker over de teelt en het product. Maar doet dit op ludieke, eigenzinnige wijze. Ook hier staat het beleven voorop. Om deze beleving vorm te geven is men in overleg met o.a. ArtEZ (Kunsthogeschool) om te komen tot een eigenzinnige, informatieve manier om de bezoeker te verleiden tot de asperge.
Daarnaast wordt er gekeken naar de invulling op theatrale wijze. Op verschillende plekken op het Floriade terrein alsook de ‘arena’ van de Floriade worden theaterstukken voorbereid om het verhaal van de asperge te vertellen.
Ook smaak mag natuurlijk niet ontbreken. Zo wordt er gekeken naar het aanbieden van amuses van asperge aan de bezoeker maar ook kookdemo’s en maaltijden bij de horeca worden besproken.
De asperge inzending zit nog in de ontwikkelingsfase maar krijgt meer en meer zijn vorm onder enthousiasme van de organiserende partijen. 5 April volgend jaar vindt de opening van de Floriade plaats en kan de bezoeker de asperge gaan beleven.
Ronnie de Hoon
Duits onderzoek naar onkruidbestrijding
In Duitsland heeft in 2010 het Landwirschafsamt Bruchsal een onderzoek gedaan naar onkruidbestrijding voor het einde van de oogst.
Het probleem dat aan het onderzoek ten gronde lig, is de toenemende hoge onkruiddruk in verlate aspergevelden, voor zover deze niet nagerugt zijn of niet onder gecultivatort konden worden. Bij de bodembehandeling na de oogstperiode blijft het hoge onkruid vaak hangen in de cultivator waardoor men vaak niet anders kan dan de frees of de schijveneg in te zetten.
Het alternatief met een totaal herbicide na de oogst brengt een risico met zich mee wanneer dit volvelds word gespoten. Bovendien heeft een Glyphosaat product tijd nodig voor opname en vertraagd daarmee de bodembehandeling.
De vraagstelling van het onderzoek was dan ook of een onkruidbestrijding voor de oogstperiode een praktische methode is om de onkruiddruk te verlagen tussen de verlate aspergeruggen.
In het kader van het onderzoek, met 4 herhalingen, in een 5 jarig Backlim gewas, op zandige grond werd op 1 april 2010 zowel Sencor WG als Stomp Aqua met 2/3 van de toegelaten dosering gespoten. Door de ruggen bedekt te houden, en alleen tussen de ruggen te spuiten werd mogelijk gemaakt dat men na de oogst nog een Sencor toepassing kon doen. Dit omdat nu slechts de helft van het perceel werd bespoten werd slechts 0,25 kg/ha gebruikt en is nog een besteding van 0,5kg/ha mogelijk voor een latere bestrijding.
Op 11 mei waren er duidelijke verschillen zichtbaar. De stukken behandeld met Sencor WG waren praktisch onkruidvrij waartegen de stukken met Stomp Aqua voor 50% bedekt waren met onkruid.
Op het einde van de steekperiode (24 juni) was bij onbehandeld 76% van de grond bedekt met onkruid, bij Stomp (2,5 L/ha) 53% en bij Sencor WG slechts 27%. Daarbij wordt de meeste onkruid veroorzaakt door Akkerwinde (20%).
Men concludeert dan ook dat een inzet van het middel Sencor een positief effect heeft. Daarmee wordt niet uitgesloten dat een inzet van opfrezen, of cultvatoren niet meer nodig is.
Ronnie de Hoon
Aspergehaantje opletten voor 2e generatie
In Nederland spreken we vaak over aspergekevers, wanneer we het hebben over het aspergehaantje. Het haantje onderscheid zich van de kever door zijn zwarte schild met witte vlekken. De aspergekever heeft een oranje schild met zwarte vlekken.
Rond april kunnen de eerste aspergehaantjes al gevonden worden bij in het bijzonder 1- en 2-jarige percelen waarbij de eerste stengels doorkomen. Dit jaar werden de aspergehaantjes gemiddeld twee weken later gevonden dan vorig jaar (gegevens Duitsland). Het aspergehaantje veroorzaakt vraatschade aan de opperhuid van de stengel en aan het diepere weefsel van de stengels wat kan leiden tot het afsterven van de stengels. De larven eten de bladeren en skeleteren de scheuten wat leidt tot zwakke wortelen.
Het aspergehaantje overwintert als volwassen insect in resten van aspergestengels, onder loof en in de bodem en heeft twee generaties per jaar. Een tot twee weken na de winterrust (begin mei) kan een vrouwelijke kever tot wel 100 eieren leggen. De eieren worden enkel of in groepen (in rijen) bevestigd aan de asperge. De eieren zijn 1,3 tot 1,6 mm lang, grijsgroen van kleur en worden later zwartgroen van kleur. Vier tot zes dagen na het leggen van de eieren komen de larven tevoorschijn (6-8 mm). De larven eten vervolgens tot medio juni. Na circa twintig dagen verpopt de larve zich in de bodem in een spinsel. Eind juli zijn vervolgens de eerste kevers te vinden van de 2e generatie aspergehaantjes. Men moet dus waakzaam zijn voor de volgende generatie kevers tijdens het seizoen.
Maatregelen
Wanneer er kevers gevonden worden (vanaf medio april), dient men een bestrijding uit te voeren. Een bestrijding wordt veelal uitgevoerd op de kevers in de ochtend of avond. Helaas zijn er in Nederland minder middelen toegestaan als in onze buurlanden België en Duitsland. Een inzet van Decis (adviesdosering: 300 ml/ ha) is naast het middel Spruzit het enige toegestane bestrijdingsmiddel. Vanuit LTO wordt getracht om meerdere middelen beschikbaar te krijgen. De beleidsregels rondom bijen en oppervlaktewater maken het vaak echter lastig om in Nederland de betreffende middelen toegestaan te krijgen.
Ronnie de Hoon
Praktijkervaring met organische stof
Op intensief bewerkte grond wordt vaak meer organische stof afgebroken dan aangevoerd. Hierdoor verslechteren de groeiomstandigheden voor de plant. Vooral telers op lichte gronden merken dat de bodem in kwaliteit achteruit gaat. Hun opbrengsten worden lager en zij moeten vaker kunstgrepen toepassen om een teelt te laten slagen. Op initiatief van Flevoplant in Ens gaat het grote praktijknetwerk “Bouwen aan een vitale bodem” van start waarin telers samen de problemen en oplossingen in kaart brengen.
In vier regio’s in Nederland (Noordoostpolder, Drenthe, Limburg en Noord-Holland) gaan groepen van ongeveer tien telers aan de slag. Het zijn telers die veelal gebruik maken van dezelfde grond. Zij willen vooral van elkaar leren en samen met deskundigen zoeken naar manieren om de grond op een duurzame manier te gebruiken. Lichte gronden zijn voor veel teelten geschikt en worden daarom intensief gebruikt voor akkerbouw, groenteteelt, bloembollenteelt en boomkwekerij. De intensieve teelten trekken echter een zware wissel op de organische-stofbalans; de bodemvoorraad wordt door de vele bewerkingen en hoge opbrengsten sneller afgebroken dan aangevuld. De aanvoer wordt bovendien bemoeilijkt omdat telers vanwege de aangescherpte fosfaatnormen steeds minder mest en andere bodemverbeteraars mogen aanvoeren.
Voor Jos Goossens, van Flevoplant in Ens (Noordoostpolder) werden de gevolgen enkele jaren geleden al pijnlijk duidelijk. Hij huurt jaarlijks ongeveer 100 hectare grond in de nabije omgeving voor de vermeerdering van aardbeienplanten. De zanderige grond rond Ens heeft bij een laag organische-stofgehalte nauwelijks bufferend vermogen meer. Zij houdt weinig water en voedingstoffen vast, waardoor er veel beregend en bijbemest moet worden. Bovendien leidt het gebrek aan water en voedingsmiddelen tot een zwakker gewas, dat gevoeliger wordt voor ziekten en plagen. Hierdoor neemt ook het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen toe, wat nadelig is voor het milieu en voor het rendement van de teelt.
Voor Flevoplant was dit enkele jaren geleden al aanleiding om de problemen in kaart te brengen. Binnen het project Agropark Flevoland, heeft het bedrijf samen met tuinbouwadviesbureau Hortinova en een groep collega-telers een aanzet gegeven tot een beter beheer van organische stof. In het praktijknetwerk krijgt dit initiatief een vervolg. Dat geldt ook voor de bakkenproef bij Flevoplant, waarmee het effect van verschillende soorten en hoeveelheden organische stof op plantengroei inzichtelijk wordt gemaakt. Hiervoor wordt nu grond uit de vier regio’s gebruikt.
Ronnie de Hoon
Minder spuiten in asperges
“De helft minder spuiten is mogelijk”; zo werd verteld tijdens de rondgang op de aspergevelden in Udenhout en Helvoirt.
Tijdens de rondgang werden de percelen van Van Iersel en Klerks bezocht. Beide bedrijven bevinden zich rondom de Loonse en Drunense Duinen. Het gebied is onder meer belangrijk voor de waterwinning van Brabant Water. Men is er dan ook bij gediend, dat er zo min mogelijk gewasbeschermingsmiddelen in het water terecht komen.
In het project ‘schoon water’ van o.a. waterschap Brabant Water, Provincie Noord- Brabant en ZLTO, wordt met medewerking van DLV voorlichters getracht om het aantal gewasbeschermingsmiddelen dat wordt gevonden in het bronwater terug te dringen. Een project van de lange duur, immers het water wat wordt opgepompt, is minstens 10 jaar oud, en bevat dan ook de middelen die 10 jaar terug werden gebruikt. Er is dan ook nog moeilijk een uitspraak te doen over het effect van het project, maar bekend is dat er minder wordt gespoten en de laatste 10 jaar vindt men minder middelen terug (zie grafiek).
“minder vaak spuiten is mogelijk in asperges, maar het betekent ook dat je een hogere tolerantiegrens moet accepteren” zo zei Jos van Hamont (DLV plant) tijdens de rondgang.
Scouten van het gewas en beoordelen of een bespuiting al noodzakelijk is, hoort daar dan ook bij. Een intensiever contact met de loonwerker is daardoor ook vaak vereist. Immers, spuiten in de standaard rondgang is nu niet gewenst.
Daarnaast tracht men zo veel mogelijk op biologische wijze te bestrijden. Zo vangt Van Iersel de eerste druk van aspergekevers weg door met de hand de asperges door te lopen. Met een schaaltje olie in de hand, worden de asperges van het gewas in het schaaltje getikt. Een arbeidsintensievere oplossing, maar het bespaart een aantal bespuitingen. Voor de bonenvlieg heeft men proefsgewijs het middel bio 1020 ingezet. Het middel van Bayer bestaat uit gekookte rijstkorrels die teruggedroogd zijn, waarop vervolgens de schimmel Metarhizium anisopliae geënt is. Het product wordt door de grond gewerkt en bestrijdt de eitjes, larven en poppen van de kever. Het middel is oorspronkelijk bedoeld in de bestrijding van de taxuskever, maar is mogelijk ook effectief tegen de bonenkever, vanwege de vergelijkbare levenscyclus. In de praktijk is nog niet bekend of dit ook werkelijk effectief is. Het middel werd in Udenhout preventief ingezet. Er was dit jaar echter geen aantasting van bonenvlieg te constateren, waardoor een effect niet zichtbaar was. Onkruidbestrijding vindt hoofdzakelijk plaats op mechanische wijze. Enkel de ruggen werden dit jaar onderdoor 1 keer bespoten. Dit bleek hier zeer effectief. Menig teler keek zijn ogen uit naar het smetteloze perceel.
Op enkele percelen heeft er dit jaar geen schimmelbestrijding plaats gevonden. De druk leek, ondanks de natte zomer, hier dan ook laag. Spijtig genoeg heeft een groot deel echter op 15 juni schade ondervonden van een fikse hagelbui. Vele jonge stengels waren afgebroken en anderen hadden veel schade opgelopen. De bespuiting van schimmelsbestrijders was hier dan ook onvermijdelijk.
Een minder milieubelastende teelt is echter wel mogelijk door minder te spuiten, mits het een normaal jaar is. Maar dit vereist vaak wel een hogere tolerantiegrens en/of de inzet van alternatieve werkwijzen.
Ronnie de Hoon
Duitsers willen meer weten over beregenen in praktijken
De zin of onzin van beregenen in asperges staat vaak ter discussie: hebben asperges beregening nodig? Het is immers moeilijk aan te tonen doordat de oogst pas in het volgende jaar plaats vindt. Een bijzondere vorm van beregening is irrigatie. Over irrigatie in asperges wordt al langer gesproken, maar in Nederland zien wij nog weinig toepassingen. In combinatie met perspotten wordt het vaker overwogen, maar ook dit zien we nog weinig in Nederland.
In Duitsland wordt fertigatie al vaker toegepast. Bij het systeem met fertigatie wordt een druppelslang veelal 10 cm onder de plant, en 20 cm naast de plant geplaatst. Fertigatie heeft als voordeel dat er een grotere sturing mogelijk is en men het water (en desgewenst meststoffen) direct bij de plant kan brengen op het moment dat de plant daar behoefte aan heeft. Wanneer ook bovengronds beregenen uitgespaard kan worden, hoeft het loof ook niet onnodig nat te worden, waardoor de kans op schimmelaantasting wordt verlaagd.
De Duitse universiteit Geisenheim ziet de ontwikkeling van fertigatie in Duitsland ook en wil zich daar meer in gaan verdiepen alsook de basisvraag omtrent het nut van beregenen. Zij heeft de Duitse telers dan ook opgeroepen mee te werken aan een enquête. In de enquête wordt telers gevraagd om aan te geven of ze beregenen, en zo ja hoe en bij welk ras en of het gaat om jonge aanplant. Met de gegevens wil men het onderzoeksprogramma meer gaan afstemmen op de praktijkbehoefte.
Ronnie de Hoon |